Toezichthouder maar ook toeleverancier

Onafhankelijke raden van toezicht controleren de besturen van universiteiten.

Maar er zitten bedrijven in die financiële banden hebben met diezelfde universiteiten.

Bibliotheken van de universiteit Delft (rechtsboven), van de Rechtenfaculteit in Leiden (rechts) en van de Universiteit Utrecht. Foto's Freek van Arkel, Marc de Haan en Sijmen Hendriks/ Hollandse Hoogte. Nederland, Delft, 2004. Bibliotheek van de universiteit van Delft, Studenten studeren in boeken voor de grote in etages gebouwde boekenkast Foto; Freek van Arkel/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Topman Peter Elverding van het Limburgse chemieconcern DSM is op 1 februari van dit jaar voorzitter geworden van de raad van toezicht van de Universiteit Maastricht. De Universiteit Maastricht en DSM werken nauw samen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. In 2004 sloten ze een 'strategische alliantie'. Zo doen DSM, de universiteit en het academisch ziekenhuis onderzoek naar biomaterialen, voor een nieuwe behandeling van hart- en vaatziekten. Hoe zal de baas van DSM als voorzitter van de raad van toezicht van de universiteit beslissen als een concurrent van DSM met betere samenwerkingsvoorstellen komt?

Universiteiten worden grotendeels betaald door de overheid, maar steeds minder door haar gecontroleerd. Dat moeten 'raden van toezicht' doen, net als bij veel andere maatschappelijke instellingen. Het is de taak van die raden toe te zien op de verschillende afwegingen van een universiteit. Daarom moeten ze onafhankelijk zijn. Toezichthouders mogen 'geen direct belang kunnen hebben bij de instelling', schreef staatssecretaris Rutte van Onderwijs in december aan de Tweede Kamer.

In de praktijk hebben veel toezichthouders echter banden met instellingen of bedrijven waarmee de universiteit ook 'zaken' doet, zo blijkt uit onderzoek van deze krant. Toenmalig minister Ritzen van Onderwijs wilde universiteiten zo'n tien jaar geleden meer in de samenleving verankeren: leden van de raad van toezicht konden de band met de maatschappij versterken. De vraag is of die verankering niet is doorgeschoten. Is het toezicht op de universiteiten onafhankelijk genoeg?

'Je moet erg voorzichtig zijn met financiële banden', zegt Trudy Blokdijk, bezig met een proefschrift over toezicht en zelf lid van de raad van toezicht van de Tilburgse universiteit. 'Ik wil niet oordelen over concrete gevallen, maar het lijkt mij vanzelfsprekend dat als een toezichthouder een aannemingsbedrijf heeft, de universiteit dat bedrijf geen opdracht geeft voor een groot bouwproject.'

Of dat overal zo vanzelfsprekend wordt gevonden, is de vraag. Wat te denken van de keuze door de Universiteit Utrecht eind vorig jaar voor Capgemini, in een 'unieke uitbesteding' als leverancier en beheerder van al haar informatietechnologie? Twee maanden eerder was als lid van de raad van toezicht Caren van Egten aangetreden, vice-president van datzelfde Capgemini. Geen belangenverstrengeling bij dit miljoenencontract, stelt de universiteit. Volgens een woordvoerder ging het om een Europese aanbesteding, waarmee de raad van toezicht geen directe bemoeienis heeft gehad.

Soms zijn dit soort verbanden structureler van aard, zoals het voorbeeld van Maastricht en DSM laat zien. Maastricht, waar oud-minister Ritzen inmiddels de scepter zwaait, ziet geen kwaad in de nauwe banden: 'We kiezen juist voor inbedding in de maatschappij', aldus een woordvoerder van de universiteit: 'Belangenverstrengeling is niet aan de orde, de raad van toezicht staat op afstand.'

'Ik vind dat niet goed', zegt Frank Breemer van adviesbureau Berenschot, die onderzoek heeft gedaan naar het functioneren van raden van toezicht. 'Het gevaar is toch dat zo iemand zich actief bemoeit met onderwijs of onderzoek. Dat kan tot belangenverstrengeling leiden. Het is goed dat een universiteit banden heeft met een groot bedrijf uit de regio, maar dat zou ik anders vorm geven, op facultair niveau bijvoorbeeld. Stel dat de samenwerking met dat bedrijf een strop van een paar miljoen euro oplevert? Wat moet de raad van toezicht dan zeggen? Het gaat om onafhankelijke beoordeling van belangen. Als je zelf een belang vertegenwoordigt, heb je op zijn minst de schijn tegen.'

Vergelijkbare situaties doen zich voor in Eindhoven, waar de baas van Philips, Gerard Kleisterlee, voorzitter is van de raad van toezicht van de technische universiteit. En in Groningen, waar George Verberg sinds 2002 voorzitter is van de raad van toezicht en tot voor kort de baas was van de Gasunie, een belangrijke werkgever in het noorden. Met diezelfde Gasunie heeft de universiteit een strategische alliantie waarmee miljoenen euro's zijn gemoeid. Gezamenlijk richtten ze in 2003 het prestigieuze Energy Delta Institute (EDI) op, een onderzoekscentrum en business school op het gebied van kennis over aardgas.

De samenwerking met Gasunie gaat verder. Zo beheert de universiteit bibliotheken van de Gasunie en doneerde de Gasunie in 2003 bij haar 40-jarig bestaan 2 miljoen euro om drie leerstoelen te financieren: 'industriële organisatie, in het bijzonder van de energiesector', 'geopolitiek en energiemanagement' en 'energierecht'. Voor de universiteit zelf is de onafhankelijkheid geen punt van discussie geweest: 'Wij gaan ervan uit dat mensen in de raad op persoonlijke titel zitting hebben', zo laat een woordvoerder van het college van bestuur weten: 'De onafhankelijkheid wordt dus niet aangetast.'

Het ministerie van Onderwijs erkent het gevaar van belangenconflicten in raden van toezicht en worstelt met het probleem. In 2004 hield het de benoeming tegen van ABN Amro-bestuurder Joost Kuiper als toezichthouder van de Universiteit van Amsterdam. Het voornemen had tot onvrede geleid binnen medezeggenschapsraden, onder meer omdat ABN Amro ook de huisbankier van de universiteit is. 'Maastricht en Groningen hebben we destijds wel toegestaan', zegt het ministerie, dat toegeeft dat daarover ook anders te oordelen is. 'We zoeken naar een evenwicht. Enerzijds moeten het deskundige mensen zijn, anderzijds mogen ze niet te dicht bij de universiteit komen.'

Reacties en tips: universiteiten@nrc.nl