Ontketend Israël

Economisch staat Israël er briljant voor, aan de vooravond van de algemene verkiezingen van volgende week. Investeerders en toeristen zijn teruggekeerd. Ongelooflijk: de campagne is weldadig saai.

De duurste grenspost van het Midden-Oosten. Foto Oscar Garschagen Garschagen, Oscar

In de proeverij van de familie Hinnawi, de Arabische leverancier van de wijnen en malse lamskoteletjes in joods Herzliya-Pituach, testen drie veertigers na een drukke week een fles rode Clos de Castel. Met een Cubaanse sigaar in de hand zegt een van hen: 'Ik heb besloten vanaf nu een optimist te zijn.'

Het gezelschap knikt instemmend en gaat door met het bespreken van de Israëlische verkiezingen, de economie en de voordelen van een Hummer-auto. Een half uurtje later vraagt een van hen: 'Zeg, waarom kijk je nog steeds zo somber. Je had toch besloten optimist te zijn.' Brommerig klinkt het antwoord: 'Denk je soms dat het gemakkelijk is om een optimist te zijn.'

Dr. Karnit Flug, directeur van de onderzoeksafdeling van de Bank van Israël, de centrale bank, moet hartelijk lachen. 'Een zeer Israëlisch toneelstukje. Maar het is waar, wij zijn geen opgewekt volk. Iedereen begint pas nu langzaam te beseffen dat we het bepaald niet slecht doen. Dat komt ook doordat het politieke nieuws op de voorpagina's altijd somber is; het goede nieuws staat achterin, op de pagina's over economie en financiën.' Sinds het midden van 2003 groeit de Israëlische economie weer bevredigend met 5 procent en meer, de buitenlandse investeringen stijgen ferm, de werkloosheid daalt langzaam, het begrotingstekort is geslonken tot onder de 2 procent van het bbp. 'Alleen de staatsschuld blijft te hoog en de armoede is een onopgelost probleem', vat zij de Israëlische economische wederopstanding na een lange recessie samen.

Wie de kranten niet leest, de berichten over de boomende Tase (Tel Aviv Stock Exchange, de beurs van Israël) en de zeventig op de Amerikaanse Nasdaq genoteerde Israëlische bedrijven onderaan het televisiescherm negeert, kan het toch niet ontgaan zijn dat Israël is opgeleefd. Of, zoals Daniel Doron van het Israëlische Centrum voor economische en sociale voortgang snuivend zegt: 'Premier Sharon en minister van Financiën Netanyahu hebben Israël behoed voor een Argentijns drama en zijn eindelijk begonnen met de omvorming van een bolsjewistische economie naar een vrijemarkteconomie. Sharon en Netanyahu waren de beste financieel-economische leiders die Israël ooit heeft gehad. We hebben onszelf eindelijk bevrijd uit de oude socialistische ketens. Het gevecht tegen bureaucratie, de vakbonden en de inefficiënte monopolies is nog niet voorbij. Als dat het geval is heeft Israël de potentie een van de tien rijkste landen ter wereld te worden.'

Doorkruis Israël en je passeert nieuwe winkelcentra, industrieparken, kantoorwijken met ondergrondse kabelnetwerken, vierbaans snelwegen, treinverbindingen en jachthavens in aanbouw of fris geschilderd opgeleverd. De nieuwste wegen- en stedenkaarten van het land zijn per definitie verouderd op de dag van verschijning.

Op het programma van premier Sharon en nu van zijn opvolger Olmert, dat dagelijks wordt verstuurd naar buitenlandse correspondenten, staat vrijwel iedere dag de opening van een nieuwe onderneming, een treinstation of pepspeech voor buitenlandse investeerders, die in 2005 ruim 10 miljard dollar (8,35 miljard euro) direct en in beleggingen in het land pompten na in voorliggende jaren Israël te hebben gemeden.

In de laatste maanden van zijn politiek actieve leven besteedde Sharon daar meer tijd aan dan aan Palestijnen, kolonisten en zijn nieuwe partij Kadima. Voor buitenlandse investeerders en bedrijven is Israël, met een winstbelasting van een onderhandelbare 10 procent (35 procent in de VS) en een hoogopgeleide bevolking die na de verplichte legerdienst vertrouwd is met complexe elektronica, een magneet.

De fiscale en macro-economische hervormingen en de daling van het aantal Palestijnse aanslagen - het gevolg van de militaire herbezetting, de liquidaties en afgrendeling van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook - hebben geleid tot een terugkeer van investeerders én toeristen naar een gekalmeerd Israël.

In Kiryat Gat, langs Route 40 van Tel Aviv naar Beersheva, bouwt het Amerikaanse Intel voor 2,9 miljard euro al weer de zesde, kolossale productiefaciliteit voor Pentium 4-chips en de in Haifa ontwikkelde Centrino-chips. Intel leidt de heropleving van de Israëlische hightechsector, die goed is voor bijna 11 miljard euro aan export en weer bijna terug is op het niveau van 2000, toen gelijktijdig met de uitbarsting van de Palestijnse intifadah de wereldeconomie afremde.

In dit eens armoedige ontwikkelingsstadje worden ook flashcards voor digitale camera's gemaakt. De ingenieurs en technici komen uit alle delen van het land, maar vooral uit Modi'in, een nagenoeg nieuwe stad en daarom aanzienlijk leefbaarder dan het naargeestige Jeruzalem of dichtgeslibde Tel Aviv. Met als gevolg dat Israël 'een gewoon land wordt, want we hebben nu eindelijk ook echte files dankzij woon-werkverkeer en niet dankzij slechte wegen, leve de files', grapte Larry Drefner van The Jerusalem Post in een beschouwing over de ongelofelijke, maar volgens hem weldadige saaiheid van de verkiezingscampagne. 'Komt doordat het zo goed gaat', is zijn conclusie.

Van Kiryat Gat in de richting van de Gazastrook is de ene na de andere kibboets onherkenbaar veranderd in nieuwe villawijken, fabrieksterreinen en winkelcentra. Het socialistische Kfar Azza bijvoorbeeld is een beursgenoteerde onderneming met fabrieken in Engeland en Duitsland, de 250 kibboetsleden eten alleen nog 's avonds gezamenlijk en kunnen in 2006 een nettowinst van 125 miljoen euro onder elkaar verdelen. De laatste koeien zijn afgelopen winter weggedaan. De nabijheid van Gazastad en zo nu en dan inkomende raketten van amateuristische makelij hebben geen enkele invloed. Tweederde van alle Israëlische kibboetsen heeft zich omgevormd tot kapitalistische ondernemingen, nadat de regering in 2003 en 2004 de wetgeving had geliberaliseerd. Twee voormalige socialistische landbouwgemeenschappen zijn genoteerd op de New Yorkse beurs.

Karnit Flug van de centrale bank denkt dat de economische hervormingen van de afgelopen jaren onomkeerbaar zijn, omdat Israël een klein, open land is dat het zonder aansluiting bij de wereldeconomie (en dan vooral de VS en Europa) niet kan redden: 'Mozes sloeg bij terugkeer uit Egypte niet rechtsaf naar de olierijke gebieden, maar linksaf naar dor Kanaän. We hebben geen olie. Wij moeten dus aangesloten zijn op de wereldeconomie, op de datanetwerken, de kabels en de onderzeese pijpleidingen. Dat werkt disciplinerend.'

Het risico dat de omstreden, felbekritiseerde privatiseringen van de havens, de nutsbedrijven, de nationale luchtvaartmaatschappij El Al en de raffinage-industrie ongedaan gemaakt zullen worden, is nihil. De nieuwe leider van de Arbeidpartij, Amir Peretz, die de stakingen tegen de verkoop van de havens leidde in 2003 en 2004, dreigde de verkoop van Bezeq, de telefoonmaatschappij, aan een consortium waar het Britse Apax (aandeelhouder van PCM Uitgevers) deel van uit maakt, tegen te houden. Zonder ophef is hij in de loop van de campagne bijgedraaid.

'Er moet nog veel gebeuren en er is veel verzet, vooral van de vakbonden in de haven- en de banksector, maar het is voor de werkgelegenheid en het midden- en kleinbedrijf van groot belang dat de liberalisering doorgaat', zegt Flug. Vooral kleine ondernemingen hebben de grootste moeite om aan kredieten te komen, maar de privatisering van de belangrijkste banken gaat door, net als in de vervoerssector en de post. Het oude, socialistische Israël is niet meer, maar over deze veramerikanisering wordt steeds minder geklaagd. Was in het verleden 80 procent van de werknemers aangesloten bij de almachtige Histadrut, de vakbondsfederatie, tegenwoordig is dat nog geen 30 procent.

In de verkiezingscampagne en de partijprogramma's worden uitsluitend beloftes gedaan de eveneens zichtbare armoede te bestrijden en het minimumloon te verhogen. 'We zien dat door de groei de werkloosheid daalt, maar dat voor degenen met de minste opleiding het erg moeilijk blijft werk te vinden. Armoede is een probleem, vooral voor ouderen, Ethiopiërs, Arabische Israëliërs die om bekende redenen moeilijk werk vinden', legt Flug uit.

Vooral de oudere immigranten uit Rusland en Ethiopië, vaak zonder pensioenen, zijn afhankelijk van de staat en de liefdadigheid. 'De kloof tussen goed opgeleide werkers en slecht opgeleide werklozen en bejaarden is gegroeid.'

Verhoging van de uitkeringen is strijdig met het begrotingsbeleid en het optrekken van het minimumloon van nu 595 euro per maand kan rekenen op tegenstand van de Bank van Israël onder leiding van Stanley Fischer, die na een lange carrière bij de Wereldbank overstapte naar Citicorp en daar werd weggehaald door Sharon en Netanyahu. 'Beter is het de controle op de uitvoering van de wet op het minimumloon te verbeteren. Meer dan tweederde van de bedrijven ontduikt die wet en we hebben te weinig inspecteurs om hen te vervolgen', redeneert Flug. Het Israëlische overheidsapparaat is traag, vermolmd en wordt bevolkt door politieke vrienden van ministers.

De meeste Israëlische economen zijn ook tegen een verhoging van het minimumloon, omdat de Israëlische bedrijven in de handel, de textiel en de bouw de strijd tegen China, India, Jordanië en Egypte dan verliezen. Beter is het, zegt Roby Nathanson van het Israëlisch Instituut voor sociaal onderzoek, de uitgaven op defensie (8 procent van het bbp na verrekening van de Amerikaanse miljardenkredieten die worden gebruikt voor wapenaankopen in de VS) te verlagen.

'Er kunnen miljarden bezuinigd worden op defensie ten gunste van onderwijs en vakopleidingen voor werklozen. Groei en beter onderwijs zijn de enige serieuze wapens tegen armoede, de rest is politieke flauwekul', aldus Nathanson. Alle grote partijen zijn daartoe ook bereid, hoewel de meesten van zijn collega's vrezen dat de opvolgers van Sharon en Netanyahu minder gedisciplineerd zullen zijn. Flug maakt zich daar minder zorgen over: 'We zijn aangesloten op de wereld, we kunnen zo lid worden van de Europese Unie, want we voldoen aan alle monetaire criteria.' En daarop wordt in proeverij van Hinnawi of Rocco, de nieuwste hangplek voor Porsche- en Mercedes-rijdende jongeren met uitzicht op de Middellandse Zee en strakke lijven, dan ook royaal op gedronken.