Niet meer onder commando van de korpschef

Het aantal particuliere rechercheurs neemt toe. De resultaten van hun werk worden soms te makkelijk overgenomen door justitie.

Hun loopbaan begint bijna altijd bij de politie. Na verloop van tijd werken ze een dagje minder in de week en bouwen dit af. En dan plotseling beginnen politiemensen voor zichzelf te werken. Vaak nemen ze hun kring van contacten mee die ze hebben opgebouwd uit de tijd van hun carrière bij de politie.

'Dit is de weg die veel particuliere politiemensen en rechercheurs hebben bewandeld', zegt een woordvoerder van de VBP, de Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties. Vaak hebben ze er genoeg van om te werken onder commando van hun baas: de vrijheid van een freelancer lonkt, of ze raken in conflict met hun werkgever, zoals bij Paalman en De Roy van Zuydewijn het geval was.

Particuliere recherche is een groeiende beroepstak. Vooral in fraudezaken wordt de rechercheur steeds vaker ingehuurd. Bijvoorbeeld door grote accountantskantoren. Maar ook advocaten maken graag gebruik van deze particuliere diensten; om bijvoorbeeld een contra-expertise te beginnen die de politie in hun ogen heeft nagelaten. Deurwaarders willen ook nog wel eens aankloppen bij een particulier rechercheur. Bijvoorbeeld om uit te zoeken wat voor vermogen en onroerend goed een bepaald persoon nog achter de hand heeft.

Particulier rechercheur is in principe geen vrij beroep. Niet iedereen kan zomaar gaan speuren in het leven van anderen of verhoren afnemen. Wie wil rechercheren zal eerst zijn diploma Particulier Onderzoeker of Forensisch Onderzoeker moeten halen bij de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties. Een rechercheur mag alleen werken zonder diploma als hij kan aantonen dat hij binnen twaalf maanden zijn diploma denkt te halen, of wanneer de minister van Justitie (tijdelijk) een ontheffing heeft verleend.

Na het behalen van het diploma moeten de rechercheurs in wording nog door een keuring door opleidingscentrum ECABO en door politie en justitie. Die toetsen de rechercheur op hun vakbekwaamheid en betrouwbaarheid.

Na het behalen van de toetsen krijgt de rechercheur een speciaal legitimatiebewijs. Net als iedere andere politierechercheur zijn ze verplicht om zich vóór ondervraging te legitimeren als rechercheur. Ook wordt de particuliere rechercheur geregistreerd bij het ministerie van Justitie. Toch ligt de praktijk vaak anders: ongediplomeerden, zoals bijvoorbeeld journalisten, verrichten hetzelfde soort speurwerk, echter zonder vergunning of recherchediploma, aldus de VPB. De woordvoerder: 'De wettelijke definitie voor recherchewerk is niet sluitend.'

Een groot deel van de particuliere onderzoekers is aangesloten bij deze vereniging. Die voert overleg tijdens CAO-onderhandelingen en houdt contact met politieke organen, politie en justitie.

De VPB heeft een gedragscode opgesteld waaraan alle leden moeten voldoen. Ook Paalman en De Roy van Zuydewijn zijn aangesloten bij de VPB. In die gedragsregels staat onder meer dat VPB-leden 'vertrouwelijke informatie als zodanig behandelen' moet en dat zij hun beroep 'eerlijk en betrouwbaar' uitoefenen in overeenstemming met de wet. De code geeft ook de grenzen aan van heimelijke observatie, verborgen camera's, het afluisteren van telefoongesprekken en het onderscheppen van e-mail. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CPB) heeft de code goedgekeurd.

Ondanks deze wetten en regels is er in het verleden de nodige kritiek geuit op de werkwijze van rechercheurs en hoe de rechterlijke macht omgaat met de vergaarde informatie. Zo zouden het OM en rechters te gemakkelijk omspringen met de informatie die bovendien te vaak zonder nadere toets in strafrechtelijke dossiers terechtkomt. Deze zou niet voldoende worden gecontroleerd, stelde een rapport van mr. J. Nuis, voormalig advocaat-generaal in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak.

Nuis concludeerde in 2004 na onderzoek door forensische accountants dat veel naspeuringen en verhoren worden verricht voordat er politie aan te pas kwam. In deze krant noemde hij de ontwikkeling het 'zoete koek-effect. Het openbaar ministerie maar ook de rechter gaat er veel te makkelijk vanuit dat het klopt en zuiver is'.

In reactie hierop beloofde het CBP vanaf 2006 op een structurele basis onderzoek te doen naar de kwaliteit van recherchebureaus.