Geef Europa een Koizumi cadeau

De Japanse premier Koizumi laat zien dat economische hervormingen de bevolking kunnen aanspreken. Daar kan Europa wat van leren, meent Angel Ubide.

Nog maar een paar jaar geleden blaakten de leiders van de Europese Unie van zelfvertrouwen over hun economische toekomst, terwijl Japan een verloren zaak leek. Nu het herstel van Japan op gang begint te komen, verwachten enkele analisten daar voor 2006 een economische groei van meer dan 3 procent - meer dan in Europa en de Verenigde Staten. Tijd voor Europa om te vragen: wat kunnen wij leren van Japan? Het antwoord is: veel.

Les één: kies de juiste prioriteiten. Japan heeft de hervormingen op de rails gekregen door eerst zijn met schulden en politieke connecties beladen banken te saneren. Toen de financiële sector eenmaal zelfstandiger en energieker werd, zag het bedrijfsleven zich genoodzaakt af te slanken en zijn werknemers hervormingen op te dringen, waaronder afschaffing van de beloofde banen voor het leven. Maar het volk kwam niet in opstand, want het beginnende herstel bracht Japan weer op de been en maakte zo de hervormingen respectabel. In Europa, waar de leiders eerst hebben aangestuurd op hervorming van de arbeidsvoorwaarden en de sociale voorzieningen, heeft zich geen verbetering van de groei voorgedaan, maar is wel op grote schaal gedemonstreerd tegen dalende uitkeringen en minder baangaranties - denk aan de grote stakingen in Frankrijk morgen.

Les twee: It's the politics, stupid! Premier Junichiro Koizumi heeft zijn Liberaal-Democratische Partij omgevormd van een coalitie van machtige facties die conservatieve agrarische belangen verdedigden, in een moderne, hervormingsgezinde partij. Europa zit intussen nog steeds in een politieke klem, want hier verdedigen machtige belangengroepen een inefficiënt bestel: boeren vechten voor reusachtige landbouwsubsidies, oudere werknemers vechten voor hoge pensioenen.

De kiemen van het Japanse herstel liggen in Koizumi's beslissende optreden tegen door de overheid gesteunde banden tussen de banken en hun klanten in het bedrijfsleven. Dat heeft de ondernemingen duidelijk gemaakt dat zij moesten kiezen: hervorm of sterf. Duizenden halfdode firma's werden opgeheven. Overcapaciteit werd weggesneden. Het resultaat is een steeds breder gedragen herstel, met stijgende lonen én werkgelegenheid, en de hoogste inkomensgroei sinds eind jaren negentig. De aantrekkende arbeidsmarkt steunt op groeiende bedrijfswinsten met historisch hoge winstmarges. Dankzij de toegenomen inkomensgroei hebben de bedrijfsvermogens rechtsomkeert gemaakt: sinds het dieptepunt van begin 2003 zijn de aandelenkoersen verdubbeld. In de grote steden stijgen de grondprijzen. De consumentenprijsindex kruipt omhoog - een teken dat het binnenkort afgelopen zal zijn met de deflatie.

Als kroon op deze revolutie heeft Koizumi de landelijke verkiezingen van september 2005 gewonnen met de belofte de Japanse posterijen te zullen privatiseren, die tevens de grootste bank ter wereld zijn, met 3 biljoen dollar (2,5 biljoen euro) aan Japanse spaargelden. Met een grote overwinning op dat thema heeft Koizumi laten zien dat economische hervormingen de bevolking aanspreken. Intussen hebben de Europese leiders, met grote verhalen maar zonder resultaten, 'hervormingsinflatie' opgewekt en daarmee het idee van hervormingen op zich onderuitgehaald. In Japan is hervormen goed, in Europa is het verdacht.

Paradoxaal genoeg had de Europese hervormingsaanpak net zulke gevolgen moeten hebben als de Japanse. De Europese bureaucratie moest de hervormingen verdedigen tegen politici die alleen voor de belangen van hun eigen land opkwamen. De totstandkoming van een gezamenlijke markt had langzaamaan moeten afrekenen met inefficiëntie en oppositie. De Europese Centrale Bank en de aanvaarding van het Groei- en Stabiliteitspact hadden moeten bewerkstelligen dat de landen het juiste macrobeleid volgden. Maar dat is niet gebeurd. Op dit moment blijkt uit het gekibbel over de EU-begroting, hoe diep Europa blijft steken in achterhaalde politiek.

Europa moet nu misschien allereerst de hervormingsprioriteiten aanpassen. De Europese landen hebben tal van hervormingen op het gebied van de arbeidsmarkt en de sociale voorzieningen geprobeerd, plus enige liberalisatie van het goederen- en dienstenverkeer, en een beetje integratie van de financiële markten. De volgorde had precies andersom moeten zijn. Sterkere financiële markten moeten nationale hervormingen stimuleren, kunnen liberalisatie van goederen en diensten afdwingen en arbeidsmarkthervormingen onvermijdelijk maken.

De Europese leiders dienen met name vaart te zetten achter het actieplan van de EU om de financiële markten open te gooien; ook moeten zij afrekenen met resten van inefficiëntie op nationaal niveau. Ze moeten transnationale fusies van banken in Frankrijk, Duitsland en Spanje toestaan, wat de integratie van de markt op het vasteland zou bevorderen, de prijzen omlaag zou brengen en de bedrijvensector onder druk van de markt zou dwingen tot grotere efficiëntie. Ze moeten een pan-Europese markt creëren waarin vaste hypotheken gemakkelijk en voordelig kunnen worden overgesloten, zodat consumenten de overwaarde van hun woning kunnen uitgeven. Een geïntegreerde financiële markt zou het monetaire beleid effectiever maken door het effect van renteaanpassingen te versnellen en de Europese groei te verhogen. Japan heeft laten zien dat herstel lastige hervormingen populair kan maken. Europa zit verlegen om een Koizumi die zoiets op gang brengt.

Angel Ubide is verbonden aan het Centrum voor Europese Beleidsstudies in Brussel. © Newsweek.