Apenkooien: spring maar in 't vlabad

Apenkooien, iedereen speelde het wel eens tijdens de gymles op de basisschool. Nathalie Wouters bezoekt een heus Apenkooifeest om te kijken of er nog steeds plezier aan te beleven valt

SPORTIEF CLUBPUBLIEK: Bezoekers van het Apenkooifeest in Utrecht waar overigens weinig wordt ge-apekooid Foto Nathalie Wouters Wouters, Nathalie

'Buutvrij For Life is het clubhuis voor Neerlands rauwe creatieve geesten en allround levensgenieters. Sinds het begin van de vorige eeuw is Buutvrij actief als ongrijpbaar ondergronds platform van vrijen van geest.' Zo omschrijft Buutvrij zich het liefst. En ongrijpbaar zijn ze zeker. De shirtjes die ze ontwerpen worden steeds populairder, alleen al omdat deze legaal gestolen kunnen worden. Zo nu en dan willen ze ook nog wel eens een feestje organiseren. En bij een uniek platform hoort natuurlijk een uniek feestje.

Ik sta in de rij voor club Monza in Utrecht, voor de verandering eens niet omringd door in cowboylaarzen gepropte spijkerbroeken en fonkelende sieraden. Om mij heen staan mensen met zweetbandjes, hoofdbanden en joggingbroeken. Een enkeling heeft zelfs zijn beenwarmers weer uit de kast getrokken. Vanavond gaan we namelijk apenkooien. Het allerleukste spel tijdens de gymles vroeger: een mix van tikkertje en voetje van de vloer met gebruik van alle gymtoestellen.

Het is alweer de achtste editie van het Apenkooi feest dat Buutvrij regelmatig organiseert. En opnieuw is de Monza compleet uitverkocht. Er worden zeker duizend bezoekers verwacht. Zodra ik binnenkom word ik welkom geheten door een vrolijke jongeman in een roze badjas. Hij staat voor een enorme dikke mat. Als ik verder kijk ontdek ik ook een heuse bok. En een springplank. En een klimtouw. Ik voel me weer helemaal terug bij gymles.

De avond begint met het Europese kampioenschap vlaworstelen. 'Voor het eerst hier in Utrecht!', roept de presentator enthousiast door de microfoon. De eerste twee kandidaten worden voorgesteld. Het gaat om Gino de Trilneger en De Generaal, beiden gestoken in glimmende leggings met fluorescerende prints. Er staat een klein opblaasbaar badje, voor de helft gevuld met vanille vla. Bij het startsein duiken de twee grote mannen erin en een glibberig gevecht volgt. De vla vliegt alle kanten op. Uiteindelijk lukt het De Generaal om bovenop de Trilneger te gaan zitten, waarna deze zich overgeeft. De vrouwelijke scheidsrechter met het schelle fluitje roept De Generaal uit tot winnaar.

Ronde twee. Twee olijke dames genaamd Hilda en Hilda springen samen in het vlabad. Hun kleding is al gauw doorweekt. Na een hoop gespetter, gedraai en getrek worden ze samen uitgeroepen als winnaar en mogen ze het in een o-zo spannende finale opnemen tegen De Generaal. De arme jongen ligt al gauw te spartelen onderin het badje. Met twee Hilda's op zijn rug. Het fluitje van de scheidsrechter klinkt weer, de Hilda's juichen en 'Everybody loves Kung Fu Fighting' wordt ingezet. De menigte begint te dansen. Het is tijd om te feesten.

Van dergelijk spektakel krijgt een mens honger. Gelukkig zijn de mannen van Buutvrij zo briljant geweest voor een heuse tostibar te zorgen. Een tostibar waar je als feestganger zelf je tosti kunt maken, welteverstaan. Terwijl ik in de rij sta, staan naast mij twee meisjes, vrolijk uitgedost in korte sportbroekjes met beenwarmers en hoge hakken. 'Jeetje wat gááf!', gilt het ene meisje lyrisch naar de ander. 'Roze beenwarmers! Daar heb ik úúúren naar gezocht.' Verrukt kijkt het andere meisje haar aan. En laat zij nou net naar blauwe beenwarmers op zoek geweest zijn. Vol enthousiasme wisselen ze vervolgens van beenwarmers. Verwonderd bekijk ik het tafereel. Het is dus waar wat ze zeggen; sport verbroedert écht.

Dan is het alweer tijd voor discobingo. Bij binnenkomst deelde de vrolijke jongen in de roze badjas aan elke gast een speelkaart uit. Hierop staan geen cijfers, maar titels van liedjes. Als de DJ een van de liedjes draait, kruis je deze door. Bij een volle rij win je een Amsterdamse wodka, bij drie volle rijen een Buutvrij T-shirt en bij een volle kaart mag je de discobal mee naar huis nemen. Prince, Donna Summer, Armand van Helden, de ene na de andere artiest passeert de revue. Ik zie de mensen om mij heen fanatiek hokjes doorkruisen. Na zes liedjes heb ik zelf pas één kruisje mogen zetten. Je zou bijna vergeten dat er ook gefeest moet worden. Dj's als Cleon Macnack, Nuno dos Santos en Rubywax zorgen er de rest van de avond voor dat het publiek niet stil hoeft te staan. De wereldkampioen luchtgitaar spelen komt zelfs nog even langs. Er wordt volop gedanst tussen de kasten, de matten, de klimtouwen en de bokken. Dat er niet eens écht geapenkooid wordt, maakt eigenlijk niet zoveel uit. Ik was er toch al nooit goed in. Dat wordt nog maar eens bevestigd als ik halverwege de avond ongelukkig van een bankje val. Apenkooien is nog net als vroeger.