Brendel (75) nu warmer, opener en kleurrijker

Wie zoekt naar de mooiste opnamen van de Weense Klassieken, komt al gauw terecht bij de Oostenrijkse pianist Alfred Brendel. Zijn repertoire strekt zich uit van Bach tot Schönberg, maar zijn hart heeft hij verpand aan Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert. Een halve eeuw lang heeft Brendel zich opgeworpen als een uiterst serieuze en toegewijde doorvorser van hun muzikale nalatenschap. Zijn veelal bekroonde cd-opnamen laten zich dan ook beluisteren als glasheldere lezingen over de onaantastbare schoonheid van de klassieke meesters.

Geen wonder dat Brendel zijn 75ste verjaardag in de Serie Meesterpianisten, waarin hij al dertien keer eerder optrad, vierde met werken van Haydn, Mozart en Schubert. Alleen Beethoven was niet van de partij, misschien wel omdat er een nauwelijks merkbaar zweem van frivole lichtvoetigheid in het analytische spel van de maestro is gevaren, die zich niet zo goed laat rijmen met diens kolossale pathetiek. Want Brendel speelt plotseling warmer, kleurrijker en opener dan voorheen, al gaat het om kleine nuances die als minuscule belletjes opwellen uit de diepte van zijn beheerste, vaak zelfs geabstraheerde emotionaliteit.

Brendel koos voor een cyclische opzet, met een Haydn-sonate aan het begin en het eind. Zowel de Sonate in D, Hob. XVI: 42 als de Sonate in C, Hob. XVI: 50 vertolkte hij met het parelende esprit van een muzikale geestverwant. Want net als de inventieve Haydn is Brendel dol op 'woordspelingen' in de muziek, op verrassende wendingen in het betoog die de luisteraar vermaken binnen het onwankelbare kader van de klassieke verhoudingen.

In Schuberts Fantaisie D894 keerde Brendel even terug naar zijn oude, analytische zelf. Hier klonk de cerebrale pianoprofessor die, wars van valse sentimenten en opgeklopte emoties, de ontroerende noten van Schubert haarscherp ontleedde tot op de kern. Schubert klonk als een uitstekend beargumenteerd referaat, dat imponeerde zonder te vervoeren.

Maar in zijn subtiele interpretaties van Mozarts Fantasie KV 475 en het geheimzinnige Rondo KV 511 wist Brendel - die nadat er al twee mobieltjes waren afgegaan, de code doorbrak met een verzoek aan de zaal om het kuchen te staken - te betoveren met genuanceerd in elkaar overvloeiende fraseringen en een verfijnde, zangerige klank.

Concert: Alfred Brendel, piano. Werken van Haydn, Schubert, Mozart. Gehoord: 26/3 Concertgebouw Amsterdam.