Sint Petersburg Paleisplein

Over de Nevski Prospekt in Leningrad golft een eindeloze stoet demonstranten. Ze dragen spandoeken met communistische leuzen, bloemen en ballonnen. Uit luidsprekers galmt een geëxalteerde stem. Maar de stemming onder de mensen is eerder feestelijk en lacherig.

In de menigte lopen twee besmuikte Nederlanders. Het is 1980. Ook wij, studenten aan het Instituut voor Theater, Muziek en Cinematografie, moesten deelnemen aan die jaarlijkse 1-mei-parade.

Aan het eind van de Nevski buigt de stoet rechtsaf, het Paleisplein op. Op een podium voor de Hermitage staan de grijze apparatsjiks te wuiven naar het volk. De stem uit de luidspreker bereikt nu extatische hoogten. `Leve de secretaris-generaal van de Communistische Partij van de USSR, kameraad Leonid Iljitsj Brezjnev!` `Hoera!` roept het volk giechelig. Nu begint wat de Russen zo vrolijk het `volkswandelen` noemen, lentepret op straat, steevast eindigend in een drinkgelag.

Een kwart eeuw later zijn alle partijleiders dood en begraven en heet Leningrad allang weer Sint Petersburg. Maar zo herinner ik mij het Paleisplein uit die jaren: `s winters een onmetelijke, lege vlakte die slechts gevuld werd bij officiële gelegenheden, `s zomers het domein van de toeristen. Sinds de val van het communisme ben ik er niet meer geweest. Zal de commercialisering ook op het Paleisplein hebben toegeslagen? Zijn er nu terrasjes en snackbars van McDonald`s op de paradeplaats? Is er onder de triomfboog van de Generale Staf een casino geopend? Rijden auto`s met bodyguards af en aan? Niets van dat al.

Half maart sta ik middenop het plein, bij de zuil van Alexander I, opgericht ter ere van de overwinning op Napoleon in 1812. De zon schijnt, het vriest vijftien graden. In de verte razen de auto`s de hoofdstraat Nevski Prospekt op, maar hier sta ik in het oog van de orkaan. Het is doodstil.

In de verte komt Joeri aangelopen, grijzend Tsjechov-baardje, alpinopet en loden jas, geboren en getogen Leningrader. Ik ken hem al 25 jaar. Zijn vader was hoofdingenieur van de Hermitage en hij is met deze plek vergroeid geraakt. Als ik vraag of hij het plein mooi vindt, kijkt hij me nietbegrijpend aan. 'Al is het volkomen leeg en nutteloos, het Paleisplein is van een onwaarschijnlijke schoonheid.'

Het plein wordt aan de ene kant hermetisch van de Neva afgesloten door het Winterpaleis, waar de Hermitage deel van uitmaakt. Het paleis is in de 18de eeuw in opdracht van diverse tsaren gebouwd door de Italiaanse architect Bartolomeo Rastrelli. Aan de overkant wordt het halfronde plein omzoomd door de twee barokke vleugels van de Generale Staf, driekwart eeuw later gebouwd door de Italiaanse architect Carlo Rossi. Die vleugels ontmoeten elkaar in een torenhoge triomfboog, bekroond door een zegekar, getrokken door zes paarden. En als om te benadrukken dat het plein zich afzijdig houdt van het stadsgewoel, buigt de straat onder de triomfboog een beetje achteloos rechtsaf naar de Nevski, waar het echte leven een aanvang neemt.

Ook Joeri herinnert zich de mei- en oktoberparades uit zijn jeugd. Zo nam zijn vader hem in 1952, een jaar voor Stalins dood, eens mee om uit de ramen van de Hermitage naar de Oktoberparade te kijken. Ze werden scherp in de gaten gehouden door een KGB`er. Joeri had een bijdehand vriendje bij zich die een beetje wilde opscheppen. 'Hij zei tegen mijn vader: `Wat denkt u, als Stalin doodgaat, wie volgt hem dan op? Malenkov?` Mijn vader verbleekte. Zo'n opmerking kon je in die dagen in een strafkamp doen belanden, maar kennelijk was de KGB`er in een goede bui.' En dus bleef de uitspraak zonder gevolgen.

Als hoofdingenieur van de Hermitage werd Joeri`s vader in datzelfde jaar bij de stadsarchitect van Leningrad geroepen. Hij moest garanderen dat de standbeelden op het dak van de Hermitage en de granieten zuil op het plein niet ter aarde zouden storten door het geraas van de tanks tijdens de militaire parade. Dan zou het slecht met hem zijn afgelopen.

Het Paleisplein was er voor parades en triomftochten, voor keizerlijke equipages en ontvangsten. Maar het kende ook oproer en bloedvergieten. In 1905 leidde de priester Gapon een menigte hongerige arbeiders naar het plein om de tsaar om brood te vragen. Nicolaas II was niet thuis, maar voor alle zekerheid werd toch maar het vuur geopend op de demonstranten. Dat is de geschiedenis ingegaan als Bloedige Zondag.

En dan is er de mythe van de bestorming van het Winterpaleis tijdens de Oktoberrevolutie van 1917, die we te danken hebben aan de film Oktober van Sergej Eisenstein. De regering had zich in de Hermitage verschanst uit angst voor de bolsjewieken. 'Die bestorming hoort bij onze mythologie', zegt Joeri. 'In werkelijkheid heeft die nooit plaatsgevonden. De regering was zo in verwarring, dat ze gewoon de deuren hebben opengezet. De bolsjewieken konden zo naar binnen lopen'.

Ook na de putsch tegen president Gorbatsjov in 1991 was er oproer op het Paleisplein: de liberale burgemeester Anatoli Sobtsjak leidde een demonstratie tegen de zenuwachtige Moskouse coupplegers. 'Hij zei: als de legercommandant van Leningrad de opstand ondersteunt, dan laat ik hem arresteren. Dat was grootspraak, maar de coup liep met een sisser af. De burgemeester heeft zich toen uitstekend gedragen.'

Het Paleisplein ligt nog steeds klaar voor historische spektakelstukken. Maar voor spektakel moet je vandaag de dag in Moskou zijn en dus is het weldadig leeg. Het mooiste uitzicht op het plein heb je uit de Hermitage. De felle zon werpt fraaie slagschaduwen. Toeristen zijn er nog niet. Alleen schoolklassen marcheren af en aan op weg naar het museum. Ook in dat opzicht is er niets veranderd.

'Vroeger', zegt Joeri, 'waren de machtigste mannen van de stad de directeuren van de grote fabrieken, zoals de Kirov-fabriek voor machinebouw. Nu zijn dat Piotrovski en Gergjev, de directeuren van de Hermitage en het Mariinski Theater. Die brengen heel wat geld in het laatje. Laten ze hier in godsnaam geen terrasjes maken. Het Paleisplein is een heilige plek.'