De krant antwoordt

Hoe dient de krant om te gaan met schuttingtaal of 'vieze woorden'? Het Stijlboek zegt hierover: 'We zijnterughoudend in het vermelden van vloeken, vulgaire en obscene woorden. We nemen ze op als dit functioneel is.'' Daarna wordt uitgelegd dat de redactie niet 'braaf' of 'vaag' hoeft te zijn, omdat je dan weer het risico loopt hypocriet te zijn.

Om na te gaan of de waarneming van deze lezer klopt, heb ik in het digitale archief nagezocht hoe vaak één schuttingwoord ('kut') het laatste jaar in NRC Handelsblad heeft gestaan. En of dat gebruik binnen de ambachtelijke normen van de krant blijft. Het woord bleek in dat jaar 26 keer te zijn gebruikt. Eén keer gebeurde dat door een briefschrijver die dezelfde observatie had als deze lezer uit Ivoorkust. Eén keer in de taalrubriek op de achterpagina. 'Het woord 'kut' is in rap tempo z'n taboewaarde aan het verliezen'', stond daar. Dat blijkt te kloppen. Het woord wordt een keer of vier gebruikt als letterlijke vertaling van een buitenlands scheldwoord, het wordt elf keer geciteerd, meestal in een justitiële context: 'Het slachtoffer werd uitgescholden voor kut-buitenlander.'' Het komt drie keer voor in reportages of recensies over hiphop, rap of straattaal. En vier keer in columns: één keer bij Youp van 't Hek, één keer bij Hugo Camps, twee keer in de Spunkcolumns in Leven & cetera. Eén keer in een recensie van een eindexamen door een scholier, die de opgave 'zwaar...' vond. En één keer in een rubriek in Leven waarin Lady Chatterley's lover wordt geparafraseerd.

De redactie is niet braaf of vaag geweest. Maar ook blijkt dat de krachtterm 'kut' in de taal van jongeren of sporters, en in het bijzonder in de hiphop- en rapcultuur, een vaak gebruikte term is geworden, en dus ook vaker opduikt in citaten. Dat is inderdaad anders dan vijftien jaar geleden: voor 1991 kwam ik op zes vermeldingen.

Van vergroving in het eigen redactionele taalgebruik is overigens weinig te merken. De taal in de samenleving verandert, en kranten weerspiegelen dat. In december vorig jaar schreef onzemedewerker Hieke Jippes, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, nog een artikel in het Zaterdags Bijvoegsel over de vergroving, onder de aansprekende titel: Hee, lekkere wijven.

Cedilles gebruiken we nog (Curaçao), maar met de haceks voor de Slavische talen zijn we gestopt. De reden is pragmatisch. We deden het vaker fout dan goed, vooral als de enkele redacteur die het wel precies wist afwezig was. Verder voerden we onlangs een nieuw computersysteem in. Bij die gelegenheid moest de licentie op de letter van de krant worden vernieuwd. Het invoeren van de letter c mét hacek en accent zou een stevige kostenpost zijn geweest. Toen hebben we maar een kloek besluit genomen. We sluiten ons aan bij het gebruik in andere media. De hacek is ook bij NRC Handelsblad nagenoeg geschiedenis.

Folkert Jensma

hoofdredacteurNRC Handelsblad