Nederlandse storm

Natuurlijk is het een storm in een glas water, maar dat is in Nederland per definitie het geval. Nederland heeft nu eenmaal in de wereld de omvang van een glas, vergeleken met de emmers en regentonnen om ons heen. Maar een storm in een glas water kan best interessant zijn.

Het gaat om een ruzie tussen pers en politiek. Inzet? De allochtonen. Alleen Nederland kent dit woord en men bedoelt er eigenlijk iets heel lastigs mee: buitenlanders, vreemdelingen, migranten, ach, eigenlijk bedoelt men niet-blanken. Krijg je het probleem dat Turken zichzelf ook blanken noemen, maar zij zijn weer moslims, dus moeten we zeggen: niet-blanke-niet-christenen-van-wie-de-voorouders-tot-in-de-derde-genera tie-niet-in-Nederland-geboren-zijn.

Weet u wat? Laten we het houden op allochtonen. Ze bestaan niet, maar we doen gezellig alsof.

Zo, waar gaat de ruzie over? Ik verbeeld me even dat ik dit uitleg aan Amerikanen of Indiërs of Chinezen. Dat relativeert lekkerder.

Er zijn verkiezingen geweest en de allochtonen zijn massaal gaan stemmen. Ze hebben massaal op de linkse partijen gestemd, maar ze hebben binnen die linkse partijen overwegend op mede-allochtonen gestemd. Die stonden lager op de lijst, maar vanuit het principe van de voorkeurstemmen konden diegenen die lager op de lijst stonden degenen die hoger stonden passeren.

Waarom die allochtonen meestal lager op de lijst stonden, vraagt u? Nou, dat heeft niets te maken met hun allochtoon-zijn. De lijst wordt gemaakt op basis van de kwaliteit van de kandidaat. Zij die gekwalificeerder zijn, staan hoger dan zij die minder gekwalificeeerd zijn. Het is zuiver toeval dat de allochtonen meestal minder gekwalificeerd zijn. Ze zijn nieuw, begrijpt u, en ze hebben minder diploma's of ze hebben een strafblad.

Daar hebben de linkse partijen overigens nare ervaringen mee. Er was een allochtoon Tweede-Kamerlid dat maar 25 dagen lid is geweest omdat hij had gelogen over zijn diploma's. Dan was er een allochtoon staatssecretaris van Sociale Zaken die maar een dag staatssecretaris was, omdat ze lid bleek te zijn geweest van een gewapende volksmilitie in een derdewereldland. Ook was er een allochtoon Kamerlid dat gelden niet kon verantwoorden en vertelde dat ze dood ging aan kanker, maar niet op afzienbaar termijn dood ging en wonderlijk genoeg nog steeds leeft.

Goed, nu zegt de leider van de grootste linkse partij (PvdA) tegen een journalist dat hij ongelukken verwacht met al die allochtonen die laag op de lijst stonden, maar met voorkeurstemmen de mensen hoger op de lijst zijn gepasseerd. Hij voegt daar aan toe: dat geldt ook voor de autochtonen die laag op de lijst stonden.

Ik zei al: Nederland heeft de omvang van een glas en hier viel wel een stormpje van te maken. In het interview werd keurig de toevoeging weergegeven, maar dat is natuurlijk geen storm, maar een zachte rimpeling in het glas. Er komt ook een verkort nieuwsbericht naar aanleiding van het interview in de krant, waarin alles wat de leider van de grootste linkse partij had gezegd wordt gemeld, maar met weglating van de nuancerende toevoeging, namelijk dat men ook ongelukken met autochtone kandidaten kon verwachten die lager op de kieslijsten hadden gestaan omdat zij minder gekwalificeerd waren.

De pers houdt niet zo van die nuanceringen, daarmee gaat veel nieuwswaarde, of beter, sensatie verloren. Wat kranten verkoopt is sensatie en als je dat krijgt met weglating van een woord of vier, vijf, dan moet de journalistieke ethiek even wijken.

De partijleider van links lijkt ineens racistische opmerkingen te hebben gemaakt. Andere journalisten schrikken zich rot. Het verkorte nieuwsbericht staat in dezelfde krant als het uitgebreide interview met de nuancerende toevoeging, namelijk in Het Parool, maar wie maalt daar nu om, jongens, een storm is een storm, al is het maar in een glas.

Nu komt iets wat helemaal moeilijk te begrijpen is: in Nederland zijn journalisten niet erg streng tegen elkaar, anders zou je wel erg weinig stormpjes hebben. Sommige kranten hebben een ombudsman, die als neutrale partij de berichtgeving controleert, andere kranten hebben een hoofdredacteur die rechtstreeks benaderbaar is en met een stralende glimlach de opwinding onder zijn lezers sust. Maar Het Parool, de krant die de storm bedacht met zijn weglating van de nuancerende toevoeging, heeft geen ombudsman of een boven de partijen staande hoofdredacteur. Het is een beetje een kwajongens krant die zijn fouten niet graag toegeeft. Ze doen het daar helemaal anders: ze houden een redactievergadering en praten dan over de kwestie en schrijven de uitkomst op in een stuk op de meningenpagina.

U zegt: dat zit niet helemaal goed? Dat is geen objectieve controle? Ach kom, als we Nederland hebben vergeleken met een glas, moet u geen voltallige zeemacht met onderzeeboten daarin verwachten. Het gaat hier wat losjes, zal ik maar zeggen, wat minder strikt en stijf. Veel van onze journalistiek is belhameljournalistiek.

En wat schreven ze dan op in dat stuk op de meningenpagina? Dat niet zij, maar de leider van de linkse partij racistisch was. En dat het weglaten van de nuancerende toevoeging in het nieuwsbericht een 'omissie' was, maar dat de toevoeging wel stond in het integrale interview, en daarmee was de kous toch eigenlijk af. Waar zeurde men over?

Een omissie. Niet een poging tot een hetze, niet een valse vorm van stemmingmakerij, niet mensen in een hoek drijven en met valse insinuaties bevuilen. Wij in Nederland noemen dat een omissie. Wij in Nederland hebben dit soort omissies nodig, anders krijgen wij nooit een storm in dat glas, snapt u, Amerikaan, Indiër, Chinees? Snapt u dat niet? Namens Het Parool: dikke pech.

ramdas@nrc.nl