'We werken aan de kant van de waarheid'

Ze bekritiseerden het onderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede.

Als privé-speurders werken ze nu in opdracht van Maurice de Hond.

In een kamertje op de bovenverdieping van een vrijstaand huis in Rijssen staan twee laptops en twee telefoons. Het felblauwe behang verraadt dat dit vroeger een kinderkamer was. Nu wordt de ruimte volledig bezet door twee mannen van middelbare leeftijd. Op nog geen meter afstand van elkaar zitten Jan Paalman en Charl de Roy van Zuydewijn. Samen vormen ze PD Recherche Advies. Van plaats delict tot dossier, meldt hun visitekaartje.

Ergens verscholen tussen twee kasten in de kamer hangt een fotocollage van het afscheidsfeest van Paalman en De Roy van Zuydewijn. Ruim honderdtachtig collega's van de politie Twente waren aanwezig op die zomerdag vorig jaar. Eervol ontslagen, zo stond er in hun ontslagbrieven.

Maar die eer had wel een flinke deuk opgelopen. Reden voor hun ontslag was hun kritiek op de werkwijze van het zogeheten Tolteam, het rechercheteam dat de vuurwerkramp in Enschede onderzocht. In een intern memo aan hun korpschef beschuldigden Paalman en De Roy van Zuydewijn in mei 2002 het Tolteam van 'tunnelvisie'. De aandacht van het team zou te veel uitgaan naar verdachte André de V., die later werd vrijgesproken door de rechter.

De politietop stelde de kritiek destijds niet op prijs. Sterker, ze nam het document nooit serieus. Dat wekte ergernis op bij hun advocaat, J. Peters. In een uitzending van het televisieprogramma Netwerk onthulde Peters de hele affaire. Een dag later werden Paalman en De Roy van Zuydewijn geschorst.

Al snel kregen ze het predikaat 'klokkenluider'. De kritiek op het onderzoek was tot daar aan toe, maar dat ze die ook lekten, was de druppel die de emmer deed overlopen. Het duo trok zijn conclusie en besloot het korps te verlaten. De blauwe pet waarop ze zo trots waren, moesten ze, net als hun uniform, achterlaten op het bureau.

En nu zijn Paalman en De Roy van Zuydewijn privé-detectives, een haast mythisch beroep, beoefend door Hercule Poirot en Jessica Fletcher. Hun bureau richtten ze enkele maanden na hun ontslag op met hun vertrekpremie. Want al snel begon het vuur van binnen weer te branden.Tot hun klanten rekenen ze advocaten, deurwaarders en particulieren. Ze sporen gestolen jachten en auto's op, maar de grote opdrachtgever is op dit moment Maurice de Hond. De opiniepeiler huurt hen in om onderzoek te verrichten in de Deventer moordzaak, een geruchtmakende zaak uit 1999 waarbij volgens De Hond een onschuldige man vastzit. Afgelopen maanden haalde De Hond alles uit de kast om de onschuld van die man, fiscalist Ernest Louwes, te bewijzen. Hij werd in 2004 veroordeeld tot twaalf jaar wegens moord op de weduwe Wittenberg.

De bevindingen van Paalman en De Roy van Zuydewijn hebben mogelijk de doorslag gegeven voor een unieke beslissing van de top van het openbaar ministerie, het College van Procureurs-Generaal: het college laat oriënterend vooronderzoek doen naar de zaak, die al lang was afgesloten. Binnenkort wordt bekend wat dat onderzoek heeft opgeleverd.

De Hond had Paalman en De Roy van Zuydewijn voor het eerst ontmoet tijdens een vergadering bij Gert-Jan Knoop, de advocaat van Louwes. Twee klassieke rechercheurs, was de eerste indruk die De Hond van hen had. 'Een beetje stug, maar ook vriendelijk en degelijk.'

Drie maanden geleden begonnen ze voor De Hond te werken in de Deventer moordzaak. Zijn eerste opdracht klonk op papier vrij simpel: loop wat rond in Deventer. Schaduw enkele verdachten. Geef je ogen en oren de kost.

Twee maanden lang hebben Paalman en de Roy van Zuydewijn dat gedaan: rondgelopen, gehangen en gereden in de stad Deventer. Hun aandacht ging al snel uit naar de tweede verdachte: klusjesman Michael de J., die nauw contact had met de weduwe Wittenberg.

De twee rechercheurs zetten alles op alles om met de vriendin van Michael de J. te spreken, Meike W. Ze volgden haar en bezochten haar uiteindelijk op haar werk. Daar legt ze een haastig geformuleerde verklaring af waarbij ze volgens Paalman het alibi van haar vriend onderuit haalde. Een novum, concludeerde De Hond. Samen met ander materiaal zou dit Louwes vrij moeten krijgen. Niet lang daarna publiceerde De Hond het verhaal op internet. In de publicatie worden De J. en zijn vriendin met naam en toenaam vermeld.

Dát vonden Paalman en De Roy van Zuydewijn niks. Zonder toestemming lagen bijna al hun onderzoeksgegevens op straat. 'En dat is dodelijk voor een rechercheonderzoek', zegt Jan Paalman. Voor de tweede keer in hun carrière werd hun kritiek op een reeds afgesloten onderzoek openbaar.

De Hond reageert begripvol: 'Ik kan mij voorstellen dat ze er onderzoekstechnisch niet blij mee zijn. Maar als ik alles geheim had gehouden, had het openbaar ministerie nooit aandacht besteed aan deze zaak.'

Bovendien is dit nu eenmaal het risico van een particulier recherchebureau, geven ze toe: de klant mag met de onderzoeksgegevens doen wat hij wil, hoe pijnlijk dat soms is.

Eén ding hebben Paalman en De Roy van Zuydewijn nu dan ook geleerd: als particulier rechercheur ben je minder onafhankelijk dan als je bij de politie werkt. Een rechercheur bij de politie ziet de stapel dossiers als het goed is spontaan groeien. Maar PD Recherche Advies moet zelf op zoek naar zaken en klanten.

Critici vinden dat ze daardoor grenzen overschrijden. 'Het zou mij niet verbazen als ze deze zaak gebruiken om hun bureautje op de kaart te zetten', zegt J. Vlug, de advocaat van Michael en zijn vriendin. Hij is kwaad vanwege de verhoormethodes van PD Recherche Advies en hun - in zijn ogen - voorbarige conclusies. 'Maurice de Hond en de rechercheurs zijn één pot nat. Het ontbreekt alledrie aan een kritische blik', zegt hij gepikeerd.

Paalman en De Roy van Zuydewijn zouden zijn cliënt Meike W. hebben 'overvallen' op haar werk en het gesprek onaangekondigd hebben opgenomen. Paalman ontkent dit niet. Het gesprek zou echter niet zijn opgenomen: de batterij van het opnameapparaat was namelijk leeg.

Of de twee particuliere speurders en hun opdrachtgever gelijk krijgen, weten we pas over pas enkele weken. Dan neemt het openbaar ministerie het besluit om op basis van forensisch onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk de Deventer moordzaak te heropenen - of niet.

Ondanks hun kritische opstelling jegens het openbaar ministerie in de verschillende zaken, zien de beide ex-rechercheurs zichzelf niet als luizen in de pels. 'Wij zijn geen klokkenluiders. Wij doen alleen aan waarheidsvinding', zei De Roy van Zuydewijn in een interview met RTV Oost in december. 'Het is gewoon ons werk. En we vinden dit nog steeds een schitterend spelletje.' Zijn collega Paalman: 'We blijven werken aan de kant van de waarheid.' Hun eigen advocaat, J. Peters: 'Ze hebben ooit tegen mij gezegd: 'Wij hebben die eed afgelegd en wijken daar niet van af. Ook als ons dat in de problemen helpt'.'

Meer over de poging Louwes' onschuld aan te tonen op www.geenonschuldigenvast.nl