De lobbycratie

Europarlementariërs en de Europese Commissie worden belaagd door lobbyisten van belangengroepen, bedrijven en regeringen. Het lobbycircuit heeft zoveel invloed gekregen dat strengere regels noodzakelijk zijn. 'De democratie wordt bedreigd.'

Sauzen-met-klontjes. Vlak voor de jaarwisseling werd Miguel Veiga-Pestana, vice president global external affairs van Unilever, gebeld. Of hij kon vertellen wat de multinational gaat doen aan de sauzen-met-klontjes. Miguel Veiga-Pestana had geen idee waarover het ging. Hij dacht dat een vriend hem in de maling nam. Maar de journalist hield vol en zei: 'Over een paar dagen vindt er een conferentie plaats waar wordt gesproken over de sauzen-met-klontjes. Dat kan enorme gevolgen hebben voor Unilever.'

Miguel Veiga-Pestana vertelt de anekdote in een wandelgang van het Europees Parlement in Brussel. Wat hij ermee wil zeggen: ogenschijnlijke futiliteiten kunnen hier soms héél belangrijk zijn. In dit geval, vertelt hij, ging het om de vraag wat een saus is. Dat is niet zo eenvoudig als het lijkt. Zitten er weinig klontjes in, dan is inderdaad sprake van een saus. Het importtarief voor de Europese Unie is in dat geval laag. Maar overschrijdt het aandeel van de klontjes een bepaald percentage dan is de saus geen saus, maar bijvoorbeeld kip. Het importtarief kan in dat geval tien keer zohoog zijn. Gelukkig, zegt Miguel Veiga-Pestana, vond hij iemand in het bedrijf die op de hoogte was. Er was geen probleem voor Unilever.

Miguel Veiga-Pestana is een lobbyist. Hij is lid van een groeiende beroepsgroep in Brussel. De Federatie van Pretparken, de Europese makers van Cornflakes, de Nederlandse Fietsbond, Philips, Unilever, Greenpeace, de Europese Associatie van Snackfabrikanten. Je kunt het zo gek niet bedenken of het heeft een kantoor in Brussel. En dan heb je nog de professionele lobbyisten, de PR-bureaus, de public affairs-consultants en advocatenkantoren, die zich laten inhuren voor diverse doelen. Het leger lobbyisten in Brussel wordt geschat op 15.000 tot 20.000 personen.

En nu zijn ook de lobbyregels onderdeel geworden van een lobby. Milieugroepen en andere non-gouvernementele organisaties (ngo's) pleiten voor strengere regels. Ze vinden al dat gelobby maar slecht voor de democratie.

Het Corporate Europe Observatory, een organisatie die zich heeft opgeworpen als lobby-waakhond, organiseert af en toe rondleidingen door de Europese wijk van Brussel. Om de 'verborgen wereld' van de Brusselse lobbycratie zichtbaar te maken. Want 'Brussel' dat is niet alleen het gebouw van de Europese Commissie of van het Europees Parlement. In de straten rondom het Schumanplein stikt het van de kantoren en kantoortjes met glimmende naambordjes.

De mensen die er werken, staan niet op de loonlijst van de Europese Unie. Maar ze vormen wel een belangrijk deel van de besluitvormingsmachine. Zo'n zeventig procent is direct of indirect in dienst van bedrijven, omstreeks twintig procent werkt voor de lokale overheden (steden, regio's) en zo'n tien procent voor consumentenorganisaties.

Ook de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, vindt dat de mist die over het Europese lobbycircuit hangt, moet worden opgetrokken. 'Veel burgers zien Brussel als een black box, een zwarte doos, waar beslissingen volledig in duisternis worden genomen', zei Siim Kallas onlangs. De Est is vice-voorzitter van de Europese Commissie en verantwoordelijk voor Bestuurlijke Zaken. Volgende maand komt hij met voorstellen die moeten leiden tot strengere regels voor lobbyisten.

Onbeleefd

'Transparantie' is een woord dat veel wordt gebruikt in Brussel sinds Frankrijk en Nederland vorig jaar nee zeiden tegen de Europese Grondwet. Maar ook een andere gebeurtenis, ver van Brussel, heeft ervoor gezorgd dat het lobbyen hier op de agenda staat: de Abramoff-affaire, die begin dit jaar Washington in zijn greep hield. Jack Abramoff, een invloedrijke, aan de Republikeinen gelieerde lobbyist, bekende dat hij zestig senatoren - ook Democraten - had omgekocht. Luxueuze golfreizen naar Schotland, peperdure diners en fel begeerde kaartjes in de ereloge van voetbalstadions. Ruim 2,4 miljard dollar zou alleen al in 2003 zijn besteed aan lobby-activiteiten. Stapels dollarbiljetten verdwenen in de zakken van diverse senatoren.

In Brussel zijn de lobbyregels soepeler dan in Washington. Dáár moet een lobbyist vertellen voor wie hij werkt en wie hem betaalt. Iedereen kan dat zien op internet. Europa kent alleen een vrijwillige gedragscode. Slechts tien procent van de lobbyisten heeft er zijn handtekening onder gezet.

Lobbyisten machtig? Als je ze aan het werk ziet, zou je het niet meteen zeggen. Neem Miguel Veiga-Pestana van Unilever op deze doordeweekse middag. In het Spinelli-gebouw van het Europees Parlement heeft hij een afspraak met de Britse parlementariër Philip Bushill-Matthews, een Conservatief. Ze zullen praten over de zogenaamde food and health claims - voedsel- en gezondheidsclaims. Dat zijn de teksten op verpakkingen van etenswaren waarin wordt gesteld dat een product goed is voor het cholesterolgehalte, de darmflora of de gezondheid in het algemeen. Het parlement wil die claims aan banden leggen omdat ze vaak misleidend zijn. Een goed idee, vindt Unilever, maar er zijn enkele details waarover de multinational zich zorgen maakt.

De lobbyist: 'Ik wil het graag kort houden.'

De parlementariër: 'Dat zou prettig zijn.'

De computer van de Britse politicus produceert bij voortduring bliepjes om te laten weten dat er e-mails binnenkomen. De secretaresse komt binnen met een papier. 'Het spijt me dat ik onbeleefd ben', zegt Bushill-Matthews tegen de lobbyist terwijl hij zijn aandacht richt op het papier. 'Praat maar gewoon door.'

Na een kwartiertje gebaart de Brit dat het gesprek ten einde is. Als we al staan, begint de parlementariër ineens toch te praten - tegen de journalisten.

'U denkt nu misschien', zegt hij, 'dat het niet belangrijk is wat lobbyisten hier doen. Nou, dat is een vergissing. Wíj moeten hier beslissingen nemen. Maar we weten niet alles. The devil is in the detail. Mensen als Miguel helpen ons met de details. Zo behoeden ze ons voor fouten.'

'We kunnen niet alles zelf', zegt Dorette Corbey die voor de PvdA in het Europees Parlement zit. Het parlement heeft geen batterijen met experts, zoals de Europese Commissie. 'Ik heb veel dossiers en maar één beleidsmedewerker. Mij kun je bij wijze van spreken alles wijsmaken. Een tijdje geleden ging het bijvoorbeeld over de regulering van gefluoriseerde gassen. Die dragen bij aan het broeikaseffect en zitten in brandbeveiligingsapparaten. De drie producenten daarvan zeiden alledrie iets anders. Hoe moet ik daar dan over beslissen?'

Dorette Corbey is populair bij lobbyisten. Ze houdt zich bezig met gezondheid en milieu. De belangen van bedrijven zijn groot op die terreinen. Soms, zegt ze, wordt ze door lobbyisten achtervolgd tot in de wc. Maar meestal wordt ze keurig per e-mail benaderd. Dorette Corbey draait haar beeldscherm om en laat zien hoe zo'n mailtje gaat. Van The Brewers of Europe bijvoorbeeld. Ze weten hoe druk een parlementariër is. Daarom hebben ze een kant-en-klaar amendement meegestuurd voor het voorstel over de health claims.

Dorette Corbey: 'Eén keer ben ik misleid. Een groep trombosepatiënten die hier op bezoek kwam, bleek te zijn gefinancierd door de farmaceutische industrie. Je denkt met slachtoffers van doen te hebben. Je voelt je belazerd. Sindsdien begin ik altijd met de vraag: 'Wie heeft uw reis betaald?' Zo probeer ik een goede balans te vinden. Als ik iemand op bezoek heb gehad van de auto-industrie, dan maak ik óók een afspraak met iemand van een milieu-organisatie of van een vakbond.'

Reageerbuis

Greenpeace, de multinational onder de milieu-organisaties, heeft ook een kantoor in de Rue Belliard, vlakbij het parlement. Jörgo Riss, de directeur van Greenpeace Brussel, is gewend veel informatie te geven in korte tijd. Hij praat snel, maar helder. Aan de muur in zijn kantoor hangt een affiche met José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, en Industriecommissaris Günter Verheugen. Ze voeden een baby met een reageerbuis. De tekst: How far will you go to please the chemicals industry?

'De voornaamste reden dat Greenpeace in Brussel zit', zegt Jörgo Riss, 'is niet het feit dat de Europese Unie hier is, al is dat natuurlijk belangrijk: zeventig procent van alle wetgeving komt uit Brussel. Maar de belangrijkste reden is: de lobby van de industrie is zo sterk.'

De auto-industrie komt niet een keer langs, zegt Riss. Nee, Toyota heeft hier een kantoor én Mercedes. En vaak zijn bedrijven ook nog eens aangesloten bij verschillende koepelorganisaties die ervoor zorgen dat één en dezelfde boodschap steeds opnieuw verteld wordt. Het standpunt van het Duitse chemieconcern BASF wordt verdedigd door BASF zelf, door de branche-organisatie van de Duitse chemische industrie én door de branche-organisatie van de Europese chemische industrie.

Riss: 'Weet je waarom er hier de laatste tijd veel te doen is over nagemaakte merkproducten? Je denkt toch niet dat het gewone mensen wat kan schelen dat je op straat voor twintig euro een 'Louis Vuitton'-tas kunt kopen? Als gewone mensen de agenda bepaalden, dan zou het feit dat zeven procent van de kinderen in Europa last heeft van astma voor veel ophef zorgen. Maar de agenda in Brussel wordt beheerst door het bedrijfsleven. Dát maakt zich druk om namaakproducten. En dus worden er seminars, persconferenties, en round tables over georganiseerd.

'Ik heb acht lobbyisten. Maar als ik er tachtig had, dan zouden die het ook druk hebben. Het gaat erom dat je face to face contacten hebt met mensen die beslissingen kunnen beïnvloeden. Van hoog tot laag, van Europese Commissarissen tot ambtenaren die een eerste kladversie van een voorstel schrijven. Ambtenaren worden geacht onafhankelijk te zijn. Maar het helpt als je iemand kunt sturen die uit hetzelfde land komt. Daar zijn ze toch gevoelig voor.

'Een probleem voor ons is dat veel commissarissen nauwe persoonlijke contacten hebben met de industrie. Ik spreek met ze af op kantoor, maar zij komen elkaar tegen bij de golfclub. Barroso gaat zeilen met mensen uit het bedrijfsleven.'

Greenpeace is een van de 140 ngo's in Brussel die vorig jaar een organisatie hebben opgericht - ALTER-EU - met het doel het lobbyen aan banden te leggen. Ze willen dat er een registratiesysteem komt voor lobbyisten. En ze vinden dat ontmoetingen tussen lobbyisten en ambtenaren moeten worden vastgelegd. Verder zouden lobbyisten moeten vertellen door wie ze betaald worden.

Illegaal

'Ruiken jullie de honing in Brussel?', roept Rinus van Schendelen. De professor kijkt uitdagend naar een groep Oost-Europeanen in de zaal. Iedereen kan meedingen, zegt hij. Maar, let op. Alleen maak je weinig klaar. Richt een lobbygroep op, Friends of the new countries, en bedenk een manier om op het speelveld te komen, raadt hij de nieuwkomers in Europa aan. 'Creëer een incident, pump it up, maar bedenk altijd: blijf van illegale activiteiten af. Zodra anderen dat merken ben je out of the game.'

Rinus van Schendelen geldt als de hogepriester van het lobbyen in Europa. De jonge Oost-Europeanen zijn deze week speciaal naar Den Haag gekomen voor het seminar van Instituut Clingendael: How to operate in Brussels.

De jonge ambtenaar Stan Jas uit Praag is een van hen. 'Ik vind het belangrijk dat we als nieuwe lidstaten in Brussel een woordje meepraten', zegt hij. Jas werkt op het Tsjechische ministerie van Landbouw in Praag en wil 'het beste' voor zijn land in de wacht kunnen slepen. In Brussel kunnen ook ambtenaren lobbyist zijn.

Eigenlijk, zegt Miguel Veiga-Pestana van Unilever, is íedereen in Brussel lobbyist. Besluitvorming duurt jaren. Partijen wisselen van rol. De Europese Commissie bijvoorbeeld is vaak een doelwit van lobbyisten. Maar wanneer het Europese Parlement na verloop van tijd aan zet is, dan beginnen ambtenaren van de commissie zélf te lobbyen. Regeringen lobbyen ook. 'Maar zelfs daar moet je opletten', zegt Miguel Veiga-Pestana, 'soms is het ene ministerie van een land het niet eens met het andere ministerie van datzelfde land. Het kan zijn dat ze allebei iets anders willen en allebei bezig zijn hun zin te krijgen.'

Frankensteinvoedsel

Optimisten zien de Brusselse besluitvormingsmachine als het ultieme voorbeeld van polderen. Iedereen mág meedoen. Het resultaat is vaak een compromis.

Het hele proces is erop gericht wetgeving te produceren, zegt Miguel Veiga-Pestana van Unilever. 'Maar bij slechte regels hebben we geen baat.'

Daarom doet Unilever mee aan de laatste vondst in Brussel op besluitvormingsgebied: het EU Platform on diet, physical activity and health. Hier vinden tal van lobbyisten elkaar. Ze hebben zelfs een formele status gekregen. De directeuren-generaal voor Volksgezondheid en Wetenschap en Onderzoek, ngo's, consumentenorganisaties, vakbonden, bedrijven. Ze zitten allemaal aan een tafel om te bespreken bij welke producten consumenten en bedrijven baat zouden hebben. De ene keer komen ze bij elkaar in Londen, de andere keer in Brussel.

'Het is een nieuwe manier van werken', zegt Veiga-Pestana. 'Het is niet vrijblijvend. Deelnemers committeren zich ook aan het vinden van oplossingen.'

De belangen zijn groot. Toen enkele jaren geleden in het Europees Parlement een heftige discussie losbarstte over genetisch gemanipuleerd voedsel (gmo's), moest Unilever alle producten voor de Europese markt gentech-vrij maken. Zo sterk was de lobby van de milieubeweging en consumentenorganisaties tegen het 'Frankensteinvoedsel'. 'Wij hebben geen belang bij angst van de consument', zegt Pestana. De industrie wil bijdragen aan oplossingen, maar dat vraagt investeringen in nieuwe technologieën om productinnovatie mogelijk te maken. Maar deze moeten wel door de consument geaccepteerd worden. Unilever wil graag het maatschappelijk debat voeren vóór het kostbare investeringen doet in onderzoek naar nieuwe voedingsproducten.

Miguel Veiga-Pestana is enthousiast. Europa, zegt hij, moet investeren in nieuwe technologie om te kunnen concurreren met opkomende economieën als China en India. En voedsel is een innovatief product. Gezond voedsel kan helpen een ziekte als obesitas te bestrijden, of de gevolgen van de vergrijzing. Maar, zegt Veiga-Pestana, dan moeten Europese regeringsleiders de 'juiste input' krijgen. Met 25 landen is het in de Europese Raad van regeringsleiders steeds moeilijker discussiëren, stelt de Unilever-lobbyist vast. 'Als onze stem niet gehoord wordt, krijgen we slechte wetgeving', zegt Veiga-Pestana. 'En soms kan het ook zonder wetgeving.'

Laatst sprak hij Kyprianou, de Cyprioot die Europees Commisaris voor Gezondheid en Consumentenbescherming is. Die zei de nieuwe manier van werken ook nuttig te vinden, omdat je tot afspraken kunt komen zonder dat wetgeving nodig is. 'Wat uit Brussel komt, mag niet te ingewikkeld worden, anders wordt het publiek nog negatiever over Europa', zegt Pestana.

Kinderzitjes

Maar zou het publiek ook niet een publiek debat willen? Vindt dat nog wel plaats waar je het zou verwachten, in het Europese Parlement?

'Te weinig', zegt parlementariër Dorette Corbey. Er zijn meer geïnstitutionaliseerde achterkamers zoals het Food Technology Platform, weet ze. 'Cars 21 bijvoorbeeld.' Dat is een zogenaamde high level group waarin de afgelopen jaren is gesproken over de toekomst van de auto-industrie. Mét de auto-industrie, de Europese Commissie, enkele ministers, vakbonden en ook twee prominente parlementariërs. Een van de resultaten: de commissie wil betere kinderzitjes verplicht stellen, net als het voeren van verlichting bij daglicht. 'De verantwoordelijkheid voor de reductie van CO2 kan niet alleen bij de industrie liggen', stond onlangs ook in een persbericht van Cars 21. De milieubeweging was daar niet in vertegenwoordigd.

Dorette Corbey vindt het verkeerd dat het parlement wordt overgeslagen door het creëren van dit soort platforms. Maar ze begrijpt het wel. Ze zegt: 'Het parlement moet ook de hand in eigen boezem steken. We verwerpen te vaak een richtlijn, zonder te zeggen hoe het wél moet. Hoe slechter het parlement functioneert, des te meer uitwijkmogelijkheden zoeken bedrijven, Commissie en ngo's om zaken te doen. Dan krijg je een handjeklap van de grootste belangengroepen.'

'We houden ons als parlement veel te veel bezig met technische details. Op het voorstel voor een richtlijn voor gezondheidsclaims zijn 500 amendementen ingediend. Dat gaat het beoordelingsvermogen van parlementariërs te boven. En zo word je kwetsbaar voor lobbyisten. Het parlement zou zich moeten beperken tot de hoofdlijnen.'

Er waren ook veel amendementen toen het Europees Parlement vorige maand stemde over de dienstenrichtlijn, het omstreden voorstel om de Europese dienstenmarkt te liberaliseren. Na de stemming was er alom verwarring. Wat was er nu precies bereikt? Een ambtenaar die het probeerde uit te leggen zei: 'God zij dank dat dit nog geen wetgeving is.' Binnenkort mag de Europese Commissie zich weer uitspreken over de dienstenrichtlijn.

'Sommige leden of fracties zien amendering als carpet bombing waarmee alle delen van een richtlijn worden getroffen', schreef Derk Jan Eppink, lid van het kabinet van commissaris Kallas, in deze krant. 'Uitgerekend die wetgeving wordt onderuit gehaald, die Europa tot de meest competitieve en dynamische economie van de wereld moet maken.'

Vaticaan

De telefoon van Karl-Heinz Florenz rinkelt onophoudelijk. De Duitser is de voorzitter van de Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid in het Europees Parlement, de grootste commissie die er is. De parlementariër Florenz is het favoriete doelwit van lobbyisten in Brussel. Hij ontvangt honderden e-mails per dag, vertelt hij in het restaurant van het parlement. 'Zeker tachtig procent is van lobbyisten.' De bisschop van Amsterdam, artsen, het Vaticaan, de recyclingindustrie, tabaksfabrikanten. Vandaag was er een groep burgemeesters uit Spanje.

Het is jammer dat er een gedragscode voor lobbyisten nodig is, zegt Florenz, mogelijk zelfs een verplichte registratie. Die moet in ieder geval voor alle lobbyisten gelden, niet alleen voor bedrijven. 'De boosdoeners zitten overal. Je hebt ook milieurambo's, die met cowboylaarzen overal doorheen stiefelen.' Zo werd de Europese consumentenorganisatie recent veroordeeld omdat ze onterecht beweerde dat bepaalde geursprays kankerverwekkend waren. De omzet van het betreffende concern was toen al ingezakt.

Dat lobbygroepen zoals bedrijven, de Commissie en maatschappelijke organisaties de wijk nemen naar eigen overlegvormen zoals platforms, om sneller tot oplossingen te komen, vindt hij niet onbegrijpelijk. 'Maar in een parlementaire democratie worden debatten in het parlement gevoerd. Ook in Brussel.'