Gemakkelijk ontslag wordt de regel

Europese landen moeten de arbeidswetgeving herzien om met landen als China en India te kunnen concurreren.

Maar Franse studenten en vakbonden verzetten zich.

Een algemene staking vandaag in Frankrijk; daarop zijn de protestacties van de Franse studenten van de afgelopen weken uitgelopen. Maar hebben de Franse studenten wel gelijk? Ze verzetten zich tegen de introductie door de Franse premier Dominique de Villepin van een nieuw arbeidscontract voor jongeren tot 26 jaar, het zogenoemde CPE. Het plan van de premier schrijft voor dat jongeren in de eerste twee jaar bij een werkgever eenvoudig kunnen worden ontslagen.

Zo hoopt de Franse premier Villepin de jeugdwerkloosheid te lijf te kunnen gaan. De gedachte daarachter is simpel: een werkgever die makkelijk van zijn werknemers af kan, zal eerder geneigd zijn ze aan te nemen. De werkgelegenheid kan daardoor toenemen. En aangezien de jeugdwerkloosheid in Frankrijk 20 procent bedraagt - het dubbele onder allochtone jongeren - zijn maatregelen geboden.

Veel landen van de Europese Unie zijn de ontslagbescherming aan het ontmantelen, hoewel er forse tempoverschillen zijn. Een baan voor het leven is straks geen vanzelfsprekendheid meer.

De Europese economie staat bloot aan toenemende concurrentie van landen in Azië, en met China en India. Bedrijven moeten daar snel op kunnen reageren om door te kunnen schuiven in de voedselketen van internationale bedrijvigheid. Dat vergt bewegingsvrijheid voor het bedrijfsleven zelf.

Over de noodzaak van aanpassing aan de veranderende wereld bestaat in Europa weinig discussie. Vijf jaar geleden zijn tussen de EU-landen hierover al afspraken gemaakt in de Lissabon-doelen. Maar de uitvoering is politiek lastig en ligt ver achter.

Voor veel landen is het “Deense model' het grote voorbeeld. Daar wordt een soepel ontslagrecht gekoppeld aan relatief hoge werkloosheidsuitkeringen. In plaats van de baan wordt de werknemer beschermd. Dat is anders dan wat in een groot deel van Europa nu het geval is: daar wordt de baan beschermd.

Hebben de Franse studenten dan ongelijk? In dit opzicht wel, en het valt juist op dat het de jonge generatie is, met name de kansrijke studenten van het hoger onderwijs, die de globalisering en al haar kenmerken zo defensief tegemoet treedt. Maar dat is maar één kant van het verhaal.

Het plan zelf ziet er ondoordacht uit, want het laat zich raden dat veel jongeren hun baan zullen verliezen als ze de leeftijd van 26 naderen. Dat raakt de jongere generatie extra.

Alweer. Bij veel hervormingen ligt de pijn, niet alleen in Frankrijk, bij de “nieuwe gevallen': jongeren betalen in Nederland bijvoorbeeld VUT-premies voor oudere collega's waarvan ze zelf nooit gebruik kunnen maken. Bij arbeidsongeschiktheid, worden ze strenger gekeurd. En net nu zíj een huis willen kopen wordt de tophypotheek ontmoedigd.

Bestaande gevallen worden ontzien. Op de Franse arbeidsmarkt is al sprake van een tweedeling. Enerzijds zijn er de mensen die werken op losse contracten of werkloos zijn. Aan de andere kant zijn er de werknemers met een vaste baan en privileges, met name bij de overheid en de grote bedrijven. Ontslag is bij deze groep zeer lastig, en de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn uitstekend. Het valt de jongeren moeilijk aan te rekenen dat zij boos is dat dit paradijs door de nieuwe wet uit het zicht raakt.

De vergelijking is al getrokken tussen de studentenopstand van 1968 en het verzet van nu. Toch zijn de verschillen enorm. De revolte van 1968 vond plaats bij een groeiende weelde en een onbezorgde toekomst. De economische groei was tegen de zes procent, de werkloosheid slechts 2,5 procent en van een staatsschuld was nauwelijks sprake.

Voor de studenten van 2006 is de situatie anders. De economische groei verpietert op een niveau ver onder de 2 procent, de werkloosheid bedraagt 10 procent en de staatsschuld is fors. Dat komt niet in de laatste plaats door de opbouw van een staatsapparaat en een welvaartsstaat die steeds onhoudbaarder lijkt. De jonge generatie had gehoopt hier zelf volledig van te profiteren. Een voorbeeld: in 1968 werkte één op de zeven Fransen bij de overheid of gerelateerde diensten. Nu is dat bijna één op de drie.

De generatie van 1968 heeft bij nader inzien dus goed voor zichzelf gezorgd. Zo goed, dat elke hervorming in Frankrijk sneeft op wat de Franse econoom Olivier Blanchard de insider disease noemt: de weigering van de werknemers die binnen zijn om een deel van hun luxe op te geven ten bate van de buitenstaanders op de arbeidsmarkt. Dat de machtige vakbonden van de “insiders' zich nu achter de protesten van vandaag hebben geschaard kan worden uitgelegd als solidariteit met de jongeren. Het kan evengoed worden gezien als een ouderwetse reflex uit eigenbelang, omdat ze vrezen dat het niet bij de CPE zal blijven. En de studenten hebben met zulke vrienden geen vijanden meer nodig.