Nog lange weg voor Europees energiebeleid

Europa gaat meer samenwerken op energiegebied, aldus de regeringsleiders. Maar een vanuit Brussel gestuurd energiebeleid is nog heel ver weg.

Eén Europese energiemarkt? Waar hebben we het eigenlijk nog over leek de Britse premier Tony Blair te willen zeggen toen hij gisteren in Brussel na afloop van de Europese top van regeringsleiders de situatie bij hem 'thuis' in Downing Street 10 beschreef. 'De elektriciteit komt van een Frans bedrijf, het water van een Duits bedrijf en voor het gas hebben we de keuze uit vier bedrijven waarvan er drie niet Brits zijn. Wij hebben onze markt geliberaliseerd', aldus Blair.

Maar wie het gas of de elektriciteit aflevert, is dan ook niet zozeer het probleem. Veel meer gaat het om de aanvoer van deze grondstoffen. Daarover was de afgelopen tijd in Brussel wél veel te doen. Het begon ermee dat het Russische Gazprom in januari als gevolg van een prijsconflict met grootafnemer Oekraïne even de gaskraan dichtdraaide. De toevoer naar Europa, dat de afgelopen jaren steeds afhankelijker is geworden van Russisch gas, stokte. In het gebouw van de Europese Commissie vond men deze 'crisis' niet zo heel erg, zo was de afgelopen maanden bij diplomaten te beluisteren.

Europa gaat samenwerken. Dat was ook de boodschap van de regeringsleiders, die gisteren een tweedaagse top afsloten. De Europese Commissie wil dat al jaren, een Europees energiebeleid. Maar lidstaten hielden dat in het verleden steeds af omdat ze energie zagen als een zaak van nationaal belang. Ook Nederland wilde niet dat 'Brussel' iets te zeggen zou krijgen over het gas bij Slochteren.

Onlangs deed de Europese Commissie in een discussiestuk opnieuw tal van voorstellen. Zoals een richtlijn die lidstaten verplicht gasreserves aan te houden. Of een toezichthouder voor de Europese energiemarkt. De regeringsleiders zijn zover nog niet. Uiterst voorzichtig formuleerden zij hun bereidheid tot samenwerking. Het gaat om 'een gemeenschappelijke operationele aanpak van crisissituaties die gekenmerkt wordt door solidariteit en rekening houdt met subsidiariteit'.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel zette de toon. Volgens haar hoeven er voor een effectieve samenwerking geen bevoegdheden naar Brussel te worden overgeheveld. De Duitsers vrezen dat dit al gauw kan leiden tot een Europees ambtelijk 'energieverdeelstation'. Veel belangrijker is dat er goed gecoördineerd wordt, aldus Merkel.

Aan die coördinatie gaat nu gewerkt worden met een jaarlijkse rapportage aan Brussel.

Ondertussen gaat de strijd om de grote Europese energiebedrijven door. Tot het verwachtte verhitte debat hierover kwam het niet. De Italiaanse premier Berlusconi verwijt de Fransen het afschermen van de eigen markt waardoor het in zijn land gevestigde energiebedrijf Enel het Frans-Belgische Suez niet kan overnemen. Maar op de top bracht Berlusconi het onderwerp niet ter sprake. In de gangen van het Justus Lipsius gebouw waar de regeringsleiders hadden vergaderd constateerde de Belgische premier Guy Verhofstadt dat Berlusconi er niet was tussen gekomen. 'We herkennen zijn stem niet eens meer', zei hij.