Ondernemen is overnemen

De kaart van Europa is een bord vol spaghetti. Week na week doen topmanagers miljardenovernames. Beleggers zijn gretig, politici zijn vooral bang.

Menno Tamminga

Voetbal is oorlog?

Overnames zijn oorlog.

Mannesmann on verge of surrender to Vodafone kopte Europa's zalmroze zakenkrant Financial Times die ochtend.

Het was vrijdag 4 februari 2000. Het leek wel alsof de laatste oorlog in blessuretijd nóg een geallieerde zege had opgeleverd. Het Britse mobieletelefoonbedrijf Vodafone had net voor 180 miljard euro het Duitse conglomeraat Mannesmann opgekocht.

Het was om twee redenen een mijlpaal: de grootste Europese overname allertijden. En een geslaagde Angelsaksische overrompelingstactiek, die nog nadreunt in een Duitse rechtszaal. De Britten lanceerden een vijandig bod, over de hoofden van de Mannesmann-directie heen. Vodafone deed een direct appél op de aandeelhouders met een aantrekkelijke overnamepremie.

En zie Europa nu. De regeringsleiders praten over de 'Lissabon-agenda' en hoe de Europese economie de meest concurrerende te maken. Maar Europese topmanagers handelen. De Angelsaksische overrompelingstactieken zijn gemeengoed, deels dankzij de invloed van Angelsaksische zakenbanken die vanuit Londen, Europa's financiële centrum, topmanagers adviseren en opjutten. De politieke reactie in Frankrijk en Spanje: eigen kampioenen eerst. En toeval of niet: Duitse ondernemingen lopen voorop met vijandige biedingen. Energiegigant Eon in Spanje. In Duitsland mislukte een vijandig bod van farmaciebedrijf Merck op concurrent Schering. Bayer deed eergisteren een hoger bod van 16,3 miljard euro.

De reeks nationale en grensoverschrijdende Europese overnames is de derde in minder dan twee decennia. De eerste werd ontketend aan de vooravond van '1992', de definitieve vorming van één Europese markt. De Italiaanse industrieel Carlo de Benedetti deed zijn (mislukte) vijandige bod op de Belgische Generale Maatschappij. De Belgische verzekeraar AG fuseerde met de Nederlandse Amev tot Fortis. ABN ging met Amro, Nationale-Nederlanden met NMB Postbank.

De tweede golf begon op merger monday, maandag 13 oktober 1997, de dag dat vijf grensoverschrijdende Europese fusies werden aangekondigd, waaronder die van uitgevers Reed Elsevier en Wolters Kluwer. Maanden later liep deze fusie overigens alsnog stuk. De komst van de euro was nu een cruciale drijfveer. Het verdwijnen van nationale valuta zou het inzicht in nationale markten vergroten en de concurrentie aanmoedigen. Tijd voor grensoverschrijdende fusies om sterker te staan: Corus, AstraZeneca, Aventis, Daimler Chrysler. De internethausse zorgde in 2000 nog voor knallers als de overname van Endemol door het Spaanse telefoonbedrijf Telefónica.

Maar de beurskrach van 2001 en 2002 en de economische malaise legden de zakenarena stil. Begrijpelijk. Fusies en overnames zijn bovenal een afspiegeling van de psychologie van topmanagers. Als de economie groeit, de winsten lekker stijgen en de beurskoersen oplopen is de animo voor fusies en overnames 't grootst.

Zo was het aan het begin van de vorige eeuw, toen Henri Deterding de Koninklijke/Shell maakte, zo was het eind jaren twintig, toen Unilever werd geformeerd, zo was het in de jaren zestig, met Amro, ABN en Akzo.

Zulke tijden zijn weer aangebroken. De winsten zijn hoog, mede door banenverlies en het afstoten van overtollig bezit, van vastgoed tot dochterbedrijven. De beurs stijgt. Zakenbankiers bellen voortdurend met voorstellen.

Vorig jaar telde de Amerikaanse databank Mergerstat 12.029 Europese fusies en overnames, 700 meer dan in 2004. Totale waarde: 715 miljard euro, eenderde hoger dan in 2004.

Groot zijn heeft voordelen, voor het bedrijf en voor topmananagers zelf: meer macht om prijzen vast te stellen, meer winstkansen, meer bonus, meer salaris. Dit zijn weer tijden voor animal spirits, zoals de econoom J.M. Keynes de drijfveren van ondernemers ooit aanduidde. Ondernemen is overnemen. Brutalen hebben de halve wereld.

Daar komt bij: aandeelhouders zijn machtig. De boekhoudschandalen hebben de machtspositie van managers gereduceerd. Beleggers in Europese bedrijven hebben meer te zeggen gekregen. En zij weten het. Zij zijn gretig. Gretig om de pressie op ondermaats presterende topmanagers op te voeren om hun bedrijf in de verkoop te doen. Gretig om hogere biedingen uit te lokken. Financiers die hele bedrijven opkopen, de zogeheten private equity verschaffers bulken van het kapitaal en zijn ook gretig. Zie hun bod op VNU, hun bod op afvalverwerker AVR, hun animo voor industrieel concern Stork.

Rest een vraag voor wie de kapitaalstromen als spaghetti-slierten door Europa ziet snellen: werken die overnames eigenlijk wel? Nee. Onderzoek op onderzoek leert dat de helft of meer van de fusies zijn doelstellingen en ambities niet waarmaakt. Succes is het 'geluk' van kruis of munt. Maar zeg dat niet tegen een topman die een overname entameert: hij weet zeker dat hij de statistieken zal verslaan, zoals de frontsoldaat gelooft dat de man naast hem de meeste kans loopt geraakt te worden.