Onrustig HC Eindhoven weigert te capituleren

HC Eindhoven vat moed na gelijkspel (3-3) tegen HGC.

Trainer-coach Rob Haantjes maakt begin met bijleggen van conflict met verbannen aanvoerder Marnix van Rijn.

Ronald Brouwer van HGC (links) in duel met Lucas ter Haar van Eindhoven. Foto Vincent van den Hoogen Eindhoven, Hockey Eindhoven-HGC; spelmoment tussen HGC (links, nr. 9) en EIndhoven (rechts, nr. 12). Foto Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

'Altijd iets te beleven', luidt de opgewekte tekst op de website van de nummer voorlaatst uit de mannenhoofdklasse. HC Eindhoven (HCE) balanceert op de rand van de afgrond, maar saai? Saai is het nooit bij de paars-groene fusieclub uit Eindhoven-Noord.

Gisteren kwam HGC op bezoek op het gemeentelijk sportpark Woensel voor een zogeheten 'zespuntenwedstrijd'. Op de eerste lentedag van het jaar brak zowaar de zon door voor de nieuwkomer in de hoogste afdeling: voor het eerst in ruim vijf maanden behaalde Eindhoven weer eens een puntje (3-3), en dat kan de veelgeplaagde ploeg van Rob Haantjes goed gebruiken in de strijd tegen degradatie. 'We hebben onszelf eigenlijk te kort gedaan doordat we na de 3-2 veel te angstig hockeyden', verzucht de trainer-coach na afloop. 'Maar goed, tegelijkertijd hebben we weer ouderwets gebikkeld.'

Wat dat is, weet Bloemendaal-coach Michel van den Heuvel. Groen en geel ergerde hij zich vorige week aan het 'anti-hockey' van Eindhoven. Lachend nam Haantjes kennis van het misprijzende commentaar van zijn collega, die nog niet zo lang geleden als adviseur verbonden was aan HCE. 'Misschien moet Michel het me nog maar eens uitleggen, maar in welk trainershandboek staat geschreven dat wij open huis moeten houden? Er was niets aan de hand. De enige die geel kreeg, was hij nota bene.'

Haantjes, bezig aan zijn vierde en laatste seizoen als hoofdcoach, is vol goede moed, ondanks de belabberde positie op de ranglijst. Eindhoven en Laren hebben beide acht punten na zestien duels, maar de Brabanders beschikken over een beter doelsaldo, waardoor de ploeg uit 't Gooi nu de twaalfde plaats bezet, die aan het einde van het seizoen rechtstreekse degradatie betekent. Met dat doemscenario houdt Haantjes vooralsnog geen rekening, want: 'Ik zie weer strijdlust, ik zie weer beleving.'

Bovendien sluit de coach 'een Indische verrassing' niet uit. Daarmee doelt hij op een mogelijk spoedige terugkeer van de drie Indiërs die Eindhoven bij het begin van het seizoen aantrok, maar die sindsdien slechts zes duels mochten meedoen: aanvaller Vir Raja, middenvelder Nitim Kumar en strafcornerschutter Sandeep Singh. Haantjes' hoop is gevestigd op een verlenging van het tijdelijke visum, dat het drietal in staat stelde vóór de winterstop in actie te komen.

Maar ook zonder buitenlandse inbreng laat de erfopvolger van Racing en Tegenbosch zich niet zomaar terugsturen naar de overgangsklasse, zoals het onmachtige HGC gisteren ondervond. Het veerkrachtige optreden is een klein wonder, want achter de schermen was het de afgelopen maanden allerminst rustig. Met name aanvoerder Marnix van Rijn roerde zich. Of beter: de oud-international (zes caps) hulde zich in een mysterieus stilzwijgen, dat door Haantjes (38) werd uitgelegd als een motie van wantrouwen. 'Marnix volgde zijn eigen agenda.'

Het was voor Haantjes aanleiding zijn eigengereide aanvoerder eind vorige maand, vlak na de 7-3 nederlaag tegen Tilburg, uit de selectie te zetten. Al kreeg de achterban te horen dat Van Rijn voorrang had gegeven aan zijn studie bouwkunde. Maar die mededeling was, zo erkent Haantjes, een leugentje om bestwil. 'Ik vind Marnix een prima hockeyer en daarnaast ook nog eens een fijne jongen, maar als hij niet bereid is een andere bril op te zetten, zijn we uitgepraat.'

Op zijn beurt wil Van Rijn, gisteren aandachtig toeschouwer, 'vooral niet met modder gooien, want daarvoor is deze club mij veel te lief'. Maar de 28-jarige middenvelder ontkent niet dat hij 'een verschil van inzicht' heeft met de coach, die hij al van jongs af aan kent. 'Het probleem is dat deze club zich heeft voorgenomen om te groeien, vooral in professioneel opzicht, maar daar komt in de praktijk weinig tot niets van terecht. Goed, we zijn gepromoveerd, maar sindsdien constateer ik een neergaande in plaats van een opgaande lijn. Zowel op als langs het veld is het allemaal veel te vrijblijvend. Het aanwezige potentieel wordt niet uitgebuit.'

Met name Haantjes zou zich dat moeten aantrekken, meent Van Rijn, die zich 'gekwetst' zegt te voelen door zijn verbanning. 'Ik ben dan misschien niet de makkelijkste, maar topsport wemelt van de lastige mensen en dat is geen toeval. Ik heb een mening, en die wil ik uiten. Zeker als ik zie dat er hockeyinhoudelijk nog het nodige te verbeteren valt. Maar dat wordt dus niet gewaardeerd. De chaos en de emotie regeren hier; het ontbreekt aan de grote, heldere lijnen, die passen bij hoofdklassehockey. Wij denken hier dat we het met de 'overgangsklasse-aanpak' ook wel eventjes gaan redden.'

De eerste haarscheuren kwamen vorig najaar al aan het licht, toen Haantjes en Van Rijn het tijdens een training aan de stok kregen ten overstaan van de rest van de selectie. In plaats van het conflict meteen in de kiem te smoren, kozen beiden voor een adempauze. Haantjes neemt dat vooral zichzelf kwalijk. 'Ik had een grote kerel moeten zijn en het probleem meteen moeten tackelen. Heb ik niet gedaan, en dat was niet slim.'

Van Rijn is pas weer welkom als hij zich schikt naar het teambelang, en de door Haantjes uitgestippelde koers. 'Als iemand open staat voor andere geluiden, ben ik het wel', zegt de coach. 'Soms zelfs te veel, dat is een beetje mijn tragiek. Maar als hoofdcoach moet ik op een gegeven moment een lijn trekken.' Van Rijn is best bereid tot een dialoog, op voorwaarde dat 'ik niet langer het gevoel heb tegen een muur te praten'.

Hoezeer beiden tot elkaar veroordeeld zijn, blijkt ruim een uur na afloop, wanneer coach en pupil in het clubhuis alsnog aanschuiven voor een - naar later blijkt - 'goed gesprek': de meningsverschillen zijn de wereld (nog) niet uit, maar dissident Van Rijn traint vanaf morgen weer mee. Met de club, waar altijd wat te beleven valt.