'Eigenlijk ben ik Spaans'

Roos Ouwehand speelde in 1992-1993 in hetzelfde stuk als Joop Admiraal, die afgelopen zaterdag overleed. Tijdens de repetities van 'De vrouw van de zee' gaf Admiraal haar de mooiste spelaanwijzing die ze ooit kreeg.

Toen ik zestien was had ik een vriendin, die zo'n beetje alles bezat waar ik in die tijd hevig naar verlangde; een zwembad in de tuin, een oudere broer die zich niet met haar zaken bemoeide en angora truitjes in alle kleuren van de regenboog. Bovendien had ze een elpee waarop Ramses Shaffy zong en een heel bijzondere stem gedichten las.

o kus mij, o omarm mij

ik ben de witte slanke jongen

ik ben degene die droomde

ik ben de schim in de regen

ik ben de danser, de dirigent

ik ben de man bij het avondrood

ik ben het lichaam

ik ben de enige

De gedichten waren geschreven door Hans Lodeizen en die bijzondere stem was van Joop Admiraal. Maar dat wist ik toen nog niet.

Vele jaren later betrad ik als stagiaire de Amsterdamse Stadsschouwburg, om te gaan repeteren aan een toneelstuk van Ibsen, 'De vrouw van de zee'. Trillend van de zenuwen gaf ik ze allemaal een handje; Pierre Bokma, Jacques Commandeur en Joop Admiraal; mijn helden. Toen ik een paar weken later met Joop, die mijn vader speelde, werkte aan een moeilijke scène, zei hij: 'Je bent een wanhopig meisje dat opgesloten zit in die fjorden, in het donker, tussen allemaal sombere mensen. Je wilt zoveel, maar je kunt geen kant op.' Zijn ogen glinsterden.

'En dus denk je elke dag, zonder dat iemand het weet: 'Eigenlijk ben ik Spaans'.'

Een mooiere spelaanwijzing zal ik van mijn levensdagen niet krijgen.

Overigens was Joop Admiraal zelf ontevreden over zijn rol in die voorstelling. 'Zo'n gewone man', daar vond hij niks aan. Bovendien was het dilemma niet geloofwaardig uitgewerkt. Zijn vrouw Ellida (gespeeld door Marjon Brandsma) moet kiezen tussen hem en haar oude vlam, een woeste zeeman (Pierre Bokma) die na vele jaren terugkeert om haar liefde op te eisen. 'Nou ja, dan komt Pierre op, in die schipperstrui en zegt: 'Ik hou van je! Ga met me mee!' Daar hoef je dan toch niet meer over na te denken!'

's Nachts, in de bus terug, vertelde hij soms - joint en witte wijn onder handbereik - over vroeger. Over Ramses en Rome en liefde en verdriet. Over de feesten die ze gaven. En we huilden om een liedje van Sinéad O'Connor: 'All the flowers that you planted, mama/ In the back yard/ All died when you went away' 'Dat is bijzonder', zei hij. Het mooiste compliment dat hij iets of iemand kon geven.

Zijn legendarische U bent mijn moeder heb ik helaas nooit gezien. Wel een hele hoop andere prachtige rollen. Sierlijk en breekbaar, maar ook hard en geestig en grimmig.

Op een avond mocht ik asperges komen eten. Rozen bloeiden voor het keukenraam. Op tafel helderwit damast en zilver. Later, op de bank - joint en witte wijn onder handbereik - las hij op mijn dringende verzoek voor uit zijn uit elkaar vallende Het Innerlijk Behang:

voor het lijden zijn wij allemaal gemaakt

zij die uithouden zullen winnen

het is één uur 's nachts

zij die de sterren zien zijn levend

Terugfietsend naar huis scheen het licht van de straatlantaarns magisch op het water in de grachten en wist ik heel zeker dat het leven bijzonder was.