Duco Stadig

Tien lezers reageerden op het verhaal van Johan Wieles over pesten op de werkvloer, drie op het interview met de Amsterdamse wethouder Duco Stadig (Zaterdags Bijvoegsel 11 maart). Een selectie.

Duco Stadig kijkt op 18 maart in deze krant trots terug op 12 jaar wethouderschap. Zo is zijn doelstelling om aan te vangen met de bouw van 16.000 woningen in de afgelopen 4 jaar waargemaakt. Hij laat onvermeld dat er te weinig goede woningen gebouwd. Van de huurwoningen heeft 95% nog steeds een huurwaarde van minder dan 585 euro per maand en Amsterdam heeft nog steeds slechts 24% eigen woning bezit. En daarvan is het overgrote deel kleiner dan 60 vierkante meter.

Volgens Stadig leggen woningzoekenden de lat te hoog. Zijn devies is: ga in Purmerend wonen, slechts een half uur met de bus! Nee, er is veel en veel te weinig kwalitatief goed aanbod! Een direct gevolg van negentig jaar volkhuisvestingsbeleid dat louter gericht was op aantallen. Het beleid is dusdanig politiek gestuurd geweest, dat het verwezenlijken van kwalitatief goed aanbod niet mogelijk was. Er wordt nog steeds gewerkt met achterhaalde normeringen. Onder Stadig heeft de Gemeenteraad in Amsterdam wel beleid vastgesteld voor meer grotere woningen, maar dit is niet vertaald in verordeningen. De huisvestigingsverordening in Amsterdam is onverminderd rigide. Een woning van 80 vierkante meter is in Amsterdam groot. Na twaalf jaar Stadig is 80% van de Amsterdamse woningvoorraad nog steeds niet groter dan 55 vierkante meter. Het bouwen van woningen groter dan 120 vierkante meter is verboden of wordt bestraft met een ontrekkingsvergoeding.

Stadig zegt terecht dat een deel van de bouwplannen niet verwezenlijkt kunnen worden door `de vorm`. Maar een groot deel van de vorm is toch echt onder zijn bewind door zijn ambtenaren voorgesteld en aangenomen, zoals huisvestingverordeningen, bouwbesluiten, beschermde Al met al is de kwaliteit van de woningvoorraad niet verbeterd. Woongenot in Amsterdam is slechts weggelegd voor een kleine elite die daar heel veel voor op kunnen en willen brengen. Een weinig sociale gedachte.