Zoenen

Er zit iets onrechtvaardigs in. Zwarte rappers mogen in videoclips uiterst gewelddadige en vrouwonvriendelijke taal uitslaan met een air alsof ze bij de Nederlandse marine (“Zorg dat je erin komt“) dienen, maar wij mogen het poëtische woord “negerzoen' niet meer gebruiken.

Misschien wordt nu ook wel dat gedicht van Lucebert verboden met de regels: Er is een grote norse neger in mij neergedaald/ die van binnen dingen doet die niemand ziet/ ook ik niet want donker is het daar en zwart.

Schaf dan ook maar de blanke vla af, stelde een krantenlezer al ontmoedigd voor. Maar Roy Groenberg, voorzitter van de “Stichting Eer en herstelbetalingen slachtoffers van slavernij in Suriname', heeft andere prioriteiten. Na zijn succesvolle actie tegen de negerzoen heeft hij zijn boze oog al bijna laten vallen op “moorkop' en, uiteraard, “Zwarte Piet'.

De afschaffing van de moorkop kunnen we nog goed opvangen met de “Bossche bol', althans, zolang de inwoners van Den Bosch er geen teken van discriminatie in zien. Maar een verbod op “zwarte piet' dreigt een ware kaalslag aan te richten in onze woordenschat. “Zwartepieten', “zwartgeld', “zwarthandelaar', “zwartwerker', “zwartwisselaar'? Ze hebben allemaal hun verderfelijke connotaties - weg ermee.

Max Tailleur is gewoon op tijd doodgegaan. Wie nu nog een jodenmop durft te vertellen, krijgt een proces wegens antisemitisme aan zijn broek.

Gelukkig heeft mijn vader het niet meer hoeven meemaken. Hij zou er niets van begrepen hebben. Hij was een man van het kleine, vastgeroeste, blanke vooroordeel, een soort milde Archie Bunker uit de tv-serie All in the family, zoals zoveel burgermannen van die generatie. De enige neger (pardon!) die ze van dichtbij hadden gezien, was de Surinaamse creool die voor een appel en ei bij een Nederlandse voetbalclub, diep in de witte provincie, mocht spelen.

Over die neger gingen onze discussies ook vaak. Nou ja, discussies, het waren meer verbale rituelen - kritisch van mijn kant, naïef van de zijne.

“Hoe vond u Kogeldans vandaag spelen, vader?“

Kogeldans was een te dikke spits uit Suriname die weinig scoorde omdat hij te veel bibberde van de kou op de winterse toendra's van de KNVB. Doordeweeks zag je hem soms door het stadje fietsen, altijd alleen, een verbaasde man.

“Ja, jongen, wat zal ik je zeggen? Om daar nou helemaal voor uit Suriname te komen...“

“Het maakt niet uit waar hij vandaan komt, vader.“

“Natuurlijk niet. Maar weet je wat het is met die zwarte jongens?“

Dat wist ik, maar hij herhaalde het toch nog maar even voor de 123ste keer. “Ze willen wel, maar ze zijn te speels.“

“Ik ken ook Hollandse voetballers die te speels zijn.“

“Nee, dat is iets anders. Bij die zwarte jongens is het meer de áárd.“

“Was Pelé ook te speels?“

“Dat was een uitzondering.“

Later ben ik met die gesprekken opgehouden. Ik besefte dat het ook een vooroordeel is om te denken dat alle vooroordelen gevaarlijk zijn. De meeste vooroordelen zijn als negerzoenen: ze happen lekker weg en ze bevatten te veel calorieën, maar daarmee zijn ze nog niet giftig. Die legerzoenen bij onze jantjes zijn riskanter.