Leven onder Ivoriaanse rebellen

In het noorden van Ivoorkust heersen al bijna vier jaar de rebellen. Banken zijn dicht. Het dagelijks leven gaat verder. Oorlog is lucratief.

Rebellenleider Fofié gaf opdracht tot het opknappen van de stad Korhogo. Muurschilderingen bevielen hem het best. Foto Pauline Bax Bax, Pauline

De militair onder de boom rekt zich nog eens uit voordat hij op zijn rug gaat liggen. Het gekraak van zijn metalen campingbed doorbreekt de middagstilte die over kamp Fansara 110 is neergedaald. Zijn ogen gaan pas weer open als een kameraad komt melden dat de chef afwezig is: het laissez-passer voor een stadsbezoek moet maar ergens anders gestempeld worden. Waar, dat weten ze niet. Waarom, dat weten ze wel. 'Veiligheidskwestie', geeuwt de man op het campingbed.

De nieuwe bureaucratie in het noorden van Ivoorkust heeft verdacht veel weg van een militaire dictatuur. Zonder geldige papieren kom je het gebied niet in of uit. Bij de talloze wegversperringen komen jongens in gevechtspak saluerend aan het portierraam staan en in sommige steden wordt zelfs tol geheven door militairen met een bonnenboekje in de hand. Wie protesteert, krijgt te horen dat het een 'veiligheidskwestie' is. De burgers weten beter. 'Vroeger betaalden we belasting aan de overheid', zegt een boer die net een muntje in de hand van een rebel heeft gedrukt. 'Tegenwoordig betalen we belasting aan de rebellen.'

De Nieuwe Krachten, de rebellenbeweging die al bijna vier jaar het noorden van het land bezet houdt, doen zich graag voor als een gedisciplineerde organisatie. Toen ze in 2002 een greep naar de macht deden, zeiden ze te strijden voor een nobele zaak. De regering behandelde de miljoenen noorderlingen als tweederangsburgers. Door president Gbagbo te verjagen zouden zij, een groep dissidente legerofficieren, een einde aan de ongelijkheid maken. Ze faalden in hun opzet, maar kregen wel een gebied in handen dat vijf keer zo groot is als Nederland.

Sindsdien is het noorden opgedeeld in stadstaatjes die gaandeweg een hoge mate van autonomie hebben verkregen. Elke stad heeft een 'comzone', een commandant die de omliggende regio bestuurt. Machtsmisbruik ligt op de loer.

Vorige maand vaardigde de VN-Veiligheidsraad sancties uit tegen drie Ivorianen. Zij stonden op een lijst met tientallen personen die verantwoordelijk worden gehouden voor het saboteren van het vredesproces. Twee aanvoerders van regeringsmilities in het zuiden kregen een reisverbod opgelegd. Ook werden hun buitenlandse bankrekeningen bevroren.

Om de schijn van partijdigheid te vermijden, strafte de raad ook een rebellenleider. Het werd de 38-jarige Martin Kouakou Fofié, commandant van Korhogo, een stad van handelaars en katoenboeren vlakbij de grens met Burkina Faso. Onder zijn leiding maakten rebellen zich schuldig aan 'het recruteren van kindsoldaten, ontvoeringen, seksueel misbruik van vrouwen, willekeurige arrestaties en buitengerechtelijke executies', aldus de VN.

Oorlog is lucratief. Dagelijks trekken door Korhogo vrachtwagens met smokkelwaar uit Guinee, Mali, Burkina Faso. Waar gaat de tol naartoe die aan de stadsgrenzen wordt geheven? Naar Fansara 110, fluisteren de bewoners: de kazerne waar de mannen van Fofié gelegerd zijn. Net als de 15 ton rijst die groothandelaars maandelijks aan het kamp moeten afdragen, de vaten diesel, de brommers, de kippen. Zo blijft ieders veiligheid gegarandeerd.

De rebellen mogen onderling goed georganiseerd zijn, van daadwerkelijk bestuur is geen sprake. De scholen worden draaiend gehouden door vrijwilligers. De brandweer is opgedoekt, het postkantoor gesloten, de banken zijn dicht. Rij- of identiteitsbewijzen kan niemand krijgen. Een voormalige ambtenaar noteert geboortes en overlijdens in een schrift. Zodat ze later alsnog in de burgerlijke stand opgenomen kunnen worden. Als er vrede is.

Toch staat Korhogo niet stil. Niemand durft met zekerheid te zeggen of het met de sancties te maken heeft, maar feit is dat het centrum daags na het besluit van de VN-Veiligheidsraad een metamorfose onderging. Op last van Fofié werden de houten kramen rond het marktplein afgebroken en vervangen door winkels van baksteen. Het verwaarloosde gemeentehuis kreeg een verfje, de prefectuur een nieuw dak en het Plein van de Vrede werd opgesierd met vlaggen en vers grint. Bouwmateriaal werd verplicht aangeleverd door de middenstand.

Een feestelijk hoogtepunt was de heropening van het cultureel centrum. De commandant kwam in hoogsteigen persoon de sociaal-realistische muurschilderingen bewonderen. 'Het welzijn van de bevolking is onze bestaansreden', sprak hij. Onze rebellenbeweging is uniek. Wij zijn erkend door de internationale gemeenschap. Onze mannen denken na.'

Sommige inwoners zijn trots op het nieuwe aanzien van hun stad. Anderen sneren dat Fofié met de opknapbeurt vooral zijn eigen imago heeft willen oppoetsen. Als Fofié echt iets wil verbeteren, zou hij wat aan de rechtspraak moeten doen, zucht een vertegenwoordiger van een politieke partij. Korhogo moet het zonder rechters stellen. Bij ruzies over rundvee of landbouwgrond treden de 'dozos' op, een besloten kring van traditionele jagers die over mystieke krachten zeggen te beschikken. Veel rebellen zijn ingewijd in de dozo-gemeenschap en denken dat ze hun macht aan de spirituele wereld ontlenen. Volgens een VN-rapport fungeren de traditionele jagers als 'een parallele politie die arrestaties uitvoert, foltert en zich soms schuldig maakt aan verkrachtingen'.

Veel mensen hebben hun hoop gevestigd op de nieuwe commissaris van politie. In het nog van verf druipende politiebureau zit sinds kort meneer Ouattara. Hij gaat voortdurend te rade bij een deskundige van de lokale VN-missie. 'Als ik iets niet weet, bel ik hem meteen op, want ik probeer de mensenrechten te respecteren', zegt Ouattara oprecht. Na een blik op de deur die dicht is, haalt hij met gepaste trots een overzicht van recente aangiftes tevoorschijn. Diefstal, knokpartijen of oplichting, hij schrijft het allemaal op. Voor later, als er vrede is.