Wie in Shanghai ambitieuze ouders heeft, draagt een bril

China Van de middelbare scholieren in China heeft 86 procent een bril. “Hij vindt het erg vervelend.”

Eerstejaars studenten in Sjanghai. 86 procent van de middelbare scholieren in China is brildragend. Foto Hollandse hoogte / Lai Xinlin

Boven een vuistdik boek met Engelse zinnetjes schuift Tommy zijn bril wat verder op zijn neus. Het is zondagochtend en de tienjarige jongen zit met zijn vader in een restaurant. Hij is bij lange na niet het enige kind dat hier in het weekend komt om te studeren. Hij is ook niet het enige kind met een bril. Die twee dingen hebben met elkaar te maken, weten oogdoktoren in China. Tommy zou volgens hen buiten moeten spelen, waar de winterzon zijn ogen kan behoeden voor myopie, bijziendheid.

„Vroeger speelden de kinderen met z’n allen op straat in hun vrije tijd. Tegenwoordig is de samenstelling van de buurt anders”, verzucht Zhou Jin, directeur van de afdeling oogheelkunde van het Centrale Ziekenhuis in Shanghai. „Nu worden kinderen door hun ouders thuis gehouden omdat ze bezorgd zijn om hun gezondheid en veiligheid.”

Dat 86 procent (2015) van de Chinese middelbare scholieren een bril heeft, en dat een op de drie basisschoolleerlingen bijziend is, heeft vooral te maken met veranderingen in de samenleving. In de jaren vijftig hadden Chinezen net zo vaak een bril als niet-Chinezen. „Toen deden kinderen naast lezen en studeren een hoop klusjes, én sportten ze veel buiten. Tegenwoordig zijn scholieren veel tijd kwijt aan huiswerk en spelletjes op hun telefoon.” Basisschoolkinderen in Chinese steden maken lange dagen op school, en besteden ’s avonds en in het weekend uren aan huiswerk en bijlessen. Zeker in verhouding tot Nederlandse kinderen spelen ze maar weinig buiten.

Het hoge aantal brildragende kinderen heeft ook de aandacht van de regering in Beijing. Op de Nationale Ooggezondheidsdag wordt aandacht gevraagd voor het onderwerp. Het ministerie van Onderwijs heeft bovendien een richtlijn uitgevaardigd waarin staat dat de scholieren in de laagste klassen van de basisschool geen geschreven huiswerk meer mogen doen. Geschreven huiswerk moet sowieso worden beperkt en vervangen door andere opdrachten. Bijlessen in de vakanties zijn verboden.

Een nationaal programma voorziet in jaarlijkse oogtesten. Als basis- en middelbare scholen naar het ziekenhuis komen voor de test, vertellen de dokters ook wat ze kunnen doen om bijziendheid te voorkomen. In Shanghai worden ook kleuters getest.

Buiten in de zon

Tommy’s bijziendheid werd bij zo’n test opgespoord. Volgens zijn vader heeft hij er zelf weinig last van. Ook de vijfjarige Chen Xinfu heeft eigenlijk meer last van zijn bril dan van zijn ogen. „Hij vindt het erg vervelend”, zegt zijn vader. „Het is een extra last op zijn gezicht.” Toch heeft de diagnose Xinfu’s ouders gewaarschuwd en hebben ze maatregelen genomen om zijn ogen niet verder achteruit te laten gaan. „We houden hem weg van mobiele telefoons en andere elektronica. De dokter zegt ook dat hij zijn bril op moet als hij tv kijkt.” Dat betekent niet automatisch dat Xinfu nu meer buiten in de zon speelt, maar het is een begin.

In Shanghai, waar Tommy en Xinfu wonen, worden wekelijkse buitenactiviteiten georganiseerd voor scholieren. Maar de autoriteiten krijgen het nauwelijks voor elkaar om leraren en ouders zover te krijgen dat ze de kinderen langer laten buitenspelen. De eerste groep is huiverig voor de verantwoordelijkheid over de spelende kinderen, de tweede groep ziet zijn kind liever iets nuttigs doen – lees: studeren. Het is de ouders niet kwalijk te nemen, vindt Zhou. „China is een land in ontwikkeling, en ouders verwachten veel van hun kinderen. We kunnen ze wel bewust maken van de noodzaak ogen goed te beschermen.”