Van plaats delict tot dossier

In een zolderkamer in Rijssen zijn twee oud-rechercheurs voor

zichzelf begonnen. Ze sporen gestolen auto's op maar verzamelen nu vooral tegenbewijs in de Deventer-moordzaak.

In een klein kamertje op de bovenverdieping van een vrijstaand huis in Rijssen staan twee laptops en twee telefoons. Vroeger lagen hier kinderen te slapen, het felblauwe behang verraadt dat dit een kinderkamer was. Nu wordt de ruimte bijna volledig gevuld door twee mannen op middelbare leeftijd. Op nog geen meter afstand van elkaar zitten Jan Paalman en Charl de Roy van Zuydewijn. De laatste in een brandschoon fluwelen jasje. Paalman in een blouse met houthakkersmotief. Samen vormen ze PD Recherche Advies. Van plaats delict tot dossier, meldt hun visitekaartje.

De muren van de kamer in het huis van Jan Paalman worden bedekt door grote, slechts halfgevulde kasten. Ergens verscholen tussen twee kasten hangt een fotocollage van het afscheidsfeest van Paalman en De Roy van Zuydewijn. Meer dan honderdtachtig collega's van de politie Twente waren aanwezig op die zomerdag in 2005. Eervol ontslagen, zo stond er in hun ontslagbrieven.

Maar die eer had wel een flinke deuk opgelopen. Reden voor hun ontslag was hun kritiek op de werkwijze van het zogeheten Tolteam, het rechercheteam dat de vuurwerkramp in Enschede onderzocht. In een intern memo (het 'meimemo') aan hun korpschef P. Deelman beschuldigden Paalman en De Roy van Zuydewijn in mei 2002 het Tolteam van 'tunnelvisie'. De aandacht van het team zou te veel uitgaan naar verdachte André de V., die later werd vrijgesproken door de rechter.

Het rechercheteam en het openbaar ministerie stelden de kritiek destijds niet op prijs. Sterker, ze nam het document nooit serieus, aldus de twee rechercheurs. Dat wekte ergernis op bij hun advocaat, John Peters. In een uitzending van het tv-programma Netwerk onthulde Peters de hele affaire. De redactie zette het 'meimemo' op internet. Een dag later werden Paalman en De Roy van Zuydewijn geschorst, op last van hun korpschef Deelman.

Al snel kregen ze het predikaat 'klokkenluider'. De kritiek op het onderzoek was tot daar aan toe, maar dat ze ook zouden hebben gelekt was voor de korpsleiding reden om de twee rechercheurs te schorsen. Het duo trok zijn conclusie en besloot het korps te verlaten. De blauwe pet waar ze zo trots op waren, moesten ze, net als het uniform, achterlaten op het bureau.

En nu zijn Paalman en De Roy van Zuydewijn private investigators, een haast mythisch beroep, beoefend door Hercule Poirot en Jessica Fletcher. Hun bureau richtten ze enkele maanden na hun ontslag op met de vertrekpremie die ze hadden gekregen. Want al snel na hun vertrek begon het vuur van binnen weer te branden. Eens rechercheur, altijd rechercheur, zegt oud-districtcollega rechercheur Joop Kamperman.

Tot hun klanten rekenen ze advocaten, deurwaarders of particulieren. Ze sporen gestolen jachten en auto's op. Maar de grote opdrachtgever en geldschieter is op dit moment Maurice de Hond. De opiniepeiler huurt hen in om particulier onderzoek te verrichten in de Deventer moordzaak, een geruchtmakende zaak uit 1999 waarbij volgens De Hond een onschuldige man vastzit. Afgelopen maanden haalde De Hond alles uit de kast om de onschuld van die man, de fiscalist Ernest Louwes, te bewijzen. Hij werd veroordeeld tot 12 jaar celstraf wegens de gewelddadige moord op de weduwe Wittenberg. De Hoge Raad oordeelde in 2003 dat in deze zaak het bewijsmateriaal niet deugde, maar bij de herzieningszaak in 2004 werd vooral dankzij nieuw DNA-materiaal de veroordeling gehandhaafd.

De bevindingen van Paalman en De Roy van Zuydewijn hebben mogelijk de doorslag gegeven voor een unieke beslissing van de top van het openbaar ministerie, het College van procureurs-generaal: justitie doet, ondanks dat de Hoge Raad zich ook al over deze zaak heeft gebogen 'oriënterend vooronderzoek' naar de zaak. Binnenkort wordt bekend wat dat onderzoek heeft opgeleverd.

De Hond had Paalman en De Roy van Zuydewijn voor het eerst ontmoet tijdens een vergadering bij Gert-Jan Knoops, de advocaat van Ernst Louwes. Twee klassieke rechercheurs, was de eerste indruk die De Hond van hen had. 'Het zijn typische mannen afkomstig uit het oosten van het land. Een beetje stug, maar ook vriendelijk en degelijk.'

Drie maanden geleden begonnen ze voor De Hond te werken aan de Deventer moordzaak. Zijn eerste opdracht klonk op papier vrij simpel: loop wat rond in Deventer. Schaduw enkele verdachten. Geef je ogen en oren de kost.

Twee maanden lang hebben Paalman De Roy van Zuydewijn dat gedaan: rondgelopen, gehangen en gereden in de stad Deventer. Hun aandacht ging al snel uit naar de tweede verdachte: de klusjesman Michael de J., die nauw contact had met de weduwe Wittenberg.

De twee rechercheurs zetten alles op alles om met de vriendin van Michael de J. te spreken, Meike W. Ze volgden haar en bezochten haar uiteindelijk op haar werk. Daar legde ze een haastige verklaring af, waarbij ze volgens Paalman het alibi van haar vriend onderuithaalde. Een novum, concludeerde De Hond. Samen met ander 'bewijs' zou dit Louwes vrij moeten krijgen. Snel daarna publiceerde De Hond het verhaal op internet.

Paalman en De Roy van Zuydewijn vonden dat niks. Zonder toestemming lagen bijna al hun onderzoeksgegevens op straat. 'En dat is dodelijk voor een rechercheonderzoek', zegt Jan Paalman. Voor de tweede keer in hun carrière kwam kritiek op een reeds afgesloten onderzoek op straat te liggen. 'Het druist in tegen mijn recherchegevoel', zegt Paalman enigszins verbitterd.

De Hond reageert begripvol. 'Ik kan mij voorstellen dat ze er onderzoekstechnisch niet blij mee zijn. Maar ik had geen keus. Als ik alles geheim had gehouden was dit nooit naar buiten gekomen en had het openbaar ministerie nooit enige aandacht besteed aan deze zaak.'

Bovendien is dit nu eenmaal het risico van een particulier recherchebureau, geven ze toe: de klant mag doen met de onderzoeksgegevens wat hij wil. Pijnlijk is dat soms wel: de namen van hun verdachte, Michael de J., en die van zijn vriendin, kwamen door Maurice de Hond volop in de publiciteit.

Eén ding hebben Paalman en De Roy van Zuydewijn nu dan ook geleerd: als particulier rechercheur ben je minder onafhankelijk dan als je bij de politie werkt. Een rechercheur in dienst van de politie ziet de stapel dossiers als het goed is spontaan groeien. Er is altijd werk. Maar PD Recherche Advies moet zelf op zoek naar zaken en klanten.

Critici vinden dat ze daardoor grenzen overschrijden. 'Het zou mij niet verbazen als ze deze zaak [Deventer moordzaak, red.] gebruiken om hun bureautje op de kaart te zetten', zegt mr J. Vlug, de advocaat van Michael de J. en Meike W. 'Maurice de Hond en de rechercheurs zijn één pot nat. Het ontbreekt alledrie aan een kritische blik', zegt hij gepikeerd.

Vlug is vooral kwaad om de verhoormethodes van PD Recherche Advies. Paalman en De Roy van Zuydewijn zouden Meike hebben 'overvallen' op haar werk met een vragenvuur. Ook zouden ze het gesprek heimelijk hebben opgenomen. Paalman ontkent dit niet. Het belastende gesprek zou echter wegens een technisch defect niet zijn opgenomen: de batterij van de opnamerecorder was toevallig leeg.

Hun eigen advocaat, John Peters, bestrijdt de mening van Vlug. Peters bood rechtshulp aan Paalman en De Roy van Zuydewijn tijdens de afwikkeling van hun ontslag. 'Ze hebben ooit tegen mij gezegd: 'Wij hebben die eed afgelegd en wijken daar niet vanaf. We zullen de waarheid vertellen. Ook als ons dat in de problemen helpt'.'

Zeven maanden bestaat PD Recherche Advies nu. 'Het is een tweede keus', zegt Bert Albers, een goede vriend van Jan Paalman. 'Jan en Charl waren liever bij de politie gebleven. Dat ze destijds weg moesten, steekt ze nog steeds. Maar nu ze die keuze hebben gemaakt, gaan ze er vol enthousiasme tegenaan.'

Dat ze na hun ontslag voor zichzelf zijn begonnen, verbaast Joop Kamperman evenmin. Hij werkte meer dan twintig jaar met hen samen. 'Terug naar de politie was voor hen geen optie, ook niet bij een ander korps. Het ontslag heeft ze diep geraakt. Zoiets doet pijn.'

De klokkenluiders moesten hun biezen pakken. Waarom doorgaan met hetzelfde werk na zo'n behandeling op de werkvloer? De Roy van Zuydewijn was ooit schilder en Paalman heeft een blauwe maandag nog de Middelbare Hotelschool gevolgd. Ze hadden ook iets heel anders kunnen gaan doen.

'Wij zijn geen klokkenluiders. Wij doen alleen aan waarheidsvinding', zei De Roy van Zuydewijn in een interview met RTV-Oost in december. 'Het is gewoon ons werk. En we vinden dit nog steeds een schitterend spelletje.' Zijn collega Paalman: 'We blijven werken aan de kant van de waarheid. Wel zijn we nu vaker ingehuurd door de verdediging. Het zal meer richting die kant gaan dan de kant van het openbaar ministerie. Maar de waarheid komt vooraan.' In de Volkskrant zei Paalman over de werkwijze van het OM: 'Als je ziet dat iets misgaat in een politieonderzoek, moet je een kerel zijn en zeggen: dat hebben we fout gedaan. Maar bij het openbaar ministerie doen ze dat niet.'

'En die kritische houding bewonder ik aan ze', zegt P. Deelman, de korpschef van wie ze ontslag kregen. Nu het onderzoek gesloten is, wil hij wel terugkijken op de hele affaire. 'Het optreden van hun advocaat Peters in Netwerk zette de situatie op scherp. Ik had ze verboden om de publiciteit te zoeken. Dat was schadelijk voor het aanzien van de politie en het openbaar ministerie.' De memo die de rechercheurs stuurden is volgens hem wel degelijk serieus genomen. De korpschef betitelt zijn oud-werknemers als 'professionals en harde werkers'. Maar enige kritiek is er ook. 'Ze waren gefixeerd op hún waarheid van het verhaal, wat ik achteraf niet ga betwisten.'

Ze zijn allebei gedreven, zegt Sigmund Beitler, die Charl vijfentwintig jaar geleden op een vakantie in Zwitserland ontmoette. 'Charl is standvastig en principieel. Dat maakt hem een goede rechercheur. Als hij ergens voor staat, en hij denkt dat het zo is, dan gaat hij er helemaal voor. Dan wijkt hij niet snel af van zijn standpunten.' Paalman is impulsiever. 'Hij is wat loslippiger', zegt Beitler. De Roy van Zuydewijn is meer het zakelijke deel van het duo. 'Charl denkt meer na voordat hij iets zegt.'

Geloof speelt voor beiden een belangrijke rol. Ze zijn nauw betrokken bij verschillende kerkbesturen in het gelovige stadje Rijssen. 'Geloof is voor Jan de manier om zijn gevoelens te verwerken. Het is een soort van uitlaatklep', aldus Joop Kamperman.

De Roy van Zuydewijn is bij een andere kerk actief. Daar valt zijn doortastende, zakelijke manier van werken op, zegt Jos Nijland, vice-voorzitter van het kerkbestuur van de Dionysiuskerk. Er was een probleem in de kerk - het orgel was aan vervanging toe. Een kostenpost van bijna twee ton. Nijland: 'Hij was de enige die op het idee kwam om misschien een elektronisch orgel aan te schaffen. Dat kost maar 40.000. Hij heeft het onderzocht en is een aantal zaken langsgegaan. Daaruit bleek dat de klank nauwelijks is te onderscheiden van een echt orgel. Dat is typisch Charl: heel inventief.'

Kamperman sluit zich hierbij aan. De oud-collega van Jan Paalman weet zich nog een zaak van ongeveer tien jaar geleden te herinneren. 'We hadden een verdachte met de bijnaam Appie. Hij zou in een woonwagenkamp in het bezit zijn van drugs. Wij wisten wel zijn naam maar niet wie hij was. Jan kwam een man tegen van wie hij vermoedde dat dit Appie was en riep, onverwachts: ha Appie! De verdachte reageerde direct. Daarmee had hij zich verraden. Ik weet nog steeds niet hoe Jan dat wist.'