Ierse souffleurs bij wapenstilstand ETA

Noord-Ierland stond model voor de aanpak van het Baskische conflict. Via een bemiddelaar zou er vorig jaar twee keer gesproken zijn met de ETA, in de zomer in Genève en in november in Oslo.

MADRID, 25 MAART. - 'De ETA zal nooit meer doden.' Pater Alec Reid, vredesveteraan in Noord-Ierland weet het zeker. De afgelopen jaren heeft hij het proces begeleid dat uitmondde in de 'permanente wapenstilstand' die de ETA woensdag afkondigde. De term 'permanent' is overgenomen uit de verklaring waarmee de IRA, het verboden Ierse republikeinse leger, eind augustus 1994 de wapens neerlegde. Nu is het aan de Baskische terreurorganisatie om dezelfde weg te volgen, verklaarde Reid vanuit Bilbao voor het Spaanse tv-kanaal Telecinco.

De vreugde, maar ook gepaste scepsis die heerst nu de ETA in de nacht van donderdag op vrijdag klokke twaalf uur de wapens neerlegde, werd al snel gevolgd door de vraag hoe het vredesproces op gang is gekomen. De Ierse invloed bij de voorzichtige stappen richting wapenstilstand was er in de persoon van pater Reid, die de afgelopen vier jaar vrijwel permanent in Baskenland doorbracht. Daarnaast verklaarden de IRA-veteranen Alex Maskey en Gerry Kelly - bekenden uit het onderhandelingscircuit dat tot de IRA-wapenstilstand leidde - dat zij betrokken zijn geweest bij het proces.

De Ierse groep adviseerde vooral Bata-suna, de illegaal verklaarde politieke tak van ETA. Maskey wilde tegen dagblad El Mundo niet bevestigen of er met ETA zelf is gesproken. 'Het is een illegale organisatie en daar kan ik voor worden berecht', verklaarde het ex-IRA-lid diplomatiek.

Wie sprak met ETA? Zeker in de gespannen politieke sfeer, waarin de conservatieve oppositieleider Mariano Rajoy de regering verweet 'verraad aan de doden' te plegen door in het geheim met de ETA te onderhandelen, is dat geen onbelangrijke vraag in Spanje. Onderhandelen met de ETA kon volgens alle gevestigde partijen alleen als zij de wapens zou neerleggen.

Het blijkt nu dat er al geruime tijd contacten waren tussen de Baskische afdeling van de socialistische partij en Batasuna. Vorig jaar zou er bovendien tweemaal rechtstreeks contact zijn geweest met de ETA, in de zomer in Genève en in november in Oslo. Volgens dagblad El País hadden deze bijeenkomsten plaats via tussenkomst van een organisatie 'gespecialiseerd in conflictoplossing'. Er zou uitsluitend zijn gesproken over de wijze waarop het vredesproces op gang kon komen en niet - zoals de oppositie steeds beweerde - over politieke concessies.

De ETA stuurde al in augustus 2004, enkele maanden na het aantreden van de nieuwe regering, een brief aan premier José Luis Rodríguez Zapatero. In de gesprekken via de Baskische socialisten en Batasuna-aanvoerder Arnaldo Otegi werd overeengekomen dat toekomstige onderhandelingen uitsluitend op politiek niveau zouden plaatsvinden en dat het gebruik van geweld afgelopen moest zijn. In november 2004, tijdens een massabijeenkomst van Batasuna in San Sebastián, werd dit voor het eerst ook publiekelijk door Otegi uitgesproken. Daarbij werden de onderhandelingen langs twee lijnen gescheiden: lokale Baskische partijen zouden overleg moeten beginnen over de vorming van een Groot-Baskische autonome staat, waarvan behalve Baskenland ook Navarra en drie provincies in Frankrijk deel uitmaken. Daarnaast zouden de regering en de ETA op hun beurt moeten overleggen over de 'demilitarisering' van het conflict, ofwel wapenstilstand. Zo werd het politieke - en onbereikbare - deel van het conflict afgesplitst van de gewapende strijd van de ETA.

Hoewel het illegaal verklaarde Batasuna een belangrijke rol speelde, was het toch uiteindelijk de ETA zelf die de knoop doorhakte. Want een belangrijk verschil met Noord-Ierland - waar de politieke tak Sinn Feín het voortouw nam ten opzichte van de IRA - is dat in Baskenland uiteindelijk de lakens worden uitgedeeld door de ETA. De harde kern van de terreurbeweging is de laatste jaren sterk gereduceerd en beperkt zich volgens de politie tot drie afzonderlijke commando's die worden bezet door slechts twaalf fulltime terroristen die de beschikking hebben over circa vijfduizend kilo springstof.

De commandostructuur van de ETA wordt aangevoerd door Garikoitz Aspiazu (32), alias Txeroki. Hij vertegenwoordigt de die-hards . De voortvluchtige Joseba Urrutikoetxea, oudgediende, ex-lid van Batasuna en gezocht voor de justitie, zou zijn invloed hebben aangewend om de aanvoerders op één lijn te krijgen. Door een wapenstilstand af te kondigen, móet de regering wel met concessies komen, zo is de leidende gedachte.

Dat er binnen de ETA verschillende stromingen bestaan is niet nieuw en zal ook in de komende periode van belang blijken. De beweging is in haar bijna 47-jarige geschiedenis immers bij herhaling geplaagd door scheuringen, waarbij de tegenstanders van de gewapende strijd uiteindelijk vertrokken en de fanatici de terreur op de gebruikelijke voet voortzetten. Niet uitgesloten wordt dat een dergelijk gevaar ook nu op de loer ligt.

Met de wapenstilstand zijn nog niet alle formele stappen voor onderhandelingen gezet. De regering zal even afwachten of de ETA alle geweld staakt, dus ook de afpersingen van ondernemers en de straatoorlog van radicale jongeren tegen politieke tegenstanders. Blijkt dit inderdaad het geval, dan zullen waarschijnlijk ETA-gevangenen - er zitten verspreid over het hele land circa vijfhonderd ETA'ers vast - worden overgebracht naar gevangenissen dichterbij Baskenland. Daarna kunnen echte onderhandelingen beginnen.