Blessure verstoort olympische droom

Jeffrey Wammes brak ruim een week geleden beide enkels. Het gevolg is dat de hoop van Nederlandse turners op deelname aan de Spelen is vervlogen.

Henk Stouwdam

Klemmende vraag: hoe verstrekkend zijn de gevolgen van de ernstige blessures die turner Jeffrey Wammes vorige week bij een wereldbekerwedstrijd in Lyon opliep? Antwoord: voor hem persoonlijk vanzelfsprekend dramatisch en vrijwel zeker desastreus voor de kansen van Nederlandse turners op deelname aan de Olympische Spelen van 2008 in Peking.

Sinds Wammes beide enkels heeft gebroken en eventueel moet vrezen voor zijn carrière zijn turners en trainers met olympische ambities intensief aan het rekenen geslagen. Dat bleek gisteren in Hooglanderveen, waar in een tot turnhal ingerichte fabriekshal de eerste van twee kwalificatiewedstrijden voor de Europese kampioenschappen werd gehouden en de pijn van Wammes breed werd gevoeld.

Oud-bondscoach Rob Stout, tegenwoordig trainer van O en O uit Zwijndrecht, vertelde hoe de coming man Anthony van Assche (16) op het slechte nieuws reageerde. 'Is het ernstig', was zijn eerste reactie. Toen ik zei dat Jeffrey zeker een half jaar uit de roulatie zal zijn, was zijn eerste reactie: 'Nou, dan richt ik me maar op de Spelen van 2012'.'

Van Assches heldere conclusie dat 'Peking' onhaalbaar is geworden, wordt niet door iedereen gedeeld, al is de scepsis flink toegenomen. Maar hoop doet leven, nietwaar? Door de nieuwe situatie zijn betrokkenen anders gaan denken en anders gaan rekenen. Men gaat er vanuit dat zonder Wammes kwalificatie met een landenploeg voor de Spelen onhaalbaar is geworden. De accenten worden verlegd naar individuele plaatsing van turners, waar natuurlijk gedacht wordt aan Yuri van Gelder, de Europees- en wereldkampioen aan ringen, maar ook aan Epke Zonderland, voor wie een plaats bij de beste tien op de meerkamp bij de WK van 2007 volstaat.

Gerard Speerstra, clubtrainer van WIK-FTC Heerenveen en sinds kort ook technisch adviseur mannenturnen van de gymnastiekbond (KNGB), rekent voor dat Nederland zonder Wammes in een landenwedstrijd vijf tot zes punten moet inleveren. Dat lijkt de nekslag voor een team dat bij de laatst gehouden WK 36ste werd en bij de WK later dit jaar in het Deense Arhus bij de beste 24 moet eindigen om uitzicht op de Spelen te houden. Het woord 'onhaalbaar' nam Speerstra gisteren nog niet in de mond, maar zijn analyse over het niveau van turners die het Nederlands team in Arhus kunnen aanvullen laat aan duidelijkheid niets te wensen over. 'Wat ik vandaag heb gezien, stemt me niet vrolijk. Ik heb vooral veel turners gezien die van het toestel vielen.'

Bij de gymnastiekbond heeft men zich nog niet neergelegd bij de onhaalbaarheid van een plaats bij de beste 24 landen in Arhus. Maar die hoop is vooral gebaseerd op een voorspoedig herstel en een gedeeltelijke inzetbaarheid van Wammes. 'Turners staan niet alleen op hun voeten, maar ook op hun handen', zei topsportcoördinator Henk Kort. Met andere woorden: wie weet kan Wammes aan de rek, op de brug, bij het voltigeren of aan de ringen nog iets voor het Nederlands team betekenen. De onderdelen vloer en sprong zijn gelet op de zware belasting voor de enkels geen optie, dat beseft iedereen.

De hoop wordt ook levend gehouden door Wammes' trainer Bram van Bokhoven, die gisteren in Hooglanderveen wees op junioren Anthony van Assche en Carlo van Minde, die in de meerkamp hoger scoorden dan Jeroen Hardon, een van de kandidaten om Wammes te vervangen. Dat mag zo zijn, maar Van Assche behoort al tot de zes turners op wie alle olympische rekenmodellen gebaseerd zijn. En de score van 77,400 punten voor Van Minde is nog acht punten verwijderd van de 85 die Speerstra voor alle zes turners als basiseis neemt om met een team bij de beste 24 landen van de wereld te eindigen.

Speerstra wil eerst de EK van 4 tot en met 7 mei in Volos afwachten om 'te zien waar Nederland internationaal staat', maar zijn somberheid is vooral slecht nieuws voor Yuri van Gelder, wiens kansen op deelname aan de Spelen in Peking danig zijn geslonken. Als een Nederlands team zich bij de WK in Arhus bij de beste 24 turnt, is Nederland voor de Spelen van 2008 verzekerd van minimaal één startbewijs. Afhankelijk van de klassering bij de daaropvolgende WK van 2007 in Stuttgart kunnen er dat ook twee of zes worden.

Zonder een team is Van Gelder aangewezen op een wijziging van de reglementen waarover in mei tijdens een congres van de internationale turnfederatie FIG in Kuala Lumpur wordt besloten. Het voorstel is om wereldkampioenen die niet tot een team van een geplaatst land horen rechtstreeks tot de Olympische Spelen toe te laten. Om zich te plaatsen voor 'Peking' is in dat geval de opdracht voor Van Gelder simpel: volgend jaar in Stuttgart wereldkampioen worden.