“Botsing der beschavingen' is vooral botsing van emoties

Wij zijn sinds de oorlog tegen het terrorisme niet getuige van een botsing tussen beschaving en barbarendom, maar van een groeiende onenigheid tussen het Westen en een groot deel van de rest van de wereld, in het bijzonder de islamitische, betoogt Dominique Moïsi.

Al zolang de zogenoemde “oorlog tegen het terrorisme' gaande is, is het idee van een “botsing der beschavingen' tussen de islam en het Westen afgedaan als politiek incorrect en intellectueel onjuist. In plaats daarvan was de heersende opvatting dat de wereld een nieuw tijdperk was ingegaan, dat wordt gekenmerkt door conflicten “binnen' een bepaalde beschaving, namelijk de islam, waar fundamentalistische moslims net zo hevig in oorlog zijn met gematigden als met het Westen.

De strategische conclusie uit een dergelijke analyse was helder, hooggegrepen en gemakkelijk samen te vatten: democratisering. Als het ontbreken van democratie in de islamitische wereld het probleem was, dan zou de introductie van de democratie in het “Midden-Oosten in brede zin' de oplossing zijn - en het was de historische plicht van de Verenigde Staten, als machtigste en meest ethische natie, om die noodzakelijke verandering tot stand te brengen. De status quo was onhoudbaar. Invoering van de democratie, al dan niet in combinatie met “regimewisseling', was het enige alternatief voor chaos en oplaaiend fundamentalisme.

Thans lijkt Irak op de drempel te staan van een burgeroorlog tussen shi'ieten en sunnieten. Iran ontwikkelt zich, onder een nieuwe, radicalere president, onstuitbaar tot atoommacht. Vrije verkiezingen hebben Hamas in het zadel geholpen in Palestina, en de ongelukkige episode van de spotprenten in een Deense krant heeft duidelijk gemaakt hoe licht ontvlambaar de betrekkingen tussen de islam en het Westen nu zijn.

Samen effenen deze ontwikkelingen de weg naar nieuwe interpretaties. In plaats van met een “botsing der beschavingen' zullen wij mogelijk worden geconfronteerd met conflicten op verschillende niveaus, die door hun interactie de wereld minder stabiel maken.

Het lijkt er zelfs op dat de wereld een drieledig conflict beleeft.

Er is een botsing met de islam, die, als het geweld in Irak zich naar aangrenzende landen uitbreidt, tot destabilisatie van de regio zou kunnen leiden.

Er is ook een botsing waarvan je best kunt zeggen dat het geen botsing is tussen de islam en het Westen, maar tussen de geseculariseerde wereld en een groeiende religieuze wereld.

Op een dieper, ja zelfs atavistisch niveau vindt een gevoelsmatige botsing plaats tussen een cultuur van angst en een cultuur van vernedering.

Het zou een oversimplificatie zijn om, zoals sommigen doen, te spreken van een botsing tussen beschaving en barbarendom. In werkelijkheid worden wij geconfronteerd met een groeiende onenigheid over de rol van de religie - een onenigheid die bestaat tussen het Westen (met de Verenigde Staten als ingewikkelde uitzondering) en een groot deel van de rest van de wereld (met China als voornaamste uitzondering), maar dan vooral de islamitische wereld.

Deze verdeeldheid weerspiegelt de wijze waarop religie de identiteit van het individu binnen de samenleving definieert. Terwijl religie elders steeds belangrijker wordt zijn wij, Europeanen, ons eigen - gewelddadige en onverdraagzame - religieuze verleden goeddeels vergeten, en hebben wij moeite om te begrijpen welke rol religie kan spelen in het dagelijks leven van anderen.

In bepaalde opzichten zijn “zij' ons eigen, weggestopte verleden, en met een mengeling van onwetendheid, vooroordelen en bovenal angst, vrezen wij dat “zij' onze toekomst kunnen gaan bepalen. Wij leven in een seculiere wereld, waar vrijheid van meningsuiting gemakkelijk kan uitlopen op lompe, onverantwoordelijke spotternij, terwijl anderen hun geloof zien als hun hoogste doel, zo niet hun enige hoop. Ze hebben alles al geprobeerd, van nationalisme tot regionalisme, van communisme tot kapitalisme. Het is allemaal mislukt, dus waarom zouden we het niet eens met God proberen?

Misschien heeft de globalisering deze gelaagde conflicten niet veroorzaakt, maar ze heeft ze wel versterkt, door de verschillen zichtbaarder en tastbaarder te maken. In onze geglobaliseerde wereld zijn wij het voorrecht - en, paradoxaal genoeg, de verdienste - van de onwetendheid kwijtgeraakt. Wij zien hoe alle anderen voelen en reageren, maar het ontbreekt ons aan de meest elementaire historische en culturele middelen om die reacties te kunnen ontcijferen. De globalisering heeft de weg vrijgemaakt naar een wereld die wordt beheerst door de dictatuur van de emoties - en van de onwetendheid.

Deze botsing van de emoties wordt nog verhevigd in het geval van de islam. Speciaal in de Arabische wereld overheerst in de islam een cultuur van vernedering, die wordt gevoeld door de mensen en de landen die zich beschouwen als de grote verliezers, de ergste slachtoffers, van een nieuw, onrechtvaardig internationaal bestel. Zo bezien is het Israëlisch-Palestijnse conflict exemplarisch. Het is een obsessie geworden.

Niet dat de Arabieren en de moslims zoveel om de Palestijnen geven. Integendeel, de islamitische wereld heeft de Palestijnen tientallen jaren lang nauwelijks gesteund. Dat conflict is voor hen in feite het symbool geworden van de anachronistische voortzetting van een onrechtvaardige koloniale orde, een afbeelding van hun politieke malaise en een belichaming van de - zo meent men - onmogelijkheid om over hun eigen lot te beslissen.

In de ogen van de Arabieren, en van sommige andere moslims, zijn de kracht en de taaiheid van Israël een rechtstreeks gevolg van hun eigen zwakte, verdeeldheid en corruptie. De meerderheid van de Arabieren mag dan Al-Qaeda niet steunen, zij is er ook niet van ganser harte tegen. Zij komt in de verleiding om Osama bin Laden te zien als een soort gewelddadige Robin Hood, wiens optreden, al is het dan officieel ontoelaatbaar, er wel toe heeft bijgedragen dat hun trots en waardigheid als Arabieren enigszins zijn hersteld.

Misschien zien wij daar de werkelijke botsing van de beschavingen: het emotionele conflict tussen de Europese cultuur van de angst en de islamitische, speciaal Arabische, cultuur van de vernedering. Het zou gevaarlijk zijn om te onderschatten hoe diep een zo brede gevoelsmatige kloof is; erkenning van het bestaan ervan is de eerste pijler van de overbrugging. Maar dat zal moeilijk worden, want om de gevoelsmatige botsing der beschavingen te boven te kunnen komen zal men moeten openstaan voor de “ander', en daar zijn beide partijen misschien nog niet aan toe.

Dominique Moïsi is oprichter en adviseur van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen (IFRI). Hij is tevens hoogleraar aan het Europees College in Natolin (Warschau).