Country-zanger met eigen Bakersfield-sound

Buck Owens, zaterdag op 76-jarige leeftijd in Bakersfield, Californië, overleden, leefde de Amerikaanse droom: van straatarme landarbeiderszoon tot populaire country-ster. Hij heette Alvis Edgar Owens, maar werd vanaf zijn derde naar zijn favoriete paard Buck genoemd. Gedwongen door de economische depressie in de jaren '30 emigreerde zijn familie naar Arizona, waar Buck op zijn tiende katoen plukte. Hij was dertien toen hij eerst mandoline leerde spelen, later kwamen daar gitaar, trompet en drums bij. Op zijn zestiende had hij zijn eigen radioprogramma, een jaar later was hij getrouwd. In 1951 verhuisde hij met vrouw en zoon naar Bakersfield, niet ver van Los Angeles waar voor een muzikant meer te verdienen viel. Hij speelde en zong in wat countrygroepen en nam studiowerk aan om rond te komen. Zo speelde hij onder andere mee op platen van Wanda Jackson en Gene Vincent.

Buck Owens en zijn band The Buckaroos stonden aan de basis van wat bekend zou worden als de 'Bakersfield Sound', een stadse versie van de rauwe (honky-tonk) countrymuziek van weleer, waarin geen plaats was voor de strijkers en poparrangementen die de platenstudio's van Nashville regeerden.Vanaf '55 nam Owens onder de naam Corky Jones een paar rockabillyplaten op, en country onder eigen naam.

Van de meer dan 40 toptien countryhits die Owens in de jaren '60 en '70 maakte zijn er ook in Nederland een aantal bekend geworden: I've Got A Tiger By The Tail; de door hem zelf geschreven Crying Time en Together Again, die vooral in de uitvoering van Ray Charles onvergetelijk blijven; en Act Naturally, dat werd gecoverd door The Beatles.

Eind jaren '70 verlegde Owens zijn interesse naar zijn eigen studio en radiostation. In 1988 had hij dankzij de toenmalige jonge belofte en Owens-fan Dwight Yoakam een laatste nummer 1-hit.