Capote

Het gebeurde nadat alles achter de rug was. Het gezin Clutter was vermoord, de moordenaars Dick Hickock en Perry Smith waren opgehangen en Truman Capote, die het allemaal in In Cold Blood had opgeschreven, was verloederd op weg naar zijn einde. Alleen de film Capote, nu in omloop, moest nog gemaakt worden.

Op een dag ging de telefoon bij James Post, kapelaan bij de Kansas State Penitentiary. Post had Smith en Hickock tot aan hun laatste momenten op Death Row bijgestaan. Het telefoontje kwam van de ex-vrouw van Dick Hickock. Ze vertelde dat hun 17-jarige zoon op high school In Cold Blood had gelezen. De jongen was naar zijn stiefvader vernoemd, maar hij wist wel iets van het verleden van zijn biologische vader.

Al lezend was het tot hem doorgedrongen dat Dick Hickock die vader moest zijn. Hij had na zijn ontdekking het boek op de grond gegooid, was naar het kantoortje van de schoolpsycholoog gerend en daar in elkaar gezakt. Zijn moeder stond nu in dat kantoortje en zei tegen Post: 'We zijn bang dat hij zich wat aandoet. Wilt u hier naartoe komen om hem te vertellen wat u over zijn vader weet?'

Dat had Post gedaan. Hij vertelde de zoon over de feiten, maar ook over de overdrijvingen die Capote zich hier en daar had toegestaan. Zo zou Hickock niet de seksmaniak zijn geweest die Capote van hem gemaakt had. Ten slotte had hij de jongen naar de graven van de moordenaars gebracht.

Beide grafzerken bleken gestolen, maar het zal belangrijker voor die jongen zijn geweest dat hij nu eindelijk wist waar zijn vader begraven lag. Een jaar of tien later belde hij Post nog eens op. Hij had net een film over de moorden op de tv gezien en wilde even laten weten dat het goed met hem ging. Hij bedankte Post uitvoerig voor de hulp van destijds.

Capote zal dit verhaal nooit gehoord hebben. Hij was al dertien jaar dood toen George Plimpton het in 1997 in zijn interviewboek Truman Capote publiceerde. Het verhaal zou hem ongetwijfeld zeer hebben aangegrepen, want hij wist uit eigen ervaring wat het betekent om een vader te hebben die niet wil deugen.

De afgelopen dagen ben ik weer eens diep in de documentatie gedoken die ik over Capote heb verzameld - hij is altijd een van mijn favoriete schrijvers geweest. Het blijft schokkend om te lezen hoe Capote door zijn eigen ouders is verwaarloosd. Ze besteedden zijn opvoeding uit aan de familie van zijn moeder in Alabama. Pas toen zijn moeder hertrouwd was, liet ze Truman naar New York overkomen. Ze hadden een haat-liefde relatie, de moeder verafschuwde Trumans manifeste homoseksualiteit. 'Mijn zoon is een mietje', zei ze altijd tegen vrienden.

Capote heeft een prachtig kort verhaal, One Christmas, geschreven over een mislukt kerstbezoek aan zijn vader. Als Truman, een jongetje nog, weer eenzaam de bus naar huis neemt, schrijft Capote: 'Toen ik eenmaal in de bus zat, dook ik weg op een bank en deed mijn ogen dicht. Ik voelde een heel vreemde pijn. Een doordringende pijn die overal zeer deed. Ik dacht dat als ik mijn zware straatschoenen, die knellende ondingen, uitdeed de marteling wel minder erg zou worden. Ik trok ze uit, maar de geheimzinnige pijn ging niet weg. In zekere zin is dat nooit gebeurd, en zal het dat ook nooit.'

Zonder die passage valt Truman Capote niet te begrijpen.