Probleemkind niet meer in 'bajes'

De helft van de kinderen in de jeugdgevangenis zit daar niet vanwege delicten. Er is elders geen gesloten opvang voor kinderen met grote problemen. Donner en Ross willen dat veranderen.

Hoogleraar jeugdbescherming Wim Slot projecteert twee foto's op het scherm aan de muur. Eén van een agressief ogend jongetje met een neppistool in zijn hand. En één van een huilend jongetje, zittend op de grond, zijn hoofd op de knieën. De eerste foto staat voor de jongens die in een justitiële jeugdinrichting zitten na ernstige delicten. De tweede foto verbeeldt de kinderen die geen strafblad hebben, maar door de kinderrechter onder toezicht zijn geplaatst en in een justitiële jeugdinrichting worden opgevangen - ze worden 'ots'ers' genoemd.

Hoogleraar Slot liet de foto's zien tijdens een bijeenkomst van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming deze week. In de veertien justitiële jeugdinrichtingen (25 locaties) zitten de criminele kinderen en gedragsgestoorde kinderen zonder strafblad door elkaar heen. Op 1 januari 2006 werd iets meer dan de helft van de bijna 2.500 plaatsen bezet door kinderen uit de laatste groep. Minister Donner (Justitie, CDA) en staatssecretaris Ross (Welzijn, CDA) kondigden begin vorig jaar aan dat de verschillende groepen van elkaar gescheiden moesten worden.

Een door Donner en Ross ingestelde taskforce Gesloten Jeugdvoorzieningen schreef een nog vertrouwelijk plan: tien van de vijfentwintig locaties van de justitiële jeugdinrichtingen worden omgevormd tot jeugdzorginstellingen waar alleen ots-kinderen worden opgevangen. In de overige justitiële inrichtingen zouden alleen strafrechtelijk geplaatste kinderen worden behandeld.

Slot nuanceerde het beeld van de agressieve, gevaarlijke crimineeltjes die met zielige niet-criminele kinderen opgesloten zouden zitten. Dat is niet de realiteit, zei Slot. Twee derde van de kinderen zonder strafblad heeft wél delicten gepleegd, blijkt uit onderzoek waarbij de kinderen zelf werden ondervraagd. Voor een groot deel gaat het om stevige delicten als geweld, vernieling en bedreiging.

Het onderscheid tussen de strafrechtelijk geplaatste en de onder toezicht gestelde kinderen is een stelseldiscussie, zegt hoogleraar jeugdpsychiatrie Theodor Doreleijers. 'Het stelsel stamt uit de tijd dat we dachten dat criminele kinderen slecht waren opgevoed. Die kinderen moesten heropgevoed worden. Sinds een jaar of vijftien weten we dat we naar de kinderen moeten kijken en ons moeten afvragen: wat mankeert hun?'

Het grootste deel van de kinderen in een justitiële jeugdinrichting heeft ernstige problemen, zegt Doreleijers. 'Die hebben behandeling nodig. Als ze niet gevaarlijk zijn, hoeven ze daarvoor niet te worden opgesloten achter hekken met prikkeldraad. Gewoon een voordeur die op slot kan is voor hen voldoende. Een klein deel van de kinderen in de jeugdgevangenis is crimineel. Drugsdealertjes bijvoorbeeld, daar is vaak niet zoveel mee aan de hand. Dat zijn slimme mannetjes die gewoon van pa het verkeerde beroep hebben geleerd. Die moet je wél een tijdje opsluiten, liefst niet te lang en zo dicht mogelijk bij huis. En ze dan vooral intensief begeleiden als ze vrijkomen, zodat ze een opleiding gaan doen en werk vinden. En de heel kleine groep die én gestoord én gevaarlijk is, moet in een paar aparte - gesloten - instellingen behandeld worden.'

Directeuren van justitiële jeugdinrichtingen weten dat de problemen van de kinderen altijd heel ernstig zijn en niet veel verschillen, zegt Vincent Maas, directeur van jongerenhuis Harreveld. Maar ze hebben te maken met de manier waarop de samenleving daar tegenaan kijkt. Al jaren is er forse kritiek op het 'samenplaatsen'. Ouders deden hun beklag in de media, Kamerleden stelden vragen aan de minister. Maas begrijpt dat wel. 'Ouders moeten hun kind dat niets heeft gedaan, bezoeken achter vijf meter hoge hekken. Ze worden gefouilleerd, moeten mobiele telefoon en portemonnee afgeven. Ze denken: wat is dit in vredesnaam?'

We hebben van de justitiële jeugdinrichting te veel een bajes gemaakt, zegt Maas. Oorspronkelijk waren het zorginstellingen, waar kinderen een intensieve behandeling kregen. Door bezuinigingen en de roep om een hardere aanpak werd de zorg steeds minder en de hekken hoger, stelt Maas. 'De inrichtingen werden de eindstation van de jeugdzorg.'

Het scheiden van de verschillende groepen is maatschappelijke realiteit, zegt Maas. Zijn instelling heeft twee vestigingen. De ene in Harreveld zou volgens het conceptplan alleen jongens met een strafblad opvangen en de andere vestiging in Almelo alleen ots-kinderen. Maas kan ermee leven. Belangrijker is, zegt hij, 'dat de veranderingen worden aangegrepen om de opvang en de behandeling van de kinderen te verbeteren'.

Maar niet alle collega-directeuren denken zo. De justitiële jeugdinrichting Het Keerpunt in Cadier en Keer (Limburg) zou volgens het plan vanaf volgend jaar alleen nog maar ots-kinderen mogen opvangen. Als het doorgaat, zegt directeur J. Rombout van Het Keerpunt, 'is er straks in Limburg geen jeugdgevangenis meer. Dat betekent dat het voor ouders en vrienden moeilijk wordt om op bezoek te komen, dat het lastig is om goed contact te houden met school of werk, om maar niet te spreken over begeleiding vanuit de instelling als de jongere naar huis gaat.'

Juist vanwege dat aspect was ook voor de Raad voor Strafrechtstoepassing, die de minister van Justitie adviseert over de voorgenomen plannen, niet enthousiast, bleek deze week tijdens de bijeenkomst. De raad ziet meer nadelen. De justitie-instellingen die alleen kinderen met een strafblad opvangen, zouden jeugdgevangenissen kunnen worden, 'waar alleen wordt opgesloten en weinig of niet aan behandeling wordt gedaan'.

Hoogleraar Slot zou nog liever zien dat de kinderen helemaal niet in een instelling terechtkomen: 'Kinderen worden niet van de een op de andere dag crimineel.' De meeste beschadigde kinderen kennen een voorgeschiedenis van ellende, stelde hij. ' Als ze nu goed worden behandeld, is het wellicht niet te laat. Maar als eerder was ingegrepen, was het niet zover gekomen.'

    • Sheila Kamerman