Cricketers op zoek naar de wereldtop

Het Nederlands cricketelftal speelt deze week voor het eerst een vierdaagse wedstrijd, tegen Kenia. Het duel moet Nederland een stap dichter bij de wereldtop brengen.

Al jaren dromen ze ervan het gat met de wereldtop te dichten. Hoewel een plaats tussen landen als Australië, Engeland en India nog wel even een droom blijft, nemen de Nederlandse cricketers elk jaar weer een stapje om het verschil te verkleinen. Ook deze week: Nederland speelt vanaf morgen voor het eerst een officiële vierdaagse wedstrijd, tegen Kenia. Het duel is onderdeel van de voorbereiding op het wereldkampioenschap, volgend jaar in het Caraïbisch gebied. Meerdaagse cricketwedstrijden, zoals testmatches (vijf dagen), worden in de toplanden nog steeds gezien als de ultieme vorm van cricket.

Kenia is een belangrijk tussenstation voor het Nederlands elftal. Het land hangt al enkele jaren tussen de wereldtop en de best of the rest , waar ook Nederland toe behoort. Kenia haalde bij de wereldkampioenschappen in 2003 de halve finale. Desondanks acht Nederland zich allerminst kansloos, zegt teammanager Hans Mulder in Nairobi. “Wij hebben een uitgebalanceerde selectie, een mengeling van ervaren spelers, zoals Tim de Leede en Luuk van Troost, en jongeren als Alexei Kervezee, een groot talent van 16 jaar oud.“

De grote vraag is of zij zich staande kunnen houden in de Intercontinental Cup, een toernooi van vierdaagse wedstrijden dat dit jaar op initiatief van de International Cricket Council (ICC) wordt gehouden. De wereldcricketfederatie wil hiermee het niveau van de “B-landen' opkrikken. Mulder: “Na het vorige wereldkampioenschap zei de ICC: we willen geen Mickey Mouse cricket meer, wedstrijden waarin Australië 400 runs maakt en Namibië voor 50 runs wordt uitgebowld. Dat is voor het toernooi en de grote televisiestations niet interessant.“

Even was er na het wereldkampioenschap van 2003 sprake van dat de ICC geen B-landen meer zou toelaten, maar uiteindelijk besloten de cricketautoriteiten toch tot verdere globalisering van de sport. Volgend jaar doen daarom behalve de tien A-landen ook zes B-landen mee aan het eindtoernooi, waaronder Nederland. Mulder: “De ICC zag wel in dat deze sport in Australië of Engeland niet meer zal groeien. Cricket is daar al heel erg populair. De groei moet komen uit de “nieuwe' landen.“

De ICC trekt voor deze landen-in-opkomst anderhalf miljoen dollar aan “ontwikkelingshulp' uit. De resultaten moeten zichtbaar worden tijdens het wereldkampioenschap 2007, dat op verschillende eilanden in het Caraïbisch gebied wordt gespeeld. Nederland had het bij de loting trouwens beter kunnen treffen: op het tropische eilandje St. Kitts treft het nationale elftal in de groepsfase direct al twee van de sterkste landen, wereldkampioen Australië en Zuid-Afrika. Schotland is de derde tegenstander.

Hoewel de kans klein is dat Nederland die groepsfase overleeft, stippelde de Nederlandse cricketbond (KNCB) een intensieve voorbereiding uit, die deze maand begon in zuidelijk Afrika. Met de financiële steun van de wereldcricketfederatie - een kwart miljoen dollar is volgens teammanager Mulder voor de KNCB “een gigantisch bedrag“ - schakelt de bond buitenlandse toptrainers in om de Nederlanders voor te bereiden op een confrontatie met Australische sterren als Ricky Ponting.

Vorig jaar seizoen haalde de bond al de voormalige Australische international Bobby Simpson naar Nederland om de selectie van adviezen te voorzien. Voorafgaand aan de wedstrijd van morgen in Nairobi speelde Nederland de afgelopen dagen al een aantal wedstrijden in Zuid-Afrika, bijgestaan door een andere toptrainer, bowling-coach Ian Pont van de Engelse county Essex.

Nederland heeft een team opgebouwd met behoorlijk wat internationale ervaring, met spelers die in zware buitenlandse competities hebben gespeeld. In de selectie (oud-)profs als Darron Reekers (Nieuw-Zeelander van geboorte) en de Zuid-Afrikanen Billy Stelling en Ryan ten Doeschate, maar ook Nederlanders die in Engeland werden gehard, zoals Bas Zuiderent, Tom de Grooth en Daan van Bunge.

De resultaten vallen niet tegen. Nederland verloor vorige week in Johannesburg weliswaar van de Engelse county Gloucestershire, maar won van de University of Pretoria, universiteitskampioen van Zuid-Afrika. Maar de echte test begint morgen, met de eerste officiële vierdaagse. Volgens Mulder moet Nederland vooral leren “aanvallend cricket“ te spelen. “Hierdoor worden we steeds beter.“

Nederland speelt in de voorbereiding op het wereldkampioenschap verder nog in eigen land tegen de wereldkampioen van 1996, Sri Lanka. In augustus volgt de strijd om de Europese titel in Glasgow. Aan het eind van dit jaar maakt Nederland opnieuw een toernee door Zuid-Afrika en Kenia.