Justitie ook in beroep in Hofstadzaak

Het openbaar ministerie heeft tegen zeven uitspraken van de rechtbank in de zaak tegen de Hofstadgroep hoger beroep aangetekend. Dat heeft het landelijk parket van het OM gisteren bekendgemaakt.

De rechtbank achtte op 10 maart bewezen dat negen verdachten deelnamen aan de terroristische organisatie. Acht van de veertien leden van de Hofstadgroep kregen gevangenisstraffen opgelegd, variërend van een jaar tot vijftien jaar. De hoogste straf was voor de 21-jarige Jason W.: hij kreeg vijftien jaar gevangenisstraf opgelegd. W. werd ook schuldig bevonden aan vijfvoudige poging tot doodslag. Kort voor zijn arrestatie gooide hij een handgranaat naar politiemensen, vijf van hen raakten daarbij gewond. Vijf verdachten werden door de rechtbank vrijgesproken. Zeven veroordeelden tekenden al beroep aan tegen het vonnis in hun zaak.

Het OM zegt tevreden te zijn over het vonnis van de rechtbank. Desondanks wil justitie enkele juridische kanten van de zaak voorleggen aan een hogere rechter. Daarbij gaat het om de uitleg van de rechtbank van het begrip terroristische organisatie, het onderscheid dat de rechtbank tussen de diverse deelnemingshandelingen maakt en het terroristische oogmerk bij het bezit van wapens.

De rechtbank is weliswaar van oordeel dat de verdachten hebben gehandeld vanuit een radicale geloofsopvatting, maar zij deelde niet de conclusie van het OM dat het het oogmerk van de groep was geweldsmisdrijven te plegen. De rechtbank verklaarde wél bewezen dat de veroordeelde verdachten zich hebben schuldig gemaakt aan opruiing, haatzaaien en bedreiging met terroristisch oogmerk.