Aholds 'barre werkelijkheid'

Twee Ahold-verdachten ondertekenden jaarrekeningen, en eentje zat in het boekhoudcomité. Maar boekhouden was meer 'een kwestie voor de haute finance'.

Het was, oneerbiedig gezegd, de week van de wat mindere goden in het Ahold-proces. Gingen de eerste zittingsdagen op aan het bespreken van de dossiers van boegbeeld Cees van der Hoeven en zijn financieel directeur Michiel Meurs, vanaf afgelopen maandag was het de beurt aan oud-bestuurslid Jan Andreae en ex-commissaris Roland Fahlin. Het leverde af en toe wonderbaarlijke verklaringen op in de strafzaak tegen de vier voormalige Ahold-toppers, die terecht staan voor valsheid in geschrifte, oplichting en misleiding vanwege het tekenen van tegenstrijdige 'side letters', waarvan er één werd verborgen voor de accountant.

Zo werd duidelijk dat Jan Andreae, destijds in de raad van bestuur van multinational Ahold verantwoordelijk voor Europa, zich blijkbaar volledig liet leiden door Michiel Meurs. Andreae mocht dan bezig zijn met de nadere invulling van het samenwerkingsverband met het Scandinavische ICA, de hele discussie over de verslaggeving van dergelijke joint ventures bleek jaren aan hem voorbij te zijn gegaan. Natuurlijk, hij was er wel eens bij als zulke kwesties werden besproken, maar dat was meer een een-tweetje tussen Van der Hoeven en Meurs. Daar werd Andreae niet geacht zich mee te bemoeien. En dus had hij als 'boodschappenjongen' en 'postduif' tussen Zweden en Zaandam gependeld, met omstreden side letters in zijn koffer. Zijn collega Meurs had hem gevraagd die brieven te ondertekenen, samen met de Noorse en Zweedse partner. Dat was nodig voor de accountant, zodat ICA gewoon in de Ahold-boeken kon worden geconsolideerd. Andreae vertrouwde op zijn collega, en stelde geen verdere vragen. Hij had toch geen verstand van haute finance. Volgens hem was er een scherp onderscheid tussen 'mijn wereld', de zakelijke wereld - 'de barre werkelijkheid' en 'de juridische werkelijkheid'. Met het laatste hield hij zich niet bezig. Zo kon het gebeuren dat Andreae een brief ondertekende waarin stond dat Ahold uiteindelijk de baas was over ICA, en tegelijkertijd een - geheim gehouden - contract die het tegenovergestelde beweerde.

'Heeft u nooit gevraagd: hebben we hiermee niet een probleem met de accountant', vroeg een van de rechters.

Andreae: 'Nee, dat heb ik nooit gevraagd.'

Officier van justitie Biemond: 'Waarom heeft u die eerste brief eigenlijk niet verscheurd?'

Andreae: 'Goede vraag!'

Op de opmerking waarom Meurs eigenlijk niet zelf de side letters had ondertekend, antwoordde Andreae dat dat hem 'nog elke dag' bezighield: 'Ik zou een sprong in de lucht maken als de handtekening eronder niet van mij zou zijn, maar van Meurs'.

Ook de Zweed Roland Fahlin, toenmalig chairman van de supermarktketen ICA, kon weinig duidelijkheid over zijn handelen geven. Hij was lid van de raad van commissarissen van Ahold en was daar nota bene lid van het boekhoudcomité. Maar, erkende hij deze week in de rechtszaal, hij had 'een gebrek aan kennis van Nederlandse boekhoudregels'. Dat was ook niet nodig, want 'dat soort kennis is aanwezig binnen het bedrijf.' Bovendien kun je als commissaris volgens Fahlin altijd vertrouwen op de informatie die je van de accountant krijgt. Maar ja, hoe is dat te rijmen met het feit dat Fahlin zelf de gewraakte side letter ondertekende en die vervolgens geheim hield voor diezelfde accountant?

De Zweed had deze week vooral last van zijn geheugen als hem vragen werden gesteld. Bovendien werd hij van alle verdachten het meest geconfronteerd met getuigenverklaringen die zijn versie van de gebeurtenissen weerspraken. Of het nu ging om zijn juridisch adviseur, om een externe Zweedse accountant of om de Noorse partner Stein Erik Hagen - zij produceerden gezamenlijk meer dan tien verklaringen die stellen dat Fahlin in het voorjaar van 2000 al wist wat de precieze bedoeling was van de omstreden brieven die op aandringen van Ahold werden ondertekend. Iets wat Fahlin, die ruim een jaar na het tekenen van die brieven commissaris van Ahold werd, ontkent.

De twee verdachten bleven in tegenstelling tot Meurs en Van der Hoeven na openbaring van het boekhoudschandaal nog ruim een jaar in de top van Ahold functioneren. Door hun langere aanblijven hebben Andreae en Fahlin ook getekend voor het weer terugdraaien van tientallen miljarden euro's aan omzet, óók bij ICA Ahold. Hoe kan dat nu, wilde het OM weten. Ahold was toch de baas in Scandinavië volgens de verdachten? Fahlin vond de deconsolidatie eigenlijk geen goed idee. 'Maar het was de mening van de nieuwe top. Ik voelde dat ik daar niet tegen kon zijn.'

En waarom maakte Andreae dezelfde draai? ,,Ik tekende om precies dezelfde reden als dat ik daarvoor de jaarrekeningen ondertekende: ik vertrouw op de specialisten om mij heen die zeggen dat het zo moet. Wie ben ik om te weigeren, als de accountant dat vindt?'

Volgende week staat de Ahold-zaak in het teken van het deskundige-rapport van prof. Jan van de Poel en het horen van getuigen.

www.nrc.nl: weblog en dossier ahold

    • Joost Oranje en Jeroen Wester