Het lelijke jonge fuutje

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende en geoefende lezers? Welke leeslijstklassiekers hebben de 'literaire X-factor'? De jaarlijkse boekenweek brengt Pieter Steinz bij Spitzen van Thomas Rosenboom.

Niet alleen winkeliers zullen de Stichting CPNB loven voor het jaarlijkse boekenweekgeschenk, dat tegenwoordig zorgt voor een verkoop van ten minste 800 duizend boeken in twaalf dagen. Ook de Nederlandse scholieren danken god op hun blote knietjes voor de gratis gelegenheidsromans van beroemde schrijvers. Ze zijn niet allemaal van goud - wie herinnert zich Serenade van Leon de Winter of De erfenis van Connie Palmen? - maar zelden saai en in elk geval nooit langer dan 96 bladzijden.

Neem Spitzen van Thomas Rosenboom uit 2004. De schrijver stond bekend om zijn dikke historische romans; maar zijn boekenweekgeschenk was minder dan een derde van De nieuwe man, een kwart van Publieke werken, en een zevende van Gewassen vlees. Omdat de novelle zich gewoon in het heden afspeelde, niet in de vorige, de 19de of de 18de eeuw, was ze ook nog eens toegankelijker dan zijn vorige boeken. Met Spitzen was Rosenboom in tijd en ruimte weer terug bij de verhalen waarmee hij in 1983 onder de titel De mensen thuis debuteerde.

De hoofdpersoon van Spitzen, de 45-jarige accountant Han Bijman, is in elk geval een typische Rosenboom-held: een schuchtere loner ('nooit gezoend') die hunkert naar een relatie maar volgens zijn schaakvrienden 'geen scorend vermogen' bezit; iemand die zijn 'tekort aan reikhoogte camoufleerde door niet meer te reiken'. Via tangolessen, waaraan hij op aanraden van een bovenbuurvrouw begonnen is, ontmoet hij Esther, een fatale vrouw die naar eigen zeggen op haar 14de haar spitzen heeft verruild voor de jongens. Met haar doorloopt hij in een mum van tijd alle stadia van de liefde, van seks en het uitdelen van koosnaampjes tot jaloezie en ruzie.

Voor dat laatste is ook wel reden, want de tot dan toe onbekommerd overspelige Esther wacht op haar grote liefde Shanna, die uit India over zal komen. Het geluk van Bijman (nomen est omen!) duurt drie weken, waarna hij is veroordeeld tot het op een afstand toekijken hoe de relatie van Esther en Shanna mislukt, en hoe Esther toch niet definitief bij hem terugkomt. 'Het was alsof hij schaakte tegen een systeem dat hij niet kende, met zetten die hij niet doorgrondde, waarbij hij verloor zonder fouten te maken, en aanvankelijk nog zonder het te merken.'

Het dubbele overspel van Esther - en van Bijman, die met zijn nieuwverworven zelfvertrouwen ook zijn bovenbuurvrouw het bed in krijgt - wordt zó opgeschreven dat de lezer, net als bij Publieke werken en De nieuwe man, het idee krijgt dat er een afschuwelijke ontknoping wacht. Des te meer omdat de hoofdpersoon, die bijvoorbeeld uit angst om zijn geliefde te vervelen doet alsof hij chemicus (in plaats van financieel administrateur) bij Shell is, zo aandoenlijk overkomt. Bijmans situatie doet denken aan die van het eenpotige futenkuikentje waarover hij zelf tegen Esther opmerkt: 'die vergeefsheid, die onschuld, dat vrolijke gedobber, terwijl...'

Spitzen komt langzaam op gang, als een eenpotig futenkuikentje in een Amsterdamse gracht. Maar binnen twintig bladzijden weet Rosenboom de aandacht te vangen en vast te houden. De scènes waarin Bijman zijn onbetrouwbare geliefde bespiedt en waarin hij zich tegen beter weten in probeert groot te houden, zijn even herkenbaar als geestig. En alles is overgoten met de ironische, licht-archaïsche stijl (met woorden als 'dansbereid', 'onbedenkend' en 'welzalig') die inmiddels geldt als Rosenbooms handelsmerk. Spitzen biedt het oeuvre van Thomas Rosenboom op broekzakformaat, en schaart zich daarmee in een reeks geslaagde boekenweekgeschenken die loopt van Hella Haasses Oeroeg (1948) via J.Pressers Nacht der Girondijnen (1957) tot Hugo Claus' Zwaardvis en nu Arthur Japins Grote wereld. Zolang de voorraad strekt. Reacties: steinz@nrc.nl