Wereldberoemd met één stoel

Han Pieck emigreerde in de jaren vijftig naar Brazilië. Tot zijn verbazing ontdekte hij later dat een in 1946 door hem gemaakte stoel een gewild verzamelobject is geworden.

'Hij zit lekker hè', zegt Han Pieck met trots in zijn stem. Voor het eerst in heel lange tijd zit hij weer eens op de houten leunstoel die hij midden jaren veertig met zijn fabriek produceerde. 'Zelf heb ik er niet één, ze zijn te duur.' Hij schuift wat met zijn schouders over de leuning. 'Maar ik zou de rug nu toch iets anders doen.'

Han Pieck (1923) is een zoon van Anton Piecks tweelingbroer Han, kunstenaar en roemrucht spion voor de Russen. Hij is een paar dagen in Nederland en zijn bewonderaar Wiet Hekking heeft in zijn winkel Wonder Wood een kleine expositie ingericht met zes stoelen en wat knipsels en tekeningen aan de muur. Hekking is beslist niet de enige fan. De Lounge Chair geldt als een designklassieker en was een van de eerste die in zijn geheel uit één stuk multiplex werd geperst. Verzamelaars betalen er grif tussen de 2000 en 5000 euro voor. Hekking schat dat er nog zo'n vijftig over zijn.

Pieck ontwikkelde de stoel tijdens de Tweede Wereldoorlog toen hij op de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool les kreeg van de beroemde ontwerper Mart Stam, die eerder aan het Bauhaus doceerde. In 1946 en 1947 kon Pieck samen met zijn partner Maarten van Houten bij de Herstelbank 300.000 gulden krijgen uit het Marshall Fund om een fabriek op te zetten. Hij regelde bij een graanhandelaar die hem uit de verzetstijd nog wat schuldig was een gefingeerde bestelling van 10.000 stoelen en ging met een paar werknemers aan de slag in Ommen.

Een succes werd de onderneming niet, maar Pieck herinnert zich de tijd met plezier. 'We maakten stoelen volgens een nieuw procédé; een generator voor hoogfrequente stroom waarmee je in de pers de laagjes hout snel kon vormen. Het werkt als een soort magnetron, waarbij de natte lijm door de hitte snel droogt, terwijl het hout koud blijft.'

Het kostte een halfjaar om de droging gelijkmatig te krijgen en het leverde Pieck een patent op. Maar commercieel was de stoel geen succes. Meer dan 1200 zijn er niet gemaakt, en andere modellen zijn nooit in productie genomen.

De zaak ging failliet en via een beurs in Londen kwamen hij en Van Houten terecht bij het Schotse bedrijf Morris & Company, waar ze net zo'n soort pers aan de praat kregen. De fabriek maakte een eetstoel van geperst hout, de Bambi Chair die inderdaad iets heeft van het parmantige hertje. Voor Morris ging Pieck hout kopen in Brits Guyana en het leven in Zuid-Amerika beviel zo goed dat hij besloot te emigreren. Hij ritselde een visum voor Brazilië en ging werken in de houtindustrie.

Stoelen heeft hij nooit meer ontworpen, zegt Pieck. Wel een hotel in de kustplaats Bahía, zo'n duizend kilometer boven Rio de Janeiro. 'Ik kon een paar honderd meter strand kopen en heb daar een hotel neergezet met van die hutjes met palmdaken.' Zelf ontworpen, dat wel, en later heeft hij nog een paar huizen getekend. Hij werd rijk door de verkoop van het hotel.

Pieck was het hele gedoe met die stoelen eigenlijk vergeten tot Hekking vijf jaar geleden contact zocht. Ze hebben plannen voor een heruitgave, maar daar zit weinig schot in, al heeft Pieck wel de technische tekeningen met verbeterde rugleuning bij zich.

Han Pieck geniet van het succes van een stoel van zestig jaar geleden. Dat hij net als de popzangers die maar één hit scoorden een One-Chair-Wonder is gebleven, deert hem niet.