Kindertal daalt ook bij allochtonen

Allochtone vrouwen krijgen steeds minder kinderen. Het kindertal van de tweede generatie allochtone vrouwen verschilt nog maar weinig van dat van autochtone vrouwen .

Dat blijkt uit berekeningen die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag publiceerde.

Opvallend is bovendien dat steeds meer allochtone vrouwen kinderloos blijven. Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse vrouwen van de tweede generatie zijn op 35-jarige leeftijd zelfs vaker kinderloos dan autochtone vrouwen. Op 1 januari vorig jaar was 24 procent van de autochtone vrouwen kinderloos. Voor de tweede generatie Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse vrouwen waren de percentages respectievelijk 27, 28, 34 en 32.

Nederlandse vrouwen zijn gemiddeld 29,8 jaar als ze hun eerste kind krijgen. Dat is 0,6 jaar later dan in 1996 en 0,2 dan in 2000. Het CBS verwacht dat allochtone vrouwen van de tweede generatie ook steeds later moeder worden. Nu al krijgen de tweede generatie Antilliaanse/Arubaanse vrouwen hun eerste kind al later dan autochtone vrouwen.

Volgens het CBS lijkt de tweede generatie allochtone vrouwen meer op autochtonen dan op hun moeders. Toch mag volgens de onderzoekers niet zonder meer worden aangenomen dat 'de afnemende verschillen in vruchtbaarheid toe te schrijven zijn aan hechtere contacten tussen allochtonen en autochtonen, of aan de toegenomen assimilatie van allochtonen'. Ook in de herkomstlanden is de vruchtbaarheid in de afgelopen jaren sterk gedaald. In Marokko liep het gemiddelde kindertal de afgelopen twintig jaar terug van 5,4 naar 2,75, in Turkije van 4,15 naar 2,43. In Nederland kregen Turkse vrouwen in 1996 gemiddeld 2,49 kinderen en dat aantal neemt de laatste jaren in langzaam tempo af. Het gemiddelde kindertal voor Marokkaanse vrouwen in Nederland bedroeg 3,22 in 2004, dat hoger is dan in het land van herkomst. Onder Nederlandse autochtone vrouwen bedraagt het kindertal gemiddeld 1,87.

Onder de tweede generatie Antilliaanse vrouwen zijn zeer veel tienermoeders. Bovendien zijn ze volgens het CBS veel vaker zeer jong moeder: bijna één op de drie Antilliaanse tienermoeders beviel toen ze zeventien jaar of nog jonger was. Bovendien heeft de meerderheid van hen geen vaste partner. Onder de tienermoeders zijn er verder relatief veel Turkse vrouwen van de eerste generatie.