Topondernemers controleren de universiteiten

Belangenverstrengeling ligt op de loer bij het toezicht op universiteiten. In de raden van toezicht is het bedrijfsleven sterk vertegenwoordigd.

Topman Peter Elverding van het Limburgse chemieconcern DSM is op 1 februari van dit jaar voorzitter geworden van de raad van toezicht van de Universiteit Maastricht. Begrijpelijk wellicht, een topondernemer als boegbeeld van een universiteit. Maar de universiteit en DSM werken ook nauw samen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. In 2004 hebben ze zelfs een 'strategische alliantie' gesloten. Zo doen DSM, de universiteit en het academisch ziekenhuis onderzoek naar 'biomaterialen' voor een nieuwe behandeling van hart- en vaatziekten. Hoe zal de baas van DSM als voorzitter van de raad van toezicht van de universiteit beslissen als een concurrent van DSM met betere samenwerkingsvoorstellen komt?

Universiteiten worden grotendeels betaald door de overheid, maar steeds minder door haar gecontroleerd. Dat moeten 'raden van toezicht' doen, net als bij veel andere maatschappelijke instellingen. Het is de taak van die raden toe te zien op een eerlijke afweging van alle belangen waar een universiteit rekening mee moet houden. Daarom moeten ze onafhankelijk zijn. Toezichthouders mogen 'geen direct belang kunnen hebben bij de instelling', zo schreef staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) in december 2005 aan de Tweede Kamer. In de praktijk hebben veel toezichthouders echter banden met instellingen of bedrijven waarmee de universiteit ook 'zaken' doet, zo blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad. Concrete 'misstanden' zijn moeilijk aan te tonen, maar belangenverstrengeling ligt voortdurend op de loer. Voormalig onderwijsminister Ritzen wilde universiteiten zo'n tien jaar geleden meer in de samenleving verankeren: leden van de raad van toezicht konden de band met de maatschappij versterken. De vraag is of die verankering niet is doorgeschoten. Is het toezicht op de universiteiten wel onafhankelijk genoeg?

'Je moet erg voorzichtig zijn met financiële banden', zegt Trudy Blokdijk, bezig met een proefschrift over toezicht en zelf lid van de raad van toezicht van de Universiteit van Tilburg. 'Ik wil niet oordelen over concrete gevallen, maar het lijkt mij vanzelfsprekend dat als een toezichthouder een aannemingsbedrijf heeft, de universiteit aan dat bedrijf geen opdracht geeft voor een groot bouwproject.' Maar of dat overal zo vanzelfsprekend wordt gevonden is de vraag. Wat te denken van de keuze door de Universiteit Utrecht eind vorig jaar voor Capgemini in een 'unieke uitbesteding' als leverancier en beheerder van al haar informatietechnologie? Twee maanden eerder was als lid van de raad van toezicht Caren van Egten aangetreden, vice-president van datzelfde Capgemini. Volgens een woordvoerder van de Universiteit Utrecht ging het om een Europese aanbesteding waar de raad van toezicht geen directe bemoeienis mee had.

Soms zijn dit soort verbanden nog structureler van aard, zoals het voorbeeld van Maastricht en DSM laat zien. Voor Maastricht, waar oud-minister Ritzen inmiddels de scepter zwaait, is onafhankelijkheid niet belangrijk: 'We kiezen juist voor inbedding in de maatschappij', aldus een woordvoerder van de universiteit. 'Belangenverstrengeling is niet aan de orde, de raad van toezicht staat op afstand.'

'Ik vind dat niet goed', zegt Frank Breemer van adviesbureau Berenschot, die onderzoek heeft gedaan naar het functioneren van raden van toezicht. 'Het gevaar is toch dat zo iemand zich actief bemoeit met onderwijs of onderzoek. Dat kan tot belangenverstrengeling leiden. Het is goed dat een universiteit banden heeft met een groot bedrijf uit de regio, maar dat zou ik anders vorm geven, op facultair niveau bijvoorbeeld. Stel nu dat de samenwerking met dat bedrijf een strop van een paar miljoen euro oplevert? Wat moet de raad van toezicht dan zeggen? Het gaat om onafhankelijke beoordeling van belangen. Als je zelf een belang vertegenwoordigt heb je op zijn minst de schijn tegen je.'

Vergelijkbare situaties doen zich voor in Eindhoven waar de baas van Philips uit hoofde van zijn functie ook voorzitter is van de raad van toezicht van de Technische Universiteit. En in Groningen, waar George Verberg sinds 2002 voorzitter is van de raad van toezicht en tot voor kort de baas was van de Gasunie, een belangrijke werkgever in het noorden. Met diezelfde Gasunie heeft de universiteit een 'strategische alliantie' waarmee miljoenen euro's zijn gemoeid. Gezamenlijk richtten ze in 2003 het prestigieuze Energy Delta Institute (EDI) op, een onderzoekscentrum en businessschool op het gebied van kennis over aardgas. Kon de raad van toezicht onder voorzitterschap van Verberg wel goed de voor- en nadelen afwegen toen ze een fiat gaf voor deze grote investering? De samenwerking met Gasunie gaat zelfs verder: zo beheert de universiteit bibliotheken van de Gasunie, en doneerde de Gasunie in 2003 bij haar 40-jarig bestaan twee miljoen euro om drie leerstoelen te financieren: 'industriële organisatie, in het bijzonder van de energiesector', 'geopolitiek en energiemanagement' en 'energierecht'. 'Wij gaan ervan uit dat mensen in de raad als persoon zitting hebben', zo laat een woordvoerder van het college van bestuur weten. 'De onafhankelijkheid wordt dus niet aangetast.'

Het ministerie van OCW erkent het gevaar van belangenconflicten in raden van toezicht en worstelt met het probleem. In 2004 hield het de benoeming tegen van ABN Amro-bestuurder Joost Kuiper als toezichthouder van de Universiteit van Amsterdam. Het voornemen had tot onvrede geleid binnen medezeggenschapsraden, ondermeer omdat ABN Amro ook de huisbankier van de universiteit is.

'Maastricht en Groningen hebben we destijds wel toegestaan', zegt een woordvoerder van staatssecretaris Rutte, die toegeeft dat je er ook anders over zou kunnen oordelen: 'We zoeken naar een evenwicht. Enerzijds moeten het deskundige mensen zijn, anderzijds mogen ze niet te dicht bij de universiteit komen.'