Johnson onnadrukkelijk

Concert: Jack Johnson. Gehoord: 24/3 HMH, Amsterdam.

Je hebt luisterconcerten en kwebbelconcerten. Jack Johnson gaf gisteren een kwebbelconcert, voor een publiek dat de volle twee uur lang door de muziek heen kakelde. Zelf kon de Hawaiiaanse antister daar weinig aan doen, want hij speelde zijn muziek levendig en precies. Zijn prettige mengeling van folk en bossa nova is nu eenmaal van een onnadrukkelijke natuur en Johnson heeft weinig uitstraling. De enige manier om de uitverkochte zaal op te laten houden met kletsen, was met één van zijn onverbiddelijke meezingers.

Het was waarschijnlijk de laatste keer in lange tijd dat Jack Johnson zich op het podium liet zien, want het succes is hem boven het hoofd gegroeid. Als popster tegen wil en dank speelt hij zijn zonnige kampvuurmuziek nu in enorme rockzalen, waar hij het middelpunt is van bruisende sociale gebeurtenissen. Zo had Johnson het helemaal niet bedoeld, want hij beschouwt zijn gezin en zijn geliefde surfsport als veel belangrijkere factoren in zijn leven.

Opvallend aan zijn concert was de mate van authenticiteit waarmee hij zijn Caraïbisch getinte muziek over het voetlicht bracht. Zijn gitaarspel heeft de swing van echte bossa nova en een lap-steelgitarist zorgde voor een intermezzo met de klaaglijke jammerklanken van Hawaiiaanse volksmuziek. Daarbij vergat Johnson ook de rock en de soul niet, getuige de subtiele citaten van Sly & the Family Stone en Bo Diddley die hij door zijn eigen liedjes weefde. Zijn versie van The White Stripes' My doorbell is een vast onderdeel van het repertoire, resultaat van de vriendschap die hij sloot met de veel ruigere rocker Jack White.

Zo zijn er wel meer dingen onwaarschijnlijk aan Jack Johnson. Zijn laatste succesalbum bestaat uit Sesamstraat-achtige kinderliedjes bij de tekenfilm Curious George, waarvan het schattige Upside down al net zo uitbundig werd meegezongen als het volwassener repertoire. Zijn show had geen kunstgrepen nodig. Alleen pianist Zach Gill mocht solliciteren naar een open doekje, staand op zijn kruk voor een jolige boogie woogie-riff. Gekker dan dat werd het niet. En toch zullen we Jack Johnson missen; al was het alleen maar als gespreksonderwerp.