Roep om vertrek Blair zwelt aan

De vorig jaar herkozen Britse premier Tony Blair krijgt steeds meer kritiek. Maar niet iedereen bij Labour is even geestdriftig over zijn gedoodverfde opvolger Gordon Brown.

Wanneer stapt hij op? Het is een vraag die de meeste politici verafschuwen, althans als hun eigen positie in het geding is. In het geval van de Britse premier Tony Blair doet zich de curieuze situatie voor dat hij de vraag zelf al deels heeft beantwoord. Maar juist daardoor is de discussie over zijn politieke einde in alle hevigheid losgebarsten.

De roep om Blairs vertrek zwelt inmiddels gestaag aan. Zelfs een Labour-gezinde krant als The Guardian raadt Blair aan er uiterlijk deze zomer mee op te houden. In het gezaghebbende weekblad The Economist kon de premier al lezen dat zijn dagen geteld zijn. “The final days of Tony Blair', aldus de cover van het vorige nummer.

Blair kan zichzelf in de eerste plaats verwijten maken. Anderhalf jaar geleden al kondigde hij in een moment van zwakte aan dat zijn derde termijn als premier zijn laatste zou zijn. Daarmee maakte hij zich vleugellam, zeiden velen destijds al. “Misschien was dat een vergissing“, erkende Blair zondag voor het eerst, ver van huis, in een gesprek met de Australische radio. Het enige wat de premier nog voor zich houdt, is het precieze tijdstip van zijn vertrek, al neemt ook uit zijn eigen Labour-partij de druk toe om het tijdstip te onthullen.

Aan den lijve heeft hij de afgelopen maanden gemerkt dat zijn partijgenoten minder in het gareel lopen, nu het einde van het tijdperk Blair hoe dan ook nadert. Voor het eerst heeft hij nederlagen moeten incasseren in het Lagerhuis doordat Labour-parlementariërs hem niet steunden, onder meer bij de antiterreurwetgeving.

Blairs toch al gehavende prestige liep deze maand een nieuwe bluts op door de onthulling van geheime leningen. Buiten de penningmeester van Labour om bleken vertrouwelingen van Blair voor de verkiezingscampagne van vorig jaar leningen te hebben afgesloten voor bijna 21 miljoen euro. Alles wijst erop dat Blair een aantal van hen wilde belonen met een zetel in het House of Lords. De Lords hebben hiervoor inmiddels een stokje gestoken.

Een complicerende factor voor de premier is voorts dat minister van Financiën Gordon Brown al jaren staat te trappelen om het roer over te nemen. Vorige week presenteerde Brown voor de tiende keer in successie de begroting. Hij snakt duidelijk naar een nieuwe baan. Gloedvol sprak hij over de toekomst van het land, volgens menig commentator meer als een premier dan als een minister.

Ook de oppositie behandelde hem zo. De Conservatieve leider David Cameron, die het vermoedelijk bij de volgende verkiezingen tegen Brown moet opnemen, deed verwoede pogingen hem af te schilderen als een man van een voorbij tijdperk.

Maar Blair zelf hoopt nog enige successen bij te schrijven op zijn conto. Zo wil hij de Nationale Gezondheidszorg (NHS), de overheidsdienst die de Britten van gratis gezondheidszorg voorziet, weer goed op de rails krijgen. Ook wil hij het stagnerende onderwijs een nieuwe impuls geven door ouders meer opties te bieden en de greep van de lokale overheid op scholen te verslappen.

Of dat lukt, is de vraag. De NHS kampt ondanks enorme financiële injecties met chronische tekorten en ontslaat op het moment duizenden medewerkers. Veel partijgenoten staan sceptisch tegenover Blairs onderwijshervormingen.

Met drie grote redes probeert Blair voorts zijn nalatenschap op dat het terrein van de buitenlandse politiek, in het bijzonder de interventie in Irak, reliëf te geven. Tot dusverre hebben de media in eigen land er nauwelijks aandacht aan besteed. Zo begint de premier geleidelijk aan de trekken van een tragische figuur te vertonen.

Blair kan echter nog een paar troeven uitspelen. Niet iedereen in de Labour-partij is even geestdriftig over de gedoodverfde opvolger. Brown staat weliswaar bekend als een competente manager van de economie, maar hij is ook een ietwat drammerige man, die de zaken het liefst achter de schermen afwikkelt met een handjevol gunstelingen. Velen vrezen dat Brown minder stemmen trekt dan Blair.

Verder geldt volgens veel commentatoren dat Brown beter niet te lang voor de volgende verkiezingen aan bod kan komen als premier. Anders zou hij tegen die tijd wel al eens kunnen zijn afgebrand. Zo houden Blair en Brown, die al jaren een eigenaardige haat-liefde relatie hebben, elkaar min of meer in de houdgreep. Blair had zich een leukere slotfase van zijn politieke loopbaan kunnen wensen.