Herders die wat lummelen of hun blaas legen

Tentoonstelling: Droom van Italië. T/m 25 juni in het Mauritshuis, Den Haag. Inl.: 070-3023435, www.mauritshuis.nl.

Het was een gevaarlijke reis, maar daar hoorde je de Rome-gangers, zoals ze genoemd werden, niet veel over. In de zestiende eeuw werd de eeuwige stad dé bedevaartsplek waar je als Noord-Europese schilder een keer in je leven geweest moest zijn.

Op Droom van Italië exposeert het Mauritshuis vier eeuwen Italië-reizen van Franse, Duitse en veel Nederlandse schilders. De 45 werken, waaronder veel bruiklenen die niet eerder in Nederland te zien waren, zijn merendeels landschappen. Maar daar begon het niet mee. De eerste Rome-gangers gingen na 1500 op reis om de oudheidkundige opgravingen en de meesterwerken van Michelangelo en Rafael te kopiëren. Herman Posthumus schilderde in 1536 een prachtig landschap bomvol zuilen en zelfs piramides, als een openluchtmuseum dat zich uitstrekt voorbij verre heuvels. Je vraagt je af of hij echt in Italië is geweest, of dat hij zich net als veel collega's baseerde op prenten die in omloop waren.

Zelfs tijdens de oorlog met Spanje trok een handjevol Hollanders nog naar Rome. Cornelis van Poelenburch verbeeldde zachte ruïnelandschappen als dromerige decors voor godenverhalen. Tegenwoordig is deze barokschilder wat op de achtergrond geraakt omdat we nu juist de rauwere, meer Hollandse kunst waarderen. Ook kunsthistoricus Henk van Os, die de tentoonstelling samenstelde, verkiest het Hollandse realisme boven dromerige nimfen. Nergens zie je jachtgodinnen, maar er zijn wel volop herders die wat lummelen of hun blaas legen. Het landschap wordt nog even wat dramatisch, als de Romantiek opkomt, maar daarna raken de heuvels van Toscane uit de mode. In het wat diffuse zaaltje met werk van rond 1800 blijkt Italië achtergrond te zijn worden.

Waarom ondernamen landschapsschilders die gevaarlijke tocht door de Alpen? Mooie natuur was hier ook. Ging men net als de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer stiekem omdat het er zo goed feesten was? Ja, dat ook, maar de hoofdreden was in veel gevallen nog banaler: geld. Italiaanse schilders kregen beter betaald dan hun Europese collega's en Italiaanse landschappen leverden meer op dan poldergezichten.

Met zijn laatste zaal krijgt Van Os elke bezoeker om. Hier combineert hij negentiende-eeuwse doeken tot een geloofwaardig en dramatisch afscheid. Klassieke schilders als Arnold Böcklin en Sir Alma-Tadema zagen de grandeur van Rome met pijn in hun hart verdwijnen. Op Böcklins schilderij wordt een vervallen villa op een Venetiaans eilandje bedreigd door onheilspellende golven. Turner portretteerde Venetië als een mistig spel tussen water, gevels en lucht, maar dit onderwerp is te statisch voor hem. Ook hij was van een nieuwe tijd, met stoomtreinen, en die zoek je niet in Italië. Het experimentele Parijs was de nieuwe culturele hoofdstad. Niet alleen de Italiaanse glorie zou afbrokkelen, de salonkunstenaars zouden zelf ook in donkere depots terechtkomen. Hun Italiensehnsucht leeft als schim voort in tweederangs toeristenkunst, te koop als reproductie op straathoeken.