Hoezo fulltime?

Mijn partner en ik zijn universitair geschoold en hebben na de geboorte van onze dochter beiden doelbewust gekozen voor een parttime baan. Als je een kind krijgt, was de gedachte, moet/wil je verantwoordelijkheid nemen en dat betekent ook: tijd investeren. Vorige week riep het Tweede-Kamerlid Sharon Dijksma (PvdA) ons echter tot de orde anno 2006: niet-fulltime werkende hoogopgeleiden bezondigen zich aan kapitaalvernietiging.

Nog beduusd van Dijksma's suggestie een maatschappelijke parasiet te zijn, deed Heleen Mees er gisteren nog een schepje bovenop. Niet-fulltime werkende academici vernietigen niet alleen kapitaal, “ze stoten ook lager opgeleiden het brood uit de mond“! De schrik sloeg mij om het hart. De grond voor Mees' terechtwijzing blijkt te liggen in haar opvatting van het begrip “werk'. Volgens Mees is “werk' niet alleen datgene wat je doet in de fabriek, de winkel of op kantoor. Nee, werk omvat meer: je schoenen poetsen, nagels lakken en je kind naar muziekles brengen. “Allemaal werk waarvoor een academische titel bepaald geen vereiste is.“

Volgens Mees berooft de academicus die op werkdagen de ouder uithangt en ook nog eens zelf stofzuigt een laaggeschoolde van werk en inkomsten: een moreel verwerpelijke daad. Ze lijkt het werkelijk te menen. Vanuit haar extreem doorgetrokken economische perspectief is iedere activiteit potentiële arbeid.

Volgens Mees moeten we een voorbeeld nemen aan het land waar ze woont: de Verenigde Staten. Daar worden “allerlei persoonlijke diensten aangeboden en verkocht“. Daarmee creëert het Amerikaanse arbeidsmarktmodel “veel meer maatschappelijke welvaart dan het Nederlandse“, schrijft zij. Ik vraag me af hoe ver ze daarmee zelf zou willen gaan.

Brieven en artikelen naar opinext@nrc.nl, met naam en woonplaats.