Piano klinkt als klok bij Aimard en Eötvös

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Peter Eötvös, met Pierre-Laurent Aimard, piano. Werken van Ligeti, Eötvös, Wagemans en Bartók. Gehoord: 24/3 Concertgebouw, Amsterdam. Herh. 25/3 Brussel, inl.: www.bozar.be.

Een piano in het kwadraat. Dat moet componist/dirigent Peter Eötvös ongeveer in gedachten hebben gehad toen hij aan zijn pianoconcert CAP-KO werkte. Voluit betekent de titel Concerto for Acoustic Piano, Keyboard and Orchestra, en de voortreffelijk spelende Pierre-Laurent Aimard had naast de 'gewone' vleugel gisteren dan ook de beschikking over een elektronisch exemplaar. Daarop werd elke toon op een door de componist bepaalde hoogte verdubbeld, wat een bijzonder timbrespel opleverde. De klank deed vaak meer aan klokken denken dan aan een piano, terwijl gestiek en virtuositeit onmiskenbaar pianistisch bleven.

Eötvös, die het orkest zelf met grote gebaren dirigeerde, plaatste dit 'hybride' instrument temidden van een open, aards klinkend orkest, met een partij vol fantastische klankeffecten in een helder, dramatisch betoog.

CAP-KO was een Nederlandse première, en werd gevolgd door de wereldpremière van Gravity Music van Peter-Jan Wagemans (1952). De zwaartekracht uit de titel werd onder meer vertegenwoordigd door de vaak nadrukkelijk aanwezige grondtoon in de lage orkestgroepen, die een ronduit tonale basis van het werk (be)vestigde.

Het begin, met het voorzichtig aftasten van een modus door het orkest boven een herhaalde basisklank uit de speakers, was een kopie van de wijze waarop in Indiase klassieke muziek de raga aan het begin van een uitvoering wordt geïntroduceerd. Het werkte hier fascinerend. De droeve koraal in het koper die volgde, wat vertroebeld met percussie, was van een oprechte emotionaliteit.

Hierna werd het echter een beetje wachten tot de boel van de grond kwam, maar - hoe toepasselijk voor een zwaartekrachtsmuziek - dat gebeurde niet echt. De voornaamste oorzaak leek dat Wagemans moeilijk afscheid kan nemen van zijn vaak goede orkestrale ideeën, zoals echoënde trompetten of een houterig rondschietende melodie.