Het verenigd Europa op z'n Frans

Brussel kent wel vaker een zweem van surrealisme, maar de afgelopen twee dagen was de lucht ervan bezwangerd op de jaarlijkse economische top van regeringsleiders van de Europese Unie. Aanleiding voor de economische top is het voornemen, in 2000 in Lissabon geformuleerd, om van Europa in tien jaar tijd 's werelds leidende economie te maken. Na vijf jaar, en met nog maar vijf jaar te gaan, is het al lang duidelijk dat dit doel onhaalbaar is. Alles bij elkaar is dat niet onoverkomelijk, want zonder hoge verwachtingen gebeurt er niets en wat telt is niet zozeer het doel zelf als wel de weg er naar toe. Aanpassing van de Europese economie op de veranderende verhoudingen in de wereldeconomie is noodzakelijk en onontkoombaar. Na jaren van treuzelen moet Europa werk maken van zijn voornemen: het moet zich soepeler kunnen aanpassen, ondernemingszin meer ruimte geven en optimaal gebruik maken van het potentieel van zijn integrerende product- en arbeidsmarkt.

De gisteren afgesloten top stemt daarvoor niet hoopvol. Terwijl de noodzaak Europa te moderniseren groter wordt, tekent zich juist een terugslag af. En hoewel veel lidstaten zich de afgelopen tijd hebben laten verleiden tot protectionistisch gedrag, moet gezegd worden dat vooral Frankrijk zichzelf ongunstig in de schijnwerpers heeft gezet. De dienstenrichtlijn, die de toegang van bedrijven tot elkaars dienstenmarkt moet vergemakkelijken, is door Frans verzet verwaterd. De 'Poolse loodgieter', symbool voor de buitenlandse werknemer wiens komst de lonen onder druk zet, speelde al een rol bij het afwijzen van de Europese Grondwet vorig jaar. Frankrijk kondigde kort daarna aan dat elf sectoren zouden worden beschermd tegen buitenlandse overnames. Dat werd vorige maand in de praktijk gebracht door de Italiaanse interesse voor het energie- en waterconcern Suez vóór te zijn met een haastige fusie van Suez met Gaz de France. En er is verzet van overheidswege tegen een bod van Mittal Steel op het grotendeels Franse Arcelor. Franse bedrijven, waaronder de energiegigant Electricité de France en Arcelor zelf, gaan intussen vrijuit op strooptocht in het buitenland, en schuwen vijandige overnames niet.

Het is niet enkel de Franse staat die de weerzin tegen de gevolgen van de globalisering leidt. Een in wezen bescheiden poging van de Franse premier Villepin om de jeugdwerkloosheid tegen te gaan met een versoepeling van het ontslagrecht voor jongeren stuit op dit moment op massale demonstraties.

De Franse regering verzet zich tegen de globalisering, probeert er tegelijkertijd zijn bedrijven eenzijdig van te laten profiteren, maar poogt op hetzelfde moment toch hervormingen door te voeren die dan weer stuklopen op het electoraat. Intussen verliet de Franse president Chirac donderdag in Brussel demonstratief de EU-vergadering toen een Franse werkgeversvoorman het woord voerde in het Engels. Het is het proberen waard hier een masterplan achter te zoeken, maar de conclusie ligt meer voor de hand dat in Frankrijk iedere aanzet tot verandering geblokkeerd wordt, door burgers én politici - Chirac voorop.

Hoe kan Europa het idee van lotsverbondenheid en een gemeenschappelijke toekomst levend houden als een van zijn belangrijkste lidstaten, een van de zes oprichters, zich in deze toestand bevindt? Het Franse literaire tijdschrift Lire schreef onlangs met een knipoog over de zwartgallige Michel Houellebecq dat hij op dit moment 'helaas Frankrijks beste schrijver is'. Voorlopig moet hier de conclusie zijn dat het zoekende, onwillige Frankrijk op dit moment helaas bepalend is voor het tempo en de richting van de Europese integratie.