Barcelona Plaça Reial

Plaça Reial heeft alles wat een plein hoort te hebben. Palmbomen, een fontein met de drie gratiën, arcades, op zondagochtend een van Europa`s oudste postzegelmarkten, en dit alles op een open ruimte die als een wak in de dicht opeengepakte bebouwing is geslagen. Kortom: Plaça Reial is een archetype.

Het betreden ervan is een geschenk. Je hebt net lopen slenteren over de lange lijn van de `Rambla van de Kapucijners`, je slaat een korte passage in en wow: die brede en toch beschutte plek gaat voor je open.

Zo'n klassiek plein lijkt eeuwenoud, maar dit exemplaar is pas tussen 1848 en 1859 aangelegd door de architect Francesco Daniel Molina i Casamajó (1812-1867). Hier stond een kapucijnerklooster dat de gemeente al in 1822 had laten slopen, een van de vele stukken bouwgrond die het stadsbestuur in deze periode de kerk uit handen nam. Na decennia van onzekerheid schreef de gemeente een prijsvraag uit die Molina met zijn simpel en statig ontwerp wist te winnen.

Daarmee werd Plaça Reial het eerste belangrijke project in de stedelijke vernieuwing van het negentiende-eeuwse Barcelona. Vreemd om te bedenken dat wat nu zo vanzelfsprekend lijkt, toen een grove inbreuk was op het oude stratenpatroon en stadsbeeld.

Molina liet hieromheen een reeks statige woonblokken met arcades en gietijzeren balkons bouwen - volgens de een naar Frans, volgens de ander naar Italiaans voorbeeld - en plaatste er lantaarnpalen van de jonge Gaudí, met de gevleugelde helm van de god Hermes in top. Dit was de eerste opdracht die Gaudí van de gemeente kreeg; naar verluidt is dit ook de enige plek in de stad waar zijn lantaarnpalen nog (be)staan.

Molina heeft de omliggende straatjes, of wat er van over was, bij zijn ontwerp betrokken: Passatge Madoz is nu een soort voorplein, Passatge Bacardi is een piepkleine, met glas overdekte winkelgalerij. Tevergeefs zoek je naar het koninklijke, het `reial` uit de naam; na enig zoeken blijkt dat er plannen zijn geweest een nooit gerealiseerd monument te plaatsen voor koning Ferdinand II, `Fernando el Católico`.

Hierachter ligt de hoerenbuurt. Het plein is jarenlang een onrustige plek geweest, met een wisselende populatie jongeren uit allerlei landen maar ook een tamelijke vaste populatie dronkelappen.

Toen het plein in plaats van een parel voor de stad een schandvlek begon te worden, is de gemeente sinds vorig jaar strenger gaan optreden. De bankjes hebben plaats gemaakt voor groot uitgevallen stoelen, het plein wordt beter schoon gehouden en de dronkaards hebben zich in één deel van de arcades verschanst. Bij een renovatie in de jaren tachtig waren de bloembedden van Molina al weggehaald, helaas ook enkele palmbomen, en was het natuurstenen plaveisel over het hele plein doorgetrokken.

In 1926 vestigde Luis Soler Pujol zich op een hoek van het plein, op nummer 8. Hij was taxidermista en verstond de kunst van het prepareren en opzetten van dieren. Hier had hij zijn werkplaats en een winkel op de begane grond. Op de gevel staat nog steeds: `Museo Pedagógico de Ciencias Naturales`. Dalí heeft er ooit 200.000 mieren en een opgezette neushoorn besteld; koning Alfons XIII liet er zijn favoriete paard opzetten. Inmiddels heeft architect Beth Galí het originele interieur met zijn gietijzeren kolommen verbouwd tot een café-restaurant genaamd, jawel, `Taxidermista`.

Ober Pedro weet het nog precies: 'Ik kwam als kind regelmatig met mijn vader naar dit plein aan het eind van de middag om wat te drinken en hier naar de dieren te kijken'. Hij laat een foto uit een oud tijdschrift zien: 'In de hoek stond een opgezette gorilla in een glazen kast, er was een opgezette leeuw en een vos. Toen onze papegaai dood ging is hij hier opgezet. Ja, ik heb hem nog'. Een tijdloos plein, Plaça Reial.