De nieuwe Einstein moet in Europa wonen

Het Europese wetenschappelijke klimaat verarmt in hoog tempo.

Daarom moet de EU niet schuwen een nieuw topinstituut op te zetten.

Illustratie Milo Milo

De nieuwe Einstein woont in Amerika. Hij heet Edward Witten, is mathematisch natuurkundige en gespecialiseerd in onder meer snaartheorie en kwantumveldentheorie. Witten is onderzoeker aan het gerenommeerde Institute for Advanced Studies (IAS) in New Jersey, waar Einstein ook werkte.

De Amerikaanse wetenschapper staat binnen de fysica op eenzame hoogte en heeft zo ongeveer alle prijzen ontvangen die er op zijn gebied bestaan, inclusief het hoogst bereikbare in de wiskunde, de Fields Medal.

Witten is geen uitzondering. In de Verenigde Staten beconcurreren topuniversiteiten elkaar om de allerbeste onderzoekers in huis te kunnen halen. Lokaas bestaat uit hoge salarissen, riante onderzoeksfaciliteiten en-budgetten. Vandaar dat de fine fleur van de Europese wetenschap, zowel jonge onderzoekers als de gevestigde orde, daar ook vaker zijn heil zoekt.

Gevolg: het Europese wetenschappelijke klimaat verarmt in hoog tempo. Ging in de eerste helft van de vorige eeuw nog bijna de helft van de Nobelprijzen naar Europese onderzoekers, in de afgelopen 10 jaar is dat aantal verder gedaald tot nog geen 20 procent. Zeventien van de twintig topuniversiteiten op de wereldranglijst staan in de VS, maar twee in Europa (Oxford en Cambridge).

Wat zijn de karakteristieke eigenschappen van die topuniversiteiten? Onderzoeksinstituut RAND Europe heeft aangetoond dat topinstellingen zich onderscheiden door een zeer hoge concentratie aan talent, zowel van studenten als van onderzoekers, door wetenschappelijke faciliteiten van wereldklasse en door de beschikking over uitstekende financiële middelen. Deze instituten bereiken dit onder meer door een zeer strenge selectie van studenten en onderzoekers uit een wereldwijde poel, door het garanderen van academische vrijheid, door zich te richten op een aantal wetenschapsgebieden en door te zorgen voor een goede financiële basis. Dat laatste is mogelijk door naast overheidsgeld en collegegeld te werken met bijdragen uit het bedrijfsleven, sponsoring van prestigieuze studiebeurzen en leerstoelen en met schenkingen van private donoren.

De Europese Commissie maakt zich al jaren grote zorgen over de afnemende kwaliteit van Europees onderzoek en innovatie en heeft al gewaarschuwd voor een tekort - binnen tien jaar - aan een half miljoen ingenieurs en natuurwetenschappers. Dit is funest voor de economische groei, de concurrentiekracht en het innoverend vermogen van Europa.

Voorzitter van de Europese Commissie, Barroso, denkt een oplossing te bieden door de oprichting van een Europees Instituut voor Technologie (EIT). De ambities zijn hoog. Het EIT moet fungeren als een “magneetpool voor de knapste koppen en de beste ideeën en organisaties van over de hele wereld“.

Intussen heeft de Europese Commissie een concreet voorstel gedaan voor de opzet van een EIT dat vorige week tijdens de Europese top is besproken met de regeringsleiders van de EU. In dit voorstel wordt vooral voortgebouwd op wat al bestaat via structuren die meer virtueel dan reëel lijken. Het idee is om de beste krachten te versterken en samen te brengen in kennisgemeenschappen. De vraag is echter of meer van hetzelfde de beste oplossing is. Om een instituut van wereldniveau te creëren is een radicaal ander universiteitsmodel vereist dan het typisch Europese. De Europese aanpak, het bevorderen van coördinatie door stimulering van netwerken van universiteiten, heeft geleid tot het versnipperen van middelen over zeer brede onderzoeksgebieden en veel instellingen, zonder duidelijk resultaat.

Compromisvoorstellen heeft Europa dus al voldoende. Nu is de durf nodig om excellentie na te streven en het te belonen waar het zich bevindt en ontwikkelt. Het voorstel van de Europese Commissie lijkt een goede voorzet maar er is nog veel nodig om een EIT van de grond te tillen, dat daadwerkelijk impact zal hebben. De Raad van Ministers steunt de Commissie en heeft het voorstel in huidige vorm voor kennisgeving aangenomen. Het is nu aan de Europese Commissie om het voorstel verder uit te werken. Edward Witten blijft voorlopig in Amerika. Maar wie weet werkt hij straks voor het EIT.

Titus J. Galama is senior analist van RAND Europe. Erik Frinking werkt bij TNO/Clingendael Center for Strategic Studies. Dit stuk, eerder verschenen in NRC Handelsblad, is voor nrc.next geactualiseerd naar aanleiding van de Europese top van 23 en 24 maart.