De Wolf danst

Als Ron Brandsteder je fan-tas-tisch vindt, weet je dat geluk maar heel even duurt. Zo'n moment grijp je vast, je laat niet meer los. John de Wolf, geknipt en geschoren, hield zijn buik in en bleef dicht tegen zijn danspartner Roemjana de Haan staan.

Zijn armen hingen om haar hals na de cha-cha-cha op het nummer Sexbomb, tijdens het programma Dancing with the stars. 'Ik stond vroeger als lantaarnpaal aan de kant. Als er gedanst moest worden tijdens een bruiloft, holde ik meteen naar de wc', zei de ex-voetballer.

Het wachten was op de punten van de jury.

De danspassen van De Wolf zagen er, eerlijk gezegd, niet best uit. John stond de eerste minuut stil en liet Roemjana de kolen uit het vuur halen. Hij was de paal waar zij omheen draaide. John, vooraf: 'Als ik Sexbomb hoor moet ik ze bij d'r kont, d'r billetjes pakken en naar me toe trekken.' Hij schokte een keer met zijn heupen. Stram. Geen Tom Jones. Maar De Wolf durfde wel. Grote vent, klein hartje.

Onlangs werd De Wolf nog verkozen tot beste mandekker ooit bij Feyenoord, voor Theo Laseroms en Wim Rijsbergen. Dan ben je geen kleintje. En dat was De Wolf ook niet.

Met zijn geblondeerde manen was hij het symbool van onverzettelijkheid. Een gebrek aan techniek compenseerde hij met werklust en hardheid.

Bij het opruimen van de boekenkast vond ik deze week een boekje uit 1994 over John de Wolf. Eerlijk gezegd lag het al op een stapeltje voor De Slegte. Na zijn danspassen zaterdagavond op tv bladerde ik het exemplaar een keer door. Veel foto's, korte verhalen.

John was zeven jaar en schoot onder het ijs van een bevroren vijvertje in Schiedam. Hij hing met zijn vingertoppen aan de rand van het wak. Uit het niets kwam een man, hij trok John er uit en verdween. Gered. John de Wolf heeft die man nooit meer gezien.

Kleine John werd groot en voetbalde of zijn leven ervan afhing. Wat hij na het voetballen moest, wist hij niet precies. Uit het boek: 'Frank Rijkaard komt met een eigen mannenondergoedlijn op de markt. Dat lijkt me heel erg leuk, want ik ben tenslotte modegevoelig. Het is heel wat anders of je na je carrière een sigarenzaak begint of een modelijn opzet. Ik hoop dat Frank slaagt.'

John de Wolf ging in business. Eerst in lawaaioverhemden, daarna in de horeca. Hij stopte zijn geld in een Italiaans restaurant aan de Maasboulevard waar de aanschaf van het glaswerk en het bestek zo uit de hand liep dat hij de uitgaven met geen honderdduizend bordjes pasta kon terugverdienen. Hij verloor zijn vermogen, voetbalde voor niets in Israël en scheidde van zijn vrouw.

John keek diep in het zwarte gat.

De Wolf traint momenteel een amateurclub op zondag en presenteert voor de lokale tv. Allemaal zozo. Met het dansen lonkt het echte sterrendom weer. Net als in het voetbal moet hij het niet hebben van techniek.

De jury is duidelijk. Een vijf, drie zessen.

'Dat zijn drie dikke voldoendes!' roept presentatrice Sylvana. Ik zie het gezicht van John. Hij lacht. Kijk uit, kerel. Stink er niet in. Je weet het toch? Je krijgt een ram van de roem. Jij, ouwe seksbom, moet werken voor alles, je hele leven lang.