Klap voor vredesproces in Burundi

Frodebu, een van Burundi's belangrijkste Hutu-partijen, trekt zich terug uit de regering van nationale eenheid. De partij is niet tevreden over het aantal ministersposten dat ze kreeg.

De aankondiging betekent een klap voor het vredesproces dat een einde maakte aan twaalf jaar burgeroorlog tussen rebellen van de Hutu-meerderheid en de Tutsi-elite. Toen de Burundezen in 1993 een Hutu van de Frodebu-partij als president verkozen, werd deze vermoord door het door Tutsi's gedomineerde leger. De burgeroorlog die daarna volgde, eiste 300.000 levens. Een definitieve doorbraak in het vredesproces, dat bleef aanslepen sinds het Arusha-akkoord van 2000, kwam met de parlementsverkiezingen van vorige zomer. Frodebu, dat in de overgangsregering nog de president mocht leveren, was de grote verliezer van die verkiezingen.

Voor de burgeroorlog in 1993 behaalde de partij nog 80 procent van de stemmen. Vorige zomer kreeg Frodebu minder dan 25 procent. De verkiezingen werden gewonnen door de voormalige Hutu-rebellenbeweging Krachten voor de Bescherming van de Democratie (FDD). President Nkurunziza (FDD) vormde daarop een regering van nationale eenheid, waarin ook Tutsi's werden opgenomen. Frodebu moest zich in die regering tevreden stellen met drie ministersposten, terwijl de FDD er twaalf kreeg.

Frodebu beschuldigt de president er nu van geen rekening te houden met de grondwettelijke overeenkomst om de macht te delen. Volgens de grondwet hebben partijen die meer dan twintig procent halen recht op vijf ministersposten. Frodebu verwijt de regering ook autoritair gedrag en een gebrek aan wil om vrede en verzoening te bevorderen. 'We zien dat er dagelijks sprake is van omstreden arrestaties', zei de voorzitter. 'Dagelijks worden mensen gevangengezet die worden beschuldigd van collaboratie met de FNL.' De FNL is de enige rebellengroep die niet bij het vredesakkoord was betrokken. De FNL heeft zich onlangs wel bereid verklaard om te onderhandelen.