Hockeyers Eindhoven vatten alsnog moed

Na ruim vijf maanden won hockeyclub Eindhoven gis- teren weer eens een punt in de hoofdklasse. Hoopvol is verder de terugkeer van 'dissident' Marnix van Rijn.

'Altijd iets te beleven', luidt de opgewekte tekst op de website van de nummer voorlaatst uit de mannenhoofdklasse. HC Eindhoven (HCE) balanceert op de rand van de afgrond, maar saai? Saai is het nooit bij de paars-groene fusieclub uit Eindhoven-Noord.

Gisteren kwam HGC op bezoek voor een zogeheten 'zespuntenwedstrijd'. Op de eerste lentedag van het jaar brak zowaar de zon door voor de nieuwkomer in de hoogste afdeling: voor het eerst in ruim vijf maanden behaalde Eindhoven weer eens een puntje (3-3), en dat kan de veelgeplaagde ploeg van Rob Haantjes goed gebruiken in de strijd tegen degradatie. 'We hebben weer ouderwets gebikkeld', verzucht coach na afloop.

Haantjes, bezig aan zijn vierde en laatste seizoen, is vol goede moed, ondanks de belabberde positie op de ranglijst. Eindhoven en Laren hebben beide acht punten na zestien duels, maar de Brabanders beschikken over een beter doelsaldo, waardoor de ploeg uit 't Gooi nu de twaalfde plaats bezet, die aan het einde van het seizoen rechtstreekse degradatie betekent. Haantjes signaleert 'weer strijdlust en beleving', en sluit bovendien 'een Indische verrassing' niet uit. Met andere woorden: dat de drie nu ontbrekende Indiërs (Vir Raja, Nitim Kumar en Sandeep Singh) alsnog in het bezit komen van de juiste documenten.

Maar ook zonder buitenlandse inbreng laat de erfopvolger van Racing en Tegenbosch zich niet zomaar terugsturen naar de overgangsklasse, zoals HGC gisteren ondervond. Het veerkrachtige optreden is een klein wonder, want achter de schermen was het de afgelopen maanden allerminst rustig. Met name aanvoerder Marnix van Rijn roerde zich. Of beter: de oud-international (zes caps) hulde zich in een mysterieus stilzwijgen, dat door Haantjes (38) werd uitgelegd als een motie van wantrouwen. 'Marnix volgde zijn eigen agenda.'

Het was voor Haantjes aanleiding zijn eigengereide aanvoerder eind vorige maand, vlak na de 7-3 nederlaag tegen Tilburg, uit de selectie te zetten. 'Ik vind Marnix een prima hockeyer en daarnaast ook nog eens een fijne jongen, maar als hij niet bereid is een andere bril op te zetten, dan zijn we uitgepraat.'

Op zijn beurt wil Van Rijn, gisteren aandachtig toeschouwer, 'vooral niet met modder gooien, want daarvoor is deze club mij veel te lief'. Maar de 28-jarige middenvelder ontkent niet dat hij 'een verschil van inzicht' heeft met de coach, die hij al van jongs af aan kent. 'Het probleem is dat deze club zich heeft voorgenomen om te groeien, vooral in professioneel opzicht, maar daar komt in de praktijk weinig tot niets van terecht. Goed, we zijn gepromoveerd, maar sindsdien constateer ik een neergaande in plaats van een opgaande lijn. Zowel op als langs het veld is het allemaal veel te vrijblijvend. Het aanwezige potentieel wordt niet uitgebuit.'

Met name Haantjes, volgend seizoen werkzaam bij Voordaan, zou zich dat moeten aantrekken, meent Van Rijn, die zich 'gekwetst' zegt te voelen door zijn verbanning. 'Ik ben dan misschien niet de makkelijkste, maar topsport wemelt van de lastige mensen en dat is geen toeval. Ik heb een mening, en die wil ik uiten. Zeker als ik zie dat er hockeyinhoudelijk nog het nodige te verbeteren valt. Wij denken hier dat we het met de 'overgangsklasse-aanpak' ook wel eventjes gaan redden.'

De eerste haarscheuren kwamen vorig najaar al aan het licht, toen Haantjes en Van Rijn het tijdens een training aan de stok kregen ten overstaan van de rest van de selectie. In plaats van het conflict meteen in de kiem te smoren, kozen beiden voor een adempauze. Haantjes neemt dat vooral zichzelf kwalijk. 'Ik had een grote kerel moeten zijn en het probleem meteen moeten tackelen. Heb ik niet gedaan, en dat was niet slim.'

Van Rijn beaamt die woorden. Hij is best bereid tot een dialoog, op voorwaarde dat 'ik niet langer het gevoel heb tegen een muur te praten'.

Hoezeer coach en pupil tot elkaar veroordeeld zijn, blijkt ruim een uur na afloop, wanneer beiden in het clubhuis alsnog aanschuiven voor een - naar later blijkt - 'goed gesprek': de meningsverschillen zijn de wereld (nog) niet uit, maar dissident Van Rijn traint vanaf morgen weer mee. Met de club, waar altijd wat te beleven valt.