Fraai rapport, maar ook een paar onvoldoendes

Australië sloot de Gemenebest Spelen zondag af als de glorieuze “overall'-winnaar.

Maar nederlagen leed het gastland ook, zowel binnen als buiten de sportarena's.

Een bijnaam was snel gevonden: The Runaway Games. Ruim de helft (veertien) van het aantal sporters uit het verpauperde Sierra Leone had de benen genomen tijdens de zondag in Melbourne afgesloten Gemenebest Spelen, in navolging van een Tanzaniaanse bokser en een atleet uit Bangladesh. En dus restte de cynici niets anders dan de achttiende sportmanifestatie van de 71 lidstaten en gebiedsdelen van wat eens het Britse Rijk was te brandmerken als de “Wegloop Spelen'.

Het vluchtgedrag van de atleten uit het door burgeroorlog verwoeste land uit West-Afrika was niet de enige smet op het evenement, dat zichzelf graag mag profileren als het kleine broertje van de Olympische Spelen. Dopingvrij bleken The Friendly Games niet. Net als vier jaar geleden in Manchester liepen de gewichtheffers weer eens uit de pas. Beide zondaars kwamen ditmaal uit India, het land dat over vier jaar (New Delhi) mag optreden als gastheer van de Games.

India schaamde zich diep, en hetzelfde gold uiteindelijk voor de dopingvorsers, die maar liefst dertien dagen zwegen. Toen het nieuws alsnog uitlekte, moesten de organisatoren het ontgelden in de City of Sport. Vanwaar al die geheimzinnigheid? Stond die niet op gespannen voet met de openheid, die de Australiërs vooraf zo nadrukkelijk hadden beloofd? Waren er nog meer atleten betrapt, en wilden de organisatoren de publicitaire schade beperken?

Vriendelijk ging het er ook zondag niet aan toe op het hockeyveld, in de mannenfinale tussen Australië en Pakistan. Vlak na rust moest middenvelder Rob Hammond bloedend van het veld na een aanslag van Tariq Aziz, terwijl de bal niet in de buurt was. “Mijn lip zal helen, die gouden medaille is blijvend“, verklaarde Hammond op laconieke toon, nadat The Kookaburras onder toeziend oog van de Australische premier John Howard en zijn Britse ambtgenoot Tony Blair voor de derde opeenvolgende keer de titel hadden veiliggesteld, ditmaal dankzij een 3-0 overwinning op het gefrustreerde Pakistan.

Mede door de zege van de regerend olympisch kampioen eindigde Australië zoals verwacht bovenaan in het eindklassement, met 221 medailles - bijna eenderde van het uitgereikte totaal (743). Het gastland verbeterde het eigen Commonwealth-record door maar liefst 84 gouden medailles te winnen. Engeland (36 keer goud) en Canada (26) volgden op gepaste afstand.

Australië gloeide van trots, zeker toen de voorzitter van de organiserende Commonwealth Games Federation, Mike Fennell, de gastheer zondag tijdens de sluitingsceremonie uitbundig complimenteerde met “de beste Gemenebest Spelen uit de geschiedenis“. Alle voorgaande edities van het vierjaarlijkse sportfestijn waren overtroffen, onder meer dankzij de - aanvankelijk aarzelend op gang gekomen - verkoop van ruim 1,5 miljoen toegangsbewijzen.

Een fraai rapport, met ook enkele onvoldoendes. Zo leed Australië een gevoelige nederlaag in het zwembad, al werd die nog enigszins verbloemd door de vrouwen (winst op zestien van de negentien onderdelen) onder aanvoering van Lisbeth Lenton (vijfmaal goud). De mannen van de traditionele zwemgrootmacht daarentegen lieten het lelijk afweten, bij absentie van boegbeelden Ian Thorpe (niet fit) en Grant Hackett (revalidatie): geen enkele individuele titel, slechts één gouden estafettemedaille (4x100 meter wisselslag).

Pijnlijk was vooral de troonsafstand die de Australiërs ten overstaan van het eigen publiek moesten doen op het nummer dat zij al decennialang als het hunne beschouwen, de 1.500 meter vrije slag. Na 48 jaar ging de zege op de “marathon' voor het eerst naar een niet-Australiër, in de persoon van David Davies uit Wales.

Nog groter was de verrassing op de 100 meter vlinderslag, waar Ryan Pini, een 24-jarige zwemmer uit Papua Nieuw Guinea, zegevierde ten koste van voormalig wereld- en olympisch kampioen Michael Klim. Na afloop boog de kale Australiër letterlijk het hoofd. Uit schaamte.