De aardbeien zijn rood en moeten geplukt

Waarom moeten boeren weken wachten op een vergunning om Polen aan het werk te zetten? Drie Kamerleden kunnen het ook niet goed uitleggen.

Tuinders hebben liever een hardwerkende Pool dan een werkloze die “niet eens het verschil weet tussen een peen en een wortel“. Drie Tweede-Kamerleden konden het gisteravond aan ruim tweehonderd boze boeren nauwelijks uitleggen. Waarom moeten de boeren weken wachten op een vergunning om een Pool te laten werken? Waarom moeten zíj mensen uit de bijstand, WW en WAO aan het werk helpen? En waarom worden zíj voortdurend lastiggevallen met allerlei controles?

De Kamerleden Van de Sande (VVD), Bussemaker (PvdA) en Van Hijum (CDA) debatteerden gisteravond op uitnodiging van de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) op de Hogere Agrarische School in Den Bosch over werknemers uit de nieuwe Oost-Europese lidstaten. Het kabinet besluit waarschijnlijk eind deze week of de grenzen 1 mei voor hen opengaan of (deels) gesloten blijven.

“Ik heb vier werknemers, eentje wordt ziek. De aardbeien zijn rood en moeten van het land. Dan heb ik dezelfde dag vervanging nodig en kan ik niet acht weken wachten op een vergunning.“ Van der Putte, tuinder in Deurne, krijgt luid applaus uit de zaal. Hij is de eerste die spreekt, nadat de Kamerleden verontwaardigd “tss“ uit de zaal hoorden tijdens hun verhaal. Bussemaker: “Ik vrees dat de regering aan de voorwaarden die wij verbinden aan open grenzen, nog onvoldoende invulling heeft gegeven.“ Van Hijum: “Wij hebben nog geen standpunt bepaald.“ Van der Putte gaat verder: “Jullie dronken champagne, aten kaviaar en zeiden “kom er maar bij' tegen die landen. Wij worden weggeconcurreerd door bedrijven van daar en dan mogen wij geen Polen laten werken?“

Van de Sande (VVD) wil dat de grenzen opengaan. Hij vraagt de boeren wel iets in ruil. Dat ze Polen hetzelfde betalen als Nederlanders - Bussemaker wil controle op naleving van de CAO's - en dat ze de arbeidsbureaus helpen om Nederlanders uit een uitkering aan het werk te krijgen. “Maakt u zich over de betaling geen zorgen. En alsjeblieft niet nog meer controles voor de agrarische sector“, zegt waarnemend burgemeester Van Kampen-Nouwen van Wieringen. Ze kwam met tachtig West-Friese boeren in een bus naar het zuiden. Als de grote blonde vrouw spreekt, knikken de boeren instemmend.

Over Bussemakers verzoek zegt Van Kampen-Nouwen: “U vraagt ons wat de agrariër gaat doen aan uw probleem?“ Bussemaker vindt werkloosheid “een maatschappelijk probleem“. Van Kampen-Nouwen, onder applaus: “De mensen die in de bakken zitten bij de arbeidsbureaus hebben geen affiniteit met de landbouw.“

Kamerlid Van Hijum wordt vanavond het hardst aangepakt door de zaal. De Wieringse burgemeester: “Is de “a' in CDA nu van agrarisch of van iets anders? U bent zo laf, u kunt na jaren twijfelen me nog niet uw standpunt vertellen. Hoe durft u hier te komen?“

“Als ik laf was geweest, was ik hier niet gekomen“, verweert het Kamerlid Van Hijum zich. En: “Wij zijn als enige partij consistent“, over wat de politieke partijen bij de toetreding van de nieuwe EU-landen in 2003 wilden.

In de zaal springt nu een man op, grijs haar, donkerblauwe trui. Met zijn arm in de lucht roept hij: “We leven in één Europa. Daar dient u zich aan te houden. U dient te luisteren naar de bevolkingsgroep waar het om gaat.“ Dreigend zegt hij: “Als het CDA de agrariërs weer laat hangen, zoals Lubbers veertien jaar geleden in Poeldijk, zal de partij, net als toen, volgend jaar bij de verkiezingen gestraft worden.“

Na afloop vertelt de man, Jos Kester, tuinder uit Maasdijk, wat hij vijftien jaar geleden mee maakte in Poeldijk. “Lubbers kwam op een CDA-bijeenkomst. De zaal kookte. Er zaten driehonderd boeren in de zaal die niet aan personeel konden komen. Hij verweet hun dat ze illegalen lieten werken, terwijl er tweehonderd duizend werklozen waren. Lubbers beloofde iets te doen voor de boeren, maar er gebeurde niets. En nu zitten we nog steeds met hetzelfde probleem.“