Je zelfbeeld bepaalt wat je doet tegenover dominante persoon

Als iemand anders heel dominant is, kunnen mensen hun zelfbeeld daaraan aanpassen en zich ook dominant voelen, maar ze kunnen ook denken: 'nee, zo ben ik niet' en zich juist onderdanig voelen. Het was bekend dat beide reacties voorkomen bij mensen die in contact komen met een dominante persoon. De sociaal-psychologen Diederik Stapel en Karin van der Zee van de Rijksuniversiteit Groningen hebben ontdekt dat de wijze waarop het zelfbeeld de reactie bepaalt sterk afhangt van de 'stemming' en de sociale situatie. Iemand in een individualistische bui zal eerder tegen die dominante ander 'opbieden' en zelf dominant worden, maar wie de ander als partner ziet zal zich 'complementair', dus onderdanig, opstellen (Journal of Personality and Social Psychology, februari).

Keeper Olivier Kahn (Bayern München) en aanvaller Fatmit Vata (Arminia Bielefeld) vertonen beide dominant gedrag bij een confrontatie. foto reuters Bayern Munich's goalkeeper Oliver Kahn (R) argues with Arminia Bielefeld's Albanian striker Fatmir Vata German Cup semi-final soccer match in Bielefeld April 20, 2005. REUTERS

Het onderzoek van Stapel en Van der Zee integreert drie verschillende onderzoekslijnen binnen de sociale psychologie, die wel over dezelfde vraagstukken gaan maar nog niet eerder direct met elkaar in verband waren gebracht. Volgens één theorie zijn mensen vooral gemotiveerd om een positieve indruk van zichzelf te hebben. Als iemand anders dominant is, zullen ze zichzelf volgens die theorie ook dominant vinden, omdat dat in de westerse samenleving momenteel beter staat aangeschreven dan je onderdanig gedragen. Volgens een tweede theorie reageren mensen op dominant gedrag van anderen met onderdanig gedrag en andersom, en dat beïnvloedt ook hun zelfbeeld. Wie ooit een managementcursus heeft gevolgd, herkent deze 'complementariteitsgedachte' misschien als onderdeel van 'de roos van Leary'. Ten slotte is er een onderzoekslijn naar imitatie of 'mimicry', waaruit blijkt dat mensen geneigd zijn om onder meer gedrag, emoties, gezichtsuitdrukkingen en bewegingen van anderen over te nemen.

De Groningse onderzoekers integreerden die drie visies door te laten zien dat die drie manieren waarop mensen hun indruk van zichzelf door anderen laten beïnvloeden - positief zelfbeeld bewaken, complementariteit en imitatie - bij verschillende mindsets van mensen horen. Als iemand in een individualistische bui is en vooral over zichzelf nadenkt, zal hij een ander zien als een soort standaard waartegen hij zijn eigen zelfbeeld kan afzetten, en daarbij zal hij zijn zelfbeeld zo positief mogelijk willen houden. Als iemand een ander ziet als partner (bijvoorbeeld op het werk of in een persoonlijke relatie), zal hij zichzelf evalueren in termen van die tweepersoons relatie en zichzelf als complementair daarin zien. En op momenten dat mensen zich een onderdeel van een grotere groep voelen, zullen ze geneigd zijn gedrag te imiteren. In een reeks experimenten toonden de Groningers aan dat dit inderdaad het geval was.

Het model van de Groningse onderzoekers bleek niet alleen op te gaan voor de eigenschap dominantie, maar ook voor vriendelijkheid. Het complementaire gedrag van vriendelijkheid (in een relationele mindset en volgens de 'roos van Leary') is overigens geen onvriendelijkheid maar ook vriendelijkheid: zoals onderdanigheid dominantie het best aanvult, zo vult vriendelijkheid vriendelijkheid immers het best aan. In vervolgonderzoek vonden de onderzoekers bovendien dat deze effecten niet alleen opgingen voor zelfbeeld, maar ook voor zelfstandig/meegaand en vriendelijk/onvriendelijk gedrag, zoals de hoeveelheid geld die de proefpersonen na ahet experiment in een collectebus stopten. Ellen de Bruin