Zittenblijven

Het artikel 'Overdoen of afglijden' (W&O, 4 maart) spreekt mij enorm aan. Zittenblijven is voor de meeste leerlingen een straf terwijl afstromen naar een lager niveau van onderwijs vaak motivatieverlies tot gevolg heeft. 'De kunst is om leerlingen op de goede plek te krijgen en ze dan daar te houden', schrijft Alette van Doggenaar. Het is wel jammer dat blijkt dat dit alleen voor de 'normale leerling' geldt. Scholen denken nog vaak dat zittenblijven wèl een goede oplossing is voor kinderen die ziek zijn (geweest) of problemen thuis hebben. Echter, voor chronisch zieke leerlingen is dit zeker geen oplossing. Nederland telt 250.000-300.000 chronisch zieke leerlingen (10% van de populatie).Vanwege hun aandoening kunnen ze minder tijd besteden aan hun leertaak dan gezonde klasgenoten. De kans dat ze een achterstand oplopen is daarom groter. Maar een jaar overdoen lost voor hen niks op: ze hebben nog steeds hetzelfde tijdsprobleem. Chronisch zieke leerlingen maken mee dat ze moeten doubleren terwijl ze wél gewerkt hebben. Dat is pas straffen! Afstromen is voor deze leerlingen ook geen verstandige keuze: chronisch zieken hebben meer moeite om werk te vinden dan gezonde mensen. Hoe hoger de opleiding, hoe groter de kans op werk.

Gelukkig hebben ministerie en onderwijsinspectie oog voor deze problematiek en bestaat er sinds 1999 wetgeving op dit gebied. De wet houdt in dat de school van de leerling ten alle tijde verantwoordelijk blijft voor het onderwijs, onafhankelijk waar de leerling zich bevindt. Dit kan betekenen dat docenten thuis of in een ziekenhuis gaan lesgeven. Ook zijn er veel mogelijkheden om het lesprogramma te verlichten. Scholen kunnen bij deze bijzondere taak begeleid worden door consulenten onderwijsondersteuning zieke leerlingen. Hier zijn geen kosten aan verbonden. Zie: www.ziezon.nl.

Consulent onderwijsondersteuning zieke leerlingen, UMC Utrecht