Kun je een terrorist zijn daad vergeven?

Het aantal slachtoffers van de aanslagen door jihadisten vorig jaar juli in Londen was voor Julie Nicholson niet zomaar een cijfer: haar 24-jarige dochter Jenny was een van de 52 slachtoffers die tegelijk met de vier plegers van de aanslagen om het leven kwamen.

Sindsdien worstelt Nicholson met de woede en de pijn die de mensen die dierbaren hebben verloren bij de aanslagen van 11 september 2001 zo goed kennen. Maar het was nog schrijnender: Nicholson is anglicaans priester, en zij heeft haar taken als pastor in het westen van Engeland neergelegd omdat zij de beroering in haar innerlijk niet kan rijmen met de vergevensgezindheid die zij wordt geacht te prediken.

'Iemand vergiffenis schenken voor geweld tegen je kind gaat de krachten een mens bijna te boven', zei ze. 'Het is heel moeilijk voor mij om aan het altaar de mis op te dragen en de mensen voor te gaan met woorden van vrede en verzoening en vergiffenis wanneer ik mij zelf daar bij lange na niet toe in staat acht. Eerst moet de wond in mijn binnenste genezen.'

Haar bekendmaking viel samen met een bijzondere reeks op de televisie uitgezonden ontmoetingen - de reality-tv van de verzoening - waarin aartsbisschop Desmond Tutu, voormalig voorzitter van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie, slachtoffers en daders van het sektarische geweld in Noord-Ierland bij elkaar bracht.

Ook dat bood een dramatisch schouwspel van de botsing tussen geloof en woed e, tussen genezing en de rauwe emoties van mensen die abrupt, zomaar, een dierbare hebben verloren. Het wierp ook moeilijke vragen op over het wezen van vergiffenis: is het mogelijk, zoals aartsbisschop Tutu leek te suggereren, dat het verlies wordt goedgemaakt door de symboliek dat een slachtoffer dezelfde hand schudt die een geliefde van het leven heeft beroofd? Verdienen moordenaars eigenlijk wel de clementie van de mensen die moeten zien te leven met de gevolgen van hun daden?

In dit tijdperk van eindeloze terreurdaden, waarin onconventionele oorlogen steeds meer willekeurige slachtoffers eisen, zijn dit steeds nijpender vragen. De antwoorden zullen afhangen van de omstandigheden van het verlies.

In het geval van de slachtoffers in Zuid-Afrika of Noord-Ierland zijn de mensen die hun leed hebben veroorzaakt veelal nog in leven, dus beschikbaar voor een confrontatie met de mensen die zij hebben geschonden door hun dierbaren te vermoorden.

Maar voor de nabestaanden van mensen als Jenny Nicholson - gedood door bommenleggers die bij hun massamoordaanslag zelf om het leven zijn gekomen - is er geen tegenpartij met wie zelfs maar een eerste aanzet tot verzoening mogelijk is, niemand die je recht in de ogen kunt kijken met de smartelijke, simpele vraag: waarom?

De Zuid-Afrikaanse psychologe Pumla Gobodo-Madikizela, voormalig lid van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, zei dat in de ingewikkelde zoektocht van haar land naar een nog moeilijk te realiseren verzoening 'de slachtoffers verrassend genoeg vaak hun belagers willen ontmoeten'.

In haar boek Veroverde vergeving (2003), het verslag van Gobodo-Madikizela's gesprekken met Eugene de Kock, een van de beruchtste huurmoordenaars uit de tijd van de apartheid, heeft zij opgemerkt dat 'vergiffenis gewoonlijk begint bij de persoon aan wie vergiffenis moet worden geschonken. Dat betekent dat er ergens in het gedrag van de dader iets moet zijn, een teken, dat het slachtoffer uitnodigt om vergiffenis te schenken. Het allerbelangrijkste is een uiting van berouw.'

Geconfronteerd met de weduwen van zijn slachtoffers heeft De Kock bijvoorbeeld verklaard: 'Ik zou willen dat ik meer kon zeggen dan 'Het spijt me'. Ik wou dat er een manier was om hun lichamen weer tot leven te wekken.' Eenzelfde toon sloeg Michael Stone, een beruchte protestantse beroepsmoordenaar, aan bij een ontmoeting met Sylvia Hackett, de weduwe van een van zijn slachtoffers, tot wie hij in het bijzijn van Tutu zei: 'Ik wou dat ik uw smart kon wegnemen.'

Maar voor iemand als Julie Nicholson zijn zulke bekentenissen - voorzover ze al oprecht zijn - niet mogelijk; voor haar is er alleen de bloedige daad zelf. Plegers van zelfmoordaanslagen kunnen per definitie niet achteraf hun daden berouwen of verklaren, of zelfs maar getuige zijn van het leed dat zij hebben veroorzaakt. De mensen die moeten leven met de verwoesting die door hen is aangericht, kunnen op geen enkele manier met hen in contact komen.

'Tot op zekere hoogte heb ik te doen met de vier jonge mensen die vonden dat dit iets was dat zij moesten doen', zei Nicholson in een BBC-uitzending. 'Maar ik voel beslist geen mededogen.' Toch leek ook zij de diepgevoelde wens te koesteren om haar verlies te koppelen aan de persoon die de moord had begaan, alsof die individualisering bescherming kan bieden tegen eindeloos leed. 'Kan ik hen vergeven voor wat zij hebben gedaan? Nee, dat kan ik niet. En dat wil ik niet. De eerste weken, en ook nu nog, heb ik iedere dag de naam van de moordenaar van mijn dochter, Mohammad Sidique Khan, uitgesproken', zei zij, doelend op de man die met zijn bom haar dochter had gedood.

Voor Hackett, een Noord-Ierse huisvrouw wier man Dermott in 1987 werd gedood toen hij met zijn broodbestelwagen onderweg was, lag het anders: er wás een dader die bereid was haar onder ogen te komen. Maar ook die ontmoeting leek de grenzen van de vergiffenis te illustreren. Hackett stond op en liep om de tafel heen om hem de hand te drukken. 'Ik bid voor u. Ik vergeef u', zei ze. Maar toen hij haar hand in een van zijn handen nam, zijn andere hand erop legde en zei 'Het spijt me werkelijk', vluchtte zij jammerend het vertrek uit.

De les van deze twee ontmoetingen is misschien dat vergiffenis niet mogelijk is zonder gerechtigheid, en dat voor gerechtigheid de waarheid nodig is.

Toen Stone in 2000 vrijkwam in het kader van de Goede-Vrijdagvredesovereenkomst voor Noord-Ierland, had hij voor een hele reeks sektarische moorden maar twaalf jaar gezeten.

En toch lijkt het of 'de mensen die het meest hebben geleden, ook het ruimhartigst moeten zijn' schreef columnist Jonathan Freedland in The Guardian. 'Wij bewonderen de mensen die kunnen vergeven en beschouwen hen die dat niet kunnen alsof zij een soort moreel gebrek vertonen. Wij eisen dat de mensen die terneer zijn geworpen, het hoogst reiken.'

Maar waar komt die gerechtigheid vandaan? Volgens Gobodo-Madikizela was voor sommigen in Zuid-Afrika enkel de gelegenheid om het hele verhaal van hun pijn te kunnen vertellen en uiteen te zetten, enkel te worden gehoord, na al die jaren waarin de apartheid de zwarten de mond snoerde, al voldoende.

Dat geldt niet voor de mensen aan wie de mogelijkheid tot een uiteenzetting is ontnomen door jihadisten wier bezweringen dat zij zelf slachtoffers zijn in de oren van sommige westerlingen net zo onbegrijpelijk en niet te rechtvaardigen lijken als hun daden.

'Wij hebben vaak gehoord dat bepaalde groepen zich door dingen gekwetst voelden', zei Nicholson. 'En ik moet zeggen dat het mij heel erg gekwetst heeft dat iemand mij uit naam van een religie of een God mijn dochter heeft ontnomen.'

Alan Cowel schrijft voor de International Herald Tribune.

© New York Times Syndicate

www.nrc.nl/opinie:Artikel Desmond Tutu 'Beschouw de misdadiger als een mens'