“Aardplaten zijn geen botsautootjes'

Zondag 2 april houdt technisch geofysicus prof. Jacob T. Fokkema, rector magnificus van de TD Delft, de NWO-Paradisolezing onder de titel “Wat zit er in de aarde'. Paradiso, Weteringschans 6, Amsterdam, entreeprijs: 8,-; aanv: 11.00u; inl: www.klpoll.nl.

We sturen ruimtemissies naar Mars en Saturnus, maar wat weten we eigenlijk van het binnenste van de aarde? Weinig, zegt de Delftse geofysicus Jacob Fokkema. De huidige methoden, zoals het gebruik van geluidsgolven, geven alleen een beeld van de ondergrond tot 5 à 7 kilometer diepte.

Dat is al best diep.

“Het is diep genoeg om met meer succes naar olie en gas te boren. Maar van grotere diepten weten we weinig. Jules Verne was al gefascineerd door het idee van een reis naar het midden van de aarde. Maar op 30 kilometer diepte is het al 1.000 graden Celsius. Je kunt daar nauwelijks metingen doen.

“Aardbevingen ontstaan vaak op grotere dieptes. De aardschollen die elkaar ontmoeten botsen niet als botsautootjes op elkaar, maar de ene plaat schuift over de andere heen. Dat leidt tot enorme spanningen diep in de aarde. Zo ontstond de Himalaya door het botsen van India op de Chinese aardplaat. Wat drijft de aarde? Wat is de oorzaak? Dat weten we nog lang niet.

“De tsunami van 2004 ontstond door een zeer krachtige aardbeving, die op maar liefst 30 kilometer onder de aardkorst ontstond. Over zo'n 200 kilometer kwam de zeebodem plotseling enkele tientallen meters omhoog: een enorme vloedgolf, die zich tot in India en Afrika verspreidde. We gebruiken nu ook satellietbeelden om de verspreiding van zulke tsunamigolven te bekijken. Er is een alarmeringssysteem opgezet om, zodra er een tsunami optreedt, kustbewoners snel te waarschuwen.“

Zal men aardbevingen in de toekomst kunnen voorspellen?

“Voorspellen kunnen we een aardbeving nog steeds niet, maar het inzicht groeit. Om de bron van een aardbeving te bepalen zijn aan het aardoppervlak ten minste drie meetstations nodig. Die registreren de aankomsttijd van de aardbevingsgolf. Rond die meetstations kun je drie cirkels trekken en uit hun snijpunten kun je vervolgens de positie en de diepte van de aardbeving bepalen.

“Elke aardbeving zendt geluidsgolven uit, die door de aardschollen reizen. Een heel netwerk van meetstations registreert het verloop van de geluidsgolven na een aardbeving. Uit dat patroon kun je een indruk krijgen van de opbouw van die diepere aardlagen. Wij werken met een soort “snelheidsmodel'. Dit levert nog niet echt een fijnmazig beeld op van wat zich in de aarde bevindt en beweegt, al levert elke aardbeving wel nieuwe informatie op.“

Helpt het om terug te kijken in de geschiedenis?

“Dat is zeker interessant, maar gebeurtenissen uit het verleden leveren geen garanties voor de toekomst. Je weet nooit wanneer een aardplaat plotseling losschiet. En we kennen de scheurzones in grote lijnen, maar de exacte plek kunnen we ook niet voorspellen. Wie daarin slaagt is spekkoper, want er staan ontzaglijke economische belangen op het spel.“